“De kracht van beeldtaal wordt zwaar onderschat”

Afbeelding: EYE Filmmuseum

Terwijl jonge mensen steeds minder lezen, van 87 procent in 2006 naar 49 procent in 2016, zien kinderen steeds jonger meer beelden. Zeker 94 procent van de twaalfjarige kinderen heeft een smartphone en de leeftijd waarop kinderen er eentje krijgen daalt. Toch krijgt ‘begrijpend kijken’ opvallend weinig aandacht in het onderwijs.

Ewoud Sanders schreef begin februari op NRC.nl over het boek Als m’n tante een snor had (1995) van Inez van Eijk. De aanleiding van Sanders’ artikel was dat kinderen in vergelijking met vroeger weinig bleken te lezen. Van Eijk beschrijft hoe ouders in de jaren vijftig en zestig tegen boeken aankeken: “Je bederft je ogen! Ga wat nuttigs doen met je tijd! Je verleest je verstand!” Die eerste twee uitspraken doen ouders in de 21e eeuw nog steeds, maar tegenwoordig alleen als het gaat om schermen als tablets, smartphones en laptops. Kinderen stellen zichzelf voortdurend bloot aan filmpjes op Youtube, Instagram en Netflix. De verschuiving van het geschreven woord naar bewegend beeld wordt steeds duidelijker, maar het onderwijs beweegt daar nu niet in mee.

Afbeelding: Wikimedia Commons             Amsterdam – Eye Filmmuseum

Beeld op scholen

Beeldeducatie zien we dus niet terug in het onderwijscurriculum. Manon Sandee, senior projectleider educatie bij het Eye Filmmuseum, ontwikkelt buitenschoolse projecten voor scholieren om hen te enthousiasmeren voor film in de breedste zin van het woord. Vanuit het ministerie Onderwijs, Cultuur en Wetenschap heeft het Eye de landelijke taak gekregen om filmeducatie in het onderwijs te implementeren. Het Netwerk Filmeducatie en de gemeenschap van docenten zijn daarbij ook betrokken partijen. Manon vertelt hoe zij en haar collega’s zijn begonnen met nadenken over de rol van beeld op scholen. “Een paar jaar geleden begonnen we met ons netwerk met het opzetten van een petitie, om beeldtaal een plek te geven in het onderwijs. Als je kijkt naar de recente ontwikkelingen, is beeld bijna communicatiemiddel nummer één.” Uit een onderzoek van Google blijkt ook dat in 2014 84% van de Nederlanders aangaf dagelijks online te zijn, terwijl drie jaar eerder 81% dat aangaf.

“Onze wereld is heel visueel ingesteld en daarom is het van belang dat kinderen daarmee om leren gaan.”

Sandee verbaast zich over de nalatigheid van het onderwijs als het over beeld gaat. “Het is erg raar dat in het brede plaatje weinig tot bijna niets aan kennisoverdracht wordt gedaan op scholen over film. In het huidige politieke klimaat is het fijn te zien dat minister van het OCW (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap), Ingrid van Engelshoven, beeldeducatie omarmt en daarom wordt dit probleem nu relevant.”

Afbeelding: Wikimedia Commons          Den Haag – Hoftoren – MinOCW

Lobby voor beeldeducatie

Florine Wiebenga, hoofd van de Educatieafdeling bij het Eye en collega van Sandee, is blij met het nieuwe interesse in beeldeducatie. “Op die relevantie moeten wij inspringen. Het huidige onderwijs is lang geleden bedacht en mist een bepaalde schakel met de hedendaagse ontwikkelingen. Bij de mogelijke reorganisatie die oud-staatssecretaris Sander Dekker in werk heeft gezet met curriculum.nu, hebben wij geroepen of ze bewegend beeld niet willen vergeten. Sindsdien zijn we bezig met een soort lobby, waarvoor we in gesprek zijn met curriculum.nu en Kamerlid Vera Bergkamp van de D66. Beeldeducatie is een belangrijk punt voor hen nu.”

“Het is een relatief nieuwe taal, waarin onderwezen moet worden door kundige docenten.”

Bergkamp zal eind mei vragen stellen in de Kamer over beeldeducatie. De kwestie over begrijpend kijken in het onderwijs speelt dus wel in de huidige politieke discussie. Maar is het haalbaar? Bergkamp vertelt dat cultuur en onderwijs in het hart zitten van de D66. “Het is heel logisch als je erover nadenkt, dat kinderen leren begrijpen wat ze zien en daarover met elkaar in gesprek gaan. Onze wereld is heel visueel ingesteld en daarom is het van belang dat kinderen daarmee om leren gaan.” Ondanks dat D66 niet de inhoud van de lessen kan bepalen, stimuleren zij het initiatief van Eye.

Afbeelding: EYE Filmmuseum

Toekomstig onderwijs

Onderwijskundige Jennifer Hensen, tevens docent beeldende vorming bij het Amsterdams Lyceum, benadrukt waarom het belangrijk is dat de lobby succesvol wordt. “Het is van belang dat leerlingen al op zeer jonge leeftijd – dan komen zij immers al in aanraking met beeld – als ontvanger leren interpreteren en verwerken en als ‘uitzender’ leren op welke wijze zij hun verhaal kunnen vertellen. Hierbij moet aandacht zijn voor de risico’s die de beeldmaatschappij met zich meebrengt, maar vooral ook voor de kracht van beeld. Het is een relatief nieuwe taal, waarin onderwezen moet worden door kundige docenten.”

Hensen denkt dat het meegaan van het onderwijs met huidige ontwikkelingen heel voordelig kan zijn voor kinderen. “Het onderwijs van de toekomst zou leerlingen niet alleen moeten uitrusten met een standaardpakket aangeleerde lesstof, maar leerlingen ook moeten helpen flexibel te zijn. Les in beeld/film-onderwijs is per definitie gericht op snelle verandering. Leerlingen die dergelijke lessen hebben gevolgd, zullen beter voorbereid zijn op de toekomst; inclusief alle sociaaleconomische voordelen.”