De verleidelijke lentezon

Nu de lente haar warme adem over de dichtgevroren stadgrachten heeft geblazen, nu de terrassen weer vol zitten met lichtgebruinde benen en kleuters met ijsmonden, en nu het Sarphatipark van sportlocatie naar dineerlocatie is gegaan, nu val ik op.

Ik ben namelijk lichtgevend wit, ook na de paar zomerse dagen van vorige week. Want toen jullie allemaal speciaalbier dronken aan de Amstel, was ik binnen. En toen jullie allemaal voorzichtig een eerste duik namen in het IJ, was ik binnen. En zelfs toen jullie je vingers lieten glijden over het reliëf dat een rieten stoel op jullie blote dijen achterliet, was ik binnen. Aan het typen.

Het zit namelijk zo, dat wanneer je je scriptie schrijft, je enkele ernstige fouten kunt begaan. Die fouten heb ik ongeveer allemaal gemaakt, ondanks waarschuwingen van de mensen die genoeg van me hielden om me tips te geven. Daarom, waarde lezers, deel ik die tips nu. Ter lering en vermaak.

Fout 1: ‘Die bronnen voer ik later wel in’

Je kent het wel. De literatuur zit goed in je hoofd, je zit in de flow van het typen en je hebt niet echt zin om die flow telkens te onderbreken door te gaan zitten bladeren om een simpele voetnoot in te voeren. Je weet nog precies waar de info stond, waarom zou je het niet later doen? Het antwoord – heb ik nu bevonden – is omdat je het later echt niet meer weet. En het laatste wat je wil doen als je mensen in de kroeg tegenover je huis tot diep in de nacht buiten rode wijn ziet zitten drinken, is chagrijnig door een boek bladeren dat je drie maanden geleden voor het laatst hebt opengeslagen, op zoek naar een citaat.

Fout 2: ‘Ik doe het wel in de lente, als het wat rustiger is’

Ja, fout ja. Want hoewel de rust in theorie goed is voor je productiviteit, is de lente vooral goed voor buiten zijn zonder je laptop en stapel studieboeken. Of ik een ijsje wil? Nee, want ik zit binnen autobiografieën uit het Rusland van de jaren ‘20 te lezen.

Fout 3: ‘Ik zoek later wel op hoe lang mijn scriptie eigenlijk moest zijn.’

Het antwoord is: zeker geen vijftienduizend woorden. Voorkom onnodig schrappen van je intellectuele pareltjes of een verdacht lange bijlage achterin je scriptie, en houd je gewoon aan je verplichte woordaantal. Surprise: het is meestal maar tussen de acht- en twaalfduizend woorden.

Fout 4: ‘Eigenlijk zou ik de hele dag aan mijn scriptie gaan, maar ik ben net uitgenodigd om een kopje koffie te drinken/het weer is zo mooi/ik ben best wel moe/Say yes tot the dress is op tv.’

Ja, nee. Want anders mag je tegen je scriptiedeadline echt niet meer naar buiten, zelfs niet als het voor het eerst sinds september warmer is dan twintig graden. Heb jij even pech als al je vrienden gaan barbecueën in het park, en jij nog steeds je bronnen aan het invoeren bent.

Dus dat. Wees slim, slimmer dan ik. Dan beloof ik dat dit de laatste keer is dat ik over mijn scriptie zeur.