Online vs Offline: leven in tijden van sociale media

Duizenden mensen verwijderden de afgelopen weken hun Facebook-account. Wat bleek: Cambridge Analytica had een Facebook-tool gebruikt om de Amerikaanse verkiezingen te beïnvloeden. Bovendien had Mark Zuckerberg de allereerste Facebookgebruikers toentertijd ‘dumb fucksgenoemd, omdat ze hem vertrouwden. Reden genoeg voor onze redactie om de komende weken sociale media flink onder de loep te nemen.

De meesten onder ons kijken veelal met een roze bril terug op de eerste sociale media. Van de top-acht lijstjes op MySpace tot de glitterplaatjes en widgets op Hyves: we laafden ons aan allerhande onschuldige online activiteiten, die nauwelijks impact hadden op de offline buitenwereld. Uiteindelijk stierven beide platforms een stille dood, nadat het leeuwendeel van het ledenbestand verhuisde naar Facebook en Twitter. Daar zou jaren later pas blijken dat digitale acties ook verstrekkende gevolgen hebben in de analoge wereld.

Voortdurende rellen

Neem bijvoorbeeld de aanhoudende ophef rond deze twee sociale mediagiganten. Twitter wordt met enige regelmaat gebruikt om beroemdheden en politici van hypocrisie te betichten – kijk maar naar de antisemitische tweets van FvD’er Annabel Nanninga en een website als Trump Criticizes Trump. Facebookoprichter en CEO Mark Zuckerberg pakte meer recentelijk de rel rondom Cambridge Analytica pr-technisch niet zo slim aan, door te weigeren voor het Britse parlement een verklaring af te leggen.

De rel rondom Cambridge Analytica, die via Facebook toegang kreeg de informatie van ruim 50 miljoen gebruikers, is terecht maar ook deels ongefundeerd. Op het tech-journalistieke platform Techdirt verscheen kort geleden een verfrissend artikel met de kop ‘Facebook Has Many Sins To Atone For, But ‘Selling Data’ To Cambridge Analytica Is Not One Of Them’, waarin Mike Masnick stelt dat we ons over het verkeerde opwinden. De misplaatste ophef is te herleiden tot een fundamenteel misverstand in hoe Facebook met persoonlijke data omgaat.

Kort samengevat (of TL;DR in sociale mediatermen): ja, Facebook had transparanter moeten zijn tegenover de gebruikers over hoe hun data gebruikt en opgeslagen werd. Ja, Facebook had niet moeten verbergen dat gebruikers hun eigen informatie en die van hun vrienden deelden met appontwikkelaars middels het gebruik van allerhande apps binnen Facebook (denk hierbij de verschillende persoonlijkheids-quizzen als ‘WELKE GRIEKSE GOD BEN JIJ?’ of ‘WELKE DISNEY-PRINSES BEN JIJ?’). Het is echter verkeerd om te stellen dat Cambridge Analytica data gestolen of gekocht heeft, aldus Masnick in zijn artikel. De data die zij bij elkaar raapten, was toegankelijk voor elke app-ontwikkelaar die in de Facebook-API kon en hun app geïntegreerd had in Facebook. De makers van FarmVille hadden er ook in gekund, bij wijze van spreken.


 

Dan rest de vraag: hoe nu verder? De komende weken duikt onze redactie in de verschillende gevolgen van onlineactiviteit op de offlinewereld.

Zo onderzoekt Laurien Knorringa de nieuwe General Data Protection Regulation (GDPR), een nieuwe Europese wet rondom de bescherming van persoonsgegevens. Elke organisatie in Europa die persoonsgegevens opslaat en gebruikt, krijgt vanaf 25 mei 2018 hiermee te maken. Wat zijn de gevolgen hiervan voor sociale mediaconsumenten en -marketeers?

Het overmatig gebruik van de smartphone, het go-to apparaat voor sociaal mediagebruik, heeft flinke fysieke gevolgen. Was er voorheen al de muisarm, is er nu ook de smartphonepink. Om nog maar te zwijgen over de invloed op je slaapgedrag. Moira Veenhof duikt in de nieuwe ziektes en kwaaltjes die het gevolg zijn van het sociale mediagebruik.Ieder sociaal medium heeft een houdbaarheidsdatum, aldus Frederique Teillers. Aan de hand van filosoof Marshall McLuhan (Understanding Media: The Extensions of Man) en mediahistoricus John Durham Peters (The Marvelous Clouds: Toward a Philosophy of Elemental Media) onderzoekt zij hoe Facebook zijn eigen ondergang in gang gezet heeft.

Sociale media brengen mensen dichter bij elkaar, zo ook kunstverzamelaars en kunstenaars. Waar voorheen vaak nog een galerie als mediator dienstdeed, zoeken kopers tegenwoordig sneller een op een contact met de kunstenaars. Ananda Hegeman brengt deze veranderende relatie in kaart.

Met enige regelmaat zijn er protesten op de Dam in Amsterdam voor internationale problemen, bijvoorbeeld rond het Israël-Palestinaconflict of de wapenwetten in de Verenigde Staten. Madelief van Dongen bekijkt hoe sociale media als communicatiemiddel deze protesten tot stand brengen.

Tot slot zal ik een marxistisch en cultuurkritisch stuk schrijven over het consumentistische karakter van sociale media, middels het boek 24/7 van cultuurcriticus Jonathan Crary. Waarom moeten wij 24/7 met elkaar, met de wereld en met de markt in contact staan? Hoe is het zover gekomen dat wij non-stop moeten consumeren in alle soorten en maten?

Geen weg terug?

Het moge duidelijk zijn dat de virtuele wereld en de analoge wereld inmiddels niet langer los van elkaar te zien zijn. Op vrijwel alle vlakken van de samenleving is er een wisselwerking tussen de twee gaande – soms positief, soms negatief.

Helemaal ontsnappen aan sociale media lijkt onmogelijk en ook wij hebben als journalistiek platform diezelfde media nodig om simpelweg de lezer te bereiken. Daarom tot slot een schaamteloos verzoek om ons op Facebook te liken of ons op Twitter te volgen om op de hoogte te blijven van onze sociale mediaserie. En als je sociale media al afgezworen hebt, hebben we ook nog altijd de nieuwsbrief.

Dit artikel is onderdeel van onze serie over sociale media. Lees hier de rest van de artikelen.