Verzekering voor Uber chauffeurs: voldoende of schijnzekerheid?

Online platforms zoals Uber, Deliveroo en Temper zijn wereldwijd razend populair. De apps zijn makkelijk in gebruik en goedkoop. Maar ondanks hun succes hebben deze organisaties veel kritiek ontvangen van het publiek en deskundigen, zo zouden de bedrijven niet voldoende sociale zekerheid bieden aan hun werkers. Onlangs bracht Uber hier verandering in door een verzekering in te voeren, maar is dit toereikend?

Schijnzelfstandigheid?

Wereldwijd wordt er momenteel in rechtszalen besproken of Uber-chauffeurs zelfstandigen of werknemers zijn. Binnen de Europese Unie is men het hier niet over eens, omdat de werknemers kenmerken van beide categorieën tonen. Waar een Engelse rechter de werkers minimumloon en vakantiegeld toewees, besloot een rechtbank in Frankrijk dat de chauffeurs zelfstandigen zijn en dus zo behandeld dienen te worden. Mede door deze onenigheid biedt Uber sinds juni voor de chauffeurs een verzekering aan, ‘Partner Protection’ genoemd. Uber is voorzichtig met deze benaming, omdat het bedrijf haar bestuurders niet in loondienst heeft en dit te allen tijde wil vermijden. Het zou de transport-app namelijk alleen in Amerika al zo’n geschatte 4,1 miljard dollar kosten om officieel werkgever te zijn in plaats van een slechts een intermediate platform, onder andere door hogere loonbelasting en het uitkeren van vakantiegeld.

Sociale zekerheid

De verzekering omvat vergoedingen bij ongelukken tijdens ritten, maar ook compensatie bij ziekte of ongevallen buiten werktijd, zwangerschaps- en vaderschapsverlof. Professor Guus Heerma van Voss, hoogleraar sociaal recht aan de Universiteit Leiden, vertelt: “Het is een stap vooruit, maar de chauffeurs missen toch de bescherming die een gewone werknemer op andere onderdelen heeft. Zoals bescherming tegen ontslag, minimumloon en pensioen. Ook lijkt de dekking voor de wel verzekerde risico’s niet zo hoog als in Nederland voor werknemers gebruikelijk is.” Een ‘normale’ Uber-chauffeur komt alleen in aanmerking voor de verzekering als er in de voorgaande acht weken minimaal honderdvijftig ritten zijn gereden. Voor partners bij Uber Eats staat dit op dertig bezorgingen. Ongewoon is zo’n minimumeis niet, omdat het idee heerst dat een werknemer genoeg moet werken om zulke social zekerheid te ‘verdienen’. Voor het bedrijf echter is het een lucratief beleid, omdat het haar bestuurders stimuleert meer ritten te rijden en zo meer geld op te halen voor het moederbedrijf.

Cijfers

Op papier lijken Nederlandse werkgevers voldoende te doen om sociale bescherming te bieden aan zelfstandigen. Maar uit Europees onderzoek blijkt dat er voor risico 55 procent van de zelfstandigen het risico bestaat om te worden uitgesloten van werkloosheidsuitkeringen. Bovendien komt zo’n 38 procent niet in aanmerking voor een ziektewetuitkering. Vaak wordt platformarbeid gezien als een part-time baan of extra bron van inkomen, maar 25 procent van de medewerkers in deze branche zijn economisch afhankelijk van dit werk. Uit onderzoek van de TNO in 2016 bleek verder dat zo’n een op de acht Nederlanders werkzaam is geweest voor een online platform.

Arbeidsrecht herzien

De platformeconomie staat al langere tijd onder vuur, omdat het de sociale zekerheid zou aantasten. De dienstverleners die werken via zulke apps hebben namelijk geen cao of arbeidscontract, maar zitten juridisch tussen werknemer en zelfstandige in. Is dit genoeg reden om het klassieke arbeidsrecht te herzien? Heerma van Voss stelt dat het denkbaar is dat we het hele idee moeten laten varen om aan te sluiten bij een bepaald contracttype. “Je zou ook alle bescherming voor de verschillende contractvormen gelijk kunnen stellen en de grens tussen wel en niet beschermen leggen bij de vraag wie er bescherming nodig heeft, bijvoorbeeld bij een bepaalde inkomensgrens. We moeten het arbeidsrecht derhalve inderdaad grondig opnieuw doordenken”, aldus de professor.

Collega Barend Barentsen, tevens hoogleraar in het sociaal recht aan de Universiteit Leiden, laat daarentegen weten: “Het klassieke arbeidsrecht is heel flexibel, dus Uber-medewerkers vallen daar prima in te passen en die tussencategorie bestaat in feite al. Ik ben niet direct een voorstander van een algemene tussencategorie zoals Engeland dat al heeft. Wel moeten we eens goed gaan bekijken of de definitie van werknemer, zoals gehanteerd in de werknemersverzekeringen, nog helemaal van deze tijd is en niet een beetje verruimd moet worden.”