Reizen naar de Ander

Stef Biemans in "Over de Rug van de Andes". © VPRO

Het concept van de VPRO-reisseries op zondagavond is simpel: een Nederlandse presentator met veel affiniteit met het uitgekozen land probeert een andere wereld van binnenuit aan het Nederlandse publiek te laten zien. De series brengen het dagelijks leven van verre landen naar onze huiskamer, maar van hoe dichtbij zien we de mensen echt?

Ze zijn het meest geprezen venster op de wereld: de VPRO-reisseries. Al jaren zijn ze een hit op de zondagavond op NPO2. Bijna elke serie wordt met veel lof ontvangen – Onze man in Teheran en Over de rug van de Andes kregen dit jaar lovende kritieken. Ook series die eerder te zien waren, zoals Door het hart van China, Robo sapiens en Op zoek naar Frankrijk, trokken een hoop kijkers. Bijna een miljoen mensen zappen elke week naar de programma’s. Dat is veel, gezien het documentaireseries zijn over onderwerpen die niet direct betrekking hebben op de kijkers zelf, ze gaan over de Ander.

Het Westen en de Ander

‘De Ander’ is een term uit de postkoloniale theorie. Postkolonialisme is een kritische stroming binnen de geesteswetenschappen waarin machtsrelaties tussen (voormalige) kolonisators en andere landen worden geanalyseerd. Een belangrijke wetenschapper in dit veld was Edward Saïd, de bedenker van het oriëntalisme als term in de postkoloniale literatuur. In het boek Orientalism (1978) beschrijft hij hoe het dominante Westerse beeld van het Oosten uitdrukking geeft aan een machtsstructuur en eeuwenlang is gebruikt om dominantie van het Westen over het Oosten ideologisch te legitimeren. De beschrijving van machtsrelaties uit Saïds theorie is door te trekken naar huidige machtsverhoudingen. Het gaat niet alleen over het Oosten, maar ook bijvoorbeeld over het beeld van Afrika en Latijns-Amerika, of in het kort: ‘de Ander’. De Ander is een exoot, leeft ergens ver weg, en doet dingen totaal anders dan wij.

Ruben Terlou in “Door het Hart van China”. © Joost van Herwijnen / VPRO

De VPRO-series onderscheiden zich van andere reisseries doordat het diepgaande documentaires zijn. De documentaireseries proberen geen land aan te prijzen, maar willen juist de pronkstukken en zwarte bladzijden van de culturen laten zien door middel van contact met de lokale bevolking. Ze worden vaak gemaakt door een presentator met een belangrijke band met het betreffende land. Zo woont Stef Biemans (Over de rug van de Andes) al jaren in Nicaragua, is Thomas Erdbrink correspondent in Iran (Onze man in Teheran), en is Wilfred de Bruijn (Op zoek naar Frankrijk) Parijzenaar.

Dankzij hun innige band met het land nemen de presentatoren de kijker mee, voorbij de toeristische highlights

Anderen spreken de taal goed, getuige het Russisch van Jelle Brandt Corstius (o.a. Grensland) of het Mandarijn van Ruben Terlou (o.a. Door het hart van China). Door deze innige band kunnen de presentatoren meer vertellen over het land dan een gemiddelde 3opReis-presentator en nemen ze de kijker mee, voorbij de toeristische highlights. De VPRO zegt de ‘echte’ mensen en het ‘hele’ verhaal te willen laten zien. Over De Trek staat bijvoorbeeld op de website van de VPRO: ‘We filmden in Senegal, Nigeria, Zuid-Afrika en Niger om de mensen te leren kennen over wie het werkelijk gaat.’

De witte man

De reisseries nemen ons mee naar de wereld van ’de Ander’, maar de positie van de presentator blijft paradoxaal. Op sommige momenten is hij iemand uit het verre land, op andere momenten is hij de Nederlander. Zijn positie is in het programma het belangrijkst: hij bepaalt wat de kijker ziet door te kiezen wat hij behandelt en hoe hij het duidt. Het verre is voor de kijker onbekend, dus alleen via de blik van de presentator leren we over de Ander. De presentatoren zijn opvallend vaak witte mannen. Waarschijnlijk kiest de VPRO niet bewust voor overwegend mannelijke presentatoren, maar het is wel een fijne bijkomstigheid. Wij, in onze patriarchale samenleving, zijn sneller geneigd iets aan te nemen van witte mannen, gezien deze vaak het machtigst zijn.

Thomas Erdbrink in “Onze Man in Teheran 2”. ©Jebelli / VPRO

De indruk wordt gewekt dat de presentator het ‘ware’ land laat zien, terwijl hij ook de outsider is. Er wordt bijna vergeten dat hij niet écht een deel is van het land. De nadruk ligt er in de series op dat het verhaal wordt verteld door een outsider within: een Nederlandse buitenlander. De series bestaan uit interviews met lokale personen, maar uiteindelijk is het de presentator die in beeld iets vertelt of de fragmenten inspreekt. De Nederlander vertelt over de Ander en het is niet de persoon die iets vertelt over zichzelf, zoals in de serie Metropolis (VPRO) wel gedaan wordt. Hierin leggen lokale verslaggevers uit hoe zij naar een bepaald thema kijken.

Door de nadruk te leggen op de verschillen wordt impliciet de machtsstructuur ‘wij hier weten het beter dan de exotische Ander’ geaccentueerd

Bovendien worden de gebeurtenissen in de VPRO-series altijd vergeleken met wat wij in Nederland doen: de doden worden in China heel anders herdacht dan in Nederland, vrijheid voor vrouwen is in Teheran heel anders dan in Nederland. Natuurlijk verschillen onze werelden, maar door de nadruk te leggen op de verschillen wordt impliciet de machtsstructuur ‘wij hier weten het beter dan de exotische Ander’ geaccentueerd.

Aan de ene kant is het belangrijk dat wij in Nederland meer leren over de rest van de wereld, aan de andere kant moet niet vergeten worden dat deze series een vertroebeld beeld geven. Het is voornamelijk de witte man die ons kijkers eindelijk eens laat zien hoe het er daar écht aan toegaat. De identificatie met de presentator is waardevol voor de kijker hier, omdat de presentator de kijker zo beter in het verhaal mee kan nemen. De presentatoren zijn niet minder gekwalificeerd doordat ze een witte man zijn, vaak zijn het geweldige journalisten. Maar hierdoor vertonen de series wel elementen uit de koloniale overblijfselen.