De traan van Tan

Columnist Thijs Booden

Ik ging er even goed voor zitten: de laatste aflevering van RTL Late Night met Humberto Tan. Nog niet zolang geleden was Tan de koning van de kijkcijfers, de prins van het plezier. Jarenlang entertainde hij de entertainers van de commerciële omroep, maar de kijkcijfers namen af, het plezier idem.

Ik betrap mezelf er ook weleens op dat ik mezelf even veel te serieus neem. Dan heb ik net een paar uur werk gestopt in een column, over alles nagedacht en vol goede moed gewacht op positieve reacties op mijn staaltje opiniemakerij van de bovenste plank, en dan heeft een vriend aan één zin genoeg om mijn hele punt onderuit te halen.

Dan word ik boos en schiet ik in de verdediging, zeg ik dat ik het alleen schreef om ‘te provoceren’, dat ik toch wel slim genoeg ben om ook zijn punt te begrijpen. Na een tijdje komt het besef: ik nam mezelf weer eens veel te serieus.

Het is fijn als je het van jezelf doorhebt, het is gênant als dit niet het geval is.

Tan liet zichzelf kennen. Ik begreep dat hij al de hele week in de watten werd gelegd. Ik heb alleen de laatste aflevering gezien, want de relevantie van RTL Late Night was al een flinke poos niet meer zichtbaar.

Na een tijdje komt het besef: ik nam mezelf weer eens veel te serieus.

Tan moest heel hard lachen om de slechte grapjes van Luuk Ikink. Tan moest heel hard huilen om een mensonterend liedje van Willeke Alberti, gezongen door Edsilia Rombley. Maar vooral: Tan liet zich constant bewonderen, gaf geen tegengeluid bij een van de vele lofzangen. Hij liet zich nog net niet op een troon door de studio dragen nadat de aftiteling was begonnen.

Genoeg tekenen dat Tan zichzelf veel te serieus neemt. Het hielp ook niet dat naast hem een man zat die die karaktereigenschap tot nieuwe, ongekende hoogtes heeft gestuwd: Louis van Gaal. Bij Van Gaal heb ik al jaren geen zelfspot of zelfkennis kunnen ontdekken.

Ik denk dat ik het niet zou accepteren. Als de redactie van Red Pers zou voorstellen om mij, als ik stop met columns schrijven, in vijf artikelen de hemel in te prijzen – iets dat ze overigens nooit zouden doen – zou ik weigeren. Ik weet dondersgoed dat niemand er slechter van zou slapen als ik besluit te stoppen.

Bij Van Gaal heb ik al jaren geen zelfspot of zelfkennis kunnen ontdekken.

Humberto Tan, daarentegen, lijkt het tegenovergestelde te denken. Wat Tan vergeet, is dat hij maar een korte tijd succesvol is geweest, maar ook een hele lange tijd irrelevant, en een matig tot slechte presentator.

Tan dacht afscheid te nemen met een onvergetelijke traan, maar wat we vooral zagen was een man die zichzelf serieus neemt, een man wiens programma niet lang op ons netvlies blijft staan. De traan van Tan wekte vooral meelij: niet omdat hij moet stoppen met een talkshow, maar omdat het de laatste stuiptrekking was van een megalomaan.