De Dure Tas

Ze lonkt soms. Dan pak ik een schone jurk uit mijn kast en ineens ruik ik het. De geur van leer, van een mooi nieuw jack, van hoge laarzen, of, in dit geval, de Dure Tas.

De Dure Tas zag ik in augustus door een etalageraam. Mijn vriendin en ik liepen samen door Utrecht, rozig van de witte wijn en de zomerzon. Ik vertelde van de nieuwe agenda die ik had gekocht. Je werkt drie maanden lang aan een groot project, en aan het einde van elke dag maak je de balans op over de productiviteit van je werk. Je werkt toe naar één doel, en daar hoort een beloning bij, iets wat je graag zou willen hebben. Je krijgt het pas als je doel volbracht is. Erg calvinistisch, echt iets voor mij. Ik bewaarde de agenda voor wanneer ik aan mijn scriptie zou beginnen.

Wij dus lopen en praten, af en toe keken we in een etalage. Het werd laat, we wilden naar huis. En toen zag ik hem. Of eigenlijk, haar, want de Dure Tas is voor mij een vrouw, Doornroosje die ligt te slapen tot ik haar wakker kus. Ze hing niet in de etalage, maar ik zag haar door het raam. ‘Zo’n tas zou ik wel willen,’ zei ik tegen mijn vriendin. ‘Het zou je beloning kunnen zijn,’ antwoordde zij.

De winkelmevrouw liet me de tas bekijken, bevoelen, ruiken zelfs, en ik was verliefd.

We gingen naar binnen, ik vroeg naar de tas. De winkelmevrouw liet me de tas bekijken, bevoelen, ruiken zelfs (want leren tassen hebben een geur die nog beter is dan het beste parfum) en ik was verliefd. Ik vroeg naar de prijs en leerde haar naam. De Dure Tas.

En zo werd de Dure Tas een onbereikbaar object. Ik nam me voor te sparen, opdat ik haar na mijn scriptie echt zou kunnen kopen, maar steeds trokken urgentere zaken mijn bankrekening leeg. Het geld dat ik gespaard had, mocht ik van mezelf niet uitgeven aan iets frivools als een Dure Tas.

Maanden verstreken, en plots was het december. Mijn liefde voor de tas sluimerde voort op de achtergrond. Belangrijker vond ik mijn scriptie, waaraan ik eindelijk was begonnen. Eigenlijk, had ik me voorgenomen, was het behalen van een bachelor beloning genoeg. De ruimte in mijn agenda die was gereserveerd voor de Dure Tas bleef leeg.

Maar toen, vlak na kerstmis, struinde ik door koud Amsterdam, checkte mijn bankrekening en was blij verrast. Een financiële meevaller, ietsje minder dan de prijs van de tas. Hecht ik aan symboliek? Wel als het om tassen gaat. Want ik stond even later op de Utrechtse Straat, liep de winkel binnen en zag De Dure Tas, in de kleur die ik wilde, afgeprijsd naar het bedrag van de financiële meevaller.

‘Het is de laatste,’ zei de caissière.

‘Ik neem hem,’ zei ik. Doornroosje nam ik in mijn armen, maar wakker mocht ik haar nog niet kussen. Nu slaapt ze in mijn kast, in de tas waarin ik haar meekreeg, opgeborgen tot ik mijn scriptie af heb. Af en toe ruik ik haar, als ik een jurk uit mijn kast pak. Zoet als een nieuw jack of hoge laarzen. De ultieme beloning. Is dat calvinisme toch nog ergens goed voor.