In protest door Facebook: revolutionair én oppervlakkig

Women's March. Foto: Andrew Kambel

Revolutionaire middelen die protestbewegingen faciliteren en verspreiden: zo worden sociale media vaak gezien. Tijdens de Arabische Lente, de Women’s March en de recente protesten in Iran hadden sociale media inderdaad veel invloed. Toch is er ook een keerzijde van de medaille.  

De dag nadat Donald Trump werd verkozen als president van de Verenigde Staten, creëerde een Hawaïaanse vrouw een Facebook-evenement. In reactie op de presidentsverkiezingen nodigde ze zo’n veertig vrienden uit voor een pro-vrouwen protestmars in Washington. Twee maanden later verzamelden zich wereldwijd miljoenen mensen om mee te lopen in wat bekend kwam te staan als de Women’s March 2017. Het kostte slechts één simpele klik op Facebook.

De communicatie- en deelfuncties van platformen als Twitter en Facebook, zijn krachtige manieren om grote groepen mensen te mobiliseren. Ze verschaffen een platform en faciliteren snelle, mondiale verspreiding. Tijdens de March For Our Lives in Washington, protesteerden zelfs in Amsterdam scholieren tegen de Amerikaanse wapenwetten.

Ook op regionaal en nationaal niveau vervullen sociale media een grote rol. Facebook en Twitter waren de drijfveren achter de Arabische Lente en vorige week las je op Red Pers al over de rol van Telegram en Instagram tijdens de protesten in Iran. “Filmpjes en foto’s van de eerste protesten werden via Telegram gedeeld,” vertelt Irancorrespondent en journalist Thomas Erdbrink. “Een relatief kleine gebeurtenis wordt op deze manier iets heel groots.”

Een kritische noot

Ondanks de drijvende impact van sociale media op protestbewegingen, pleiten critici en experts voor een relativering van de effecten. Technocriticus Evgeny Morozov sprak al vaker uit dat de Arabische Lente heus niet alleen door de contributie van het internet plaatsvond: sociale verandering gaat volgens hem gepaard met hele lange, moeizame processen. Sociale media is daarin volgens Morozov een handig hulpmiddel, maar geen bepalende factor.

Women’s March. Foto: Andrew Kambel

Media-expert en professor Erinç Salor vindt een kritische noot belangrijk. “Zie bijvoorbeeld de burgerrechtenbeweging in de Verenigde Staten,” zegt hij. “Het organiseren kostte ruim een decennium.” De toewijding en betrokkenheid van de deelnemers, zorgde volgens Salor voor een logistieke en organisatorische ruggengraat. Dat is heel wat anders dan bijvoorbeeld de Women’s March. “Miljoenen mensen komen nu zo maar bij elkaar,” stelt Salor. “Maar alleen schreeuwen is niet het punt. Heeft het nu nog wel zoveel betekenis?”

In sommige landen probeert de overheid protesten in de kiem te smoren door sociale mediaplatformen (tijdelijk) te verbieden. Of dit echt werkt, is nog maar de vraag. Erdbrink en Salor stellen beiden dat de consequenties niet onderschat moeten worden. Maar, regimes kunnen zichzelf in de vingers snijden. “In Turkije was sociale media ook een opsporingsmiddel,” vertelt Salor. “Toen Twitter werd verboden, ging men onzichtbaar en ondergronds haar gang.” Zo kon men via sociale media dus ook niet meer door de overheid gecontroleerd worden.

Oppervlakkigheid domineert

Of sociale media mensen kan overtuigen van een bepaald standpunt, valt te betwijfelen. Lennart Tiller, student in Amsterdam en klimaatactivist, ziet sociale media niet alleen als het revolutionaire instrument dat het vaak lijkt te zijn. “Klimaatprotesten zijn een geval apart,” weet hij. “Veel protesten ontstaan door onvrede die geuit wordt. Wij willen deze onvrede juist creëren.” Waar sociale media hier misschien perfect voor lijken te zijn, is dat volgens Tiller niet helemaal het geval. Hij beaamt dat het een goede manier is om veel mensen tegelijkertijd te bereiken, maar vindt het niet de diepte ingaan. “Je kunt niemand overtuigen van een standpunt via alleen sociale media.”

Je moet niet volledig op sociale media vertrouwen

De overvloed aan online petities illustreert de oppervlakkigheid die met sociale media gepaard gaat. Mensen zien iets voorbijkomen, zetten een digitale handtekening en surfen dan weer verder. Dit gebrek aan volledige deelname doet af aan de legitimiteit van een protestbeweging. Volgens Salor is het wel belangrijk om rekening te houden met de context. In Nederland stelt het niet veel voor om met het veranderen van je profielfoto steun te betuigen aan een bepaalde beweging, maar in sommige landen is dit gevaarlijk. Dan heeft zo’n klein, oppervlakkig gebaar ineens hele grote consequenties.

Nu Tiller een nationale klimaatconferentie voor jongeren organiseert, pleit hij voor een persoonlijk sneeuwbaleffect waar de nadruk ligt op individuele uitwisseling en overdracht van ideeën. “Sociale media gebruiken is prima,” vindt Tiller. “Maar je moet er niet volledig op vertrouwen.” Tiller gelooft in het effect van persoonlijke connectie, van face-to-face en van mond-tot-mond. “Eén persoon écht overtuigen van jouw standpunt is zoveel meer waard,” zegt hij. “Die persoon zal ook weer met mensen praten en zo bereik je veel en veel meer.”

Dit artikel is onderdeel van onze serie over sociale media. Lees hier de rest van de artikelen.