Vermakelijk krankzinnig

Mijn vriendengroep zit vol met krankzinnige types – mijn beste vriend voorop. Je kunt ze stuk voor stuk uren aan psychologisch onderzoek opleggen en er dan nog niet uitkomen waarom ze zo krankzinnig zijn. Maar, het voordeel is: ze zijn vermakelijk krankzinnig. Aaibaar, loyaal en humoristisch.

Je hebt ook mensen die eng krankzinnig zijn. Denk dan aan types als Louis van Gaal en Kanye West. Het grote probleem is dat ze geen zelfspot meer hebben, geen glimlach bij hun megalomane uitspraken. Ter illustratie: Silvio Berlusconi is vermakelijk krankzinnig, Donald Trump is eng krankzinnig. Ze zeggen dezelfde belachelijke dingen, maar de manier waarop verschilt. De scheidslijn daartussen is erg dun.

Ik was een paar maanden geleden met mijn beste vriend (van Italiaanse afkomst), laat ik ‘m voor het gemak en vanwege privacyredenen Jan noemen, in onze stamkroeg. Vaak zie je aan het begin van de avond al hoe een avond zal verlopen en dat is met name het geval als Jan in zijn handen wrijft en zegt dat hij ‘zin heeft in iets lekkers’. Dan weet je dat er geen bier op tafel zal staan, maar bacootjes en whisky.

“Alle schoonouders op de wereld zijn de laatste afstammelingen van het nationaalsocialisme.”

Een bijkomend probleem is dat wanneer Jan een baco drinkt, hij een rode nek krijgt. En als hij een rode nek krijgt, wordt hij wat schreeuwerig. Jan had in drie nachten tijd in totaal slechts vijf uur slaap achter de rug, dus toen ik hem vroeg of hij het nog wel een beetje volhield, schreeuwde hij in het Engels: “Ik ben gezegend! Gezegend door God ben ik! Ik heb geen slaap nodig, alleen drank.”

Jan vertelde over een meisje waarmee hij een tijdje aan het daten was. Maar dat was niet zijn vriendin, verzekerde hij mij, want: “je hebt pas een vriendin als je haar ouders hebt ontmoet en dat zal ik nooit gaan doen, want alle schoonouders op de wereld zijn de laatste afstammelingen van het nationaalsocialisme.”

Tot op heden vermakelijk krankzinnig.

Zijn wetenschappelijk onderbouwde uitleg kwam ook van pas toen een knap meisje op hem afstapte. Jan is namelijk Italiaans en zoals de meeste Italiaanse jongens heeft ook hij een aantrekkingskracht op knappe blondines. Er werd wat gebabbeld, gelachen en er werden nummers uitgewisseld.

Jan was in slaap gevallen in het gras naast een sloot.

Aan het einde van de avond bracht ik ‘m naar huis. Onderweg viel Jan, gezegend als hij was, van zijn fiets en moest ik de politie, die poolshoogte kwam nemen, verzekeren dat ik tot de voordeur van zijn huis bij hem zou blijven. Jan was in slaap gevallen in het gras naast een sloot en na heel wat kunst- en vliegwerk heb ik drie kwartier met een wilsonbekwame aan mijn schouder gelopen.

De dag erop belde hij om zich te verontschuldigen. Blijkbaar had ook Jan slaap nodig. Toen ik Jan vroeg wat hij met het nummer van de knappe blondine zou doen – hij was immers al aan het daten – zei hij tegen mij: “Like we say in Italy, you can put it in your bag, and when you’re hungry, you can eat it”. Hij lachte erbij.

Vermakelijk krankzinnig. Maar nogmaals, de scheidslijn tussen eng en vermakelijk is erg dun.