Strafbankje voor rechters: wenselijk of juist niet?

Rechters worden in Nederland voor het leven benoemd, omdat ze onafhankelijke uitspraken moeten kunnen doen. Alleen de Hoge Raad kan in uitzonderlijke situaties rechters ontslaan. Maar hier wordt binnenkort waarschijnlijk een belangrijke disciplinaire maatregel aan toegevoegd.

Op 6 februari jongstleden stemde de Tweede Kamer in met een wetsvoorstel waarmee de mogelijkheden om rechters disciplinaire maatregelen op te leggen worden uitgebreid. Het gaat om de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren (Wrra). Nu zijn er twee opties voor de procureur-generaal om een rechter te bestraffen: een schriftelijke waarschuwing geven of een ontslagprocedure starten bij de Hoge Raad. Een schriftelijke waarschuwing wordt gebruikt bij verwaarlozing van de waardigheid van het vak. De Hoge Raad kan een rechter ontslaan als deze fysieke of psychische problemen heeft, gedrag vertoont dat botst met zijn positie, of te weinig kennis of vaardigheden heeft voor zijn vak. In het laatste geval krijgt een rechter eerst de kans om zijn optreden te verbeteren.

Aan deze bestaande ontslagregeling wordt een belangrijke disciplinaire maatregel toegevoegd: een schorsing van maximaal drie maanden. Dit kan zwaar, herhalend wangedrag straffen, maar is niet onherroepelijk, zoals ontslag. Deze regel maakt het mogelijk om beter te kunnen reageren op verschillende vormen van ongewenst gedrag. Maar is zo’n strafbankje wel wenselijk? 

Integriteit rechterlijke macht

Er kunnen verschillende redenen zijn om te schorsen. Ten eerste kan een schorsing een tijdelijke oplossing zijn die kan worden gevraagd door de president van een gerechtshof. Dit gebeurt bijvoorbeeld wanneer een situatie onhoudbaar is of spoed vereist. Jonathan Soeharno, werkzaam als advocaat bij de Brauw Blackstone Westbroek en hoogleraar Rechtspleging in rechtsfilosofisch perspectief aan de Universiteit van Amsterdam, vindt dit een goede zaak. “Met zo’n ordemaatregel kunnen presidenten, waar nodig, adequaat reageren.”

Jonathan Soeharno.
(Foto via ExecutiveFinance.nl)

Ten tweede kan een schorsing bedoeld zijn als straf. Een echte disciplinaire maatregel dus. Die komt in beeld als een rechter iets doet dat niet door de beugel kan, maar dat kennelijk net niet zwaar genoeg is voor ontslag. Waar we aan moeten denken is niet duidelijk: overmatig softdrugs- of alcoholgebruik? Wangedrag in privésfeer? Ernstige slordigheden in het rechterlijk werk? Regelmatig stukken laten liggen in de trein? “Ik ben het niet eens met zo’n schorsing naast een berisping. Het systeem waarbij een rechter een berisping kan krijgen of ontslag, past beter bij de hoge standaard van het beroep. Van een rechter wordt simpelweg verwacht dat zijn integriteit steeds boven alle twijfel is verheven en hij dit soort situaties kan voorkomen,” aldus Soeharno.

De rechterlijke macht verschilt namelijk in essentieel opzicht van andere beroepsgroepen waar tucht voorkomt, zoals bij dokters of advocaten, want het is een staatsmacht. Bovendien is de rechterlijke macht voor het leven benoemd. “Het past niet bij rechters dat er méér ruimte is om niet integer te zijn. Een rechter is een staatsmacht en heeft veel bevoegdheden om in te grijpen in levens van mensen. Ze kunnen mensen van hun vrijheid beroven en kinderen uit huis plaatsen, daar hoort legitimiteit bij,” laat Soeharno weten. “Die legitimiteit wordt medebepaald door de integriteit van rechters. Een tijdelijke schorsing voor tamelijk zwaar wangedrag geeft dus het verkeerde signaal.”

Hoe gaat het in de praktijk?

Naast de invoering van een schorsing, wordt een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) voor elke rechterlijke benoeming vereist. Ook komen er ordemaatregelen. Zo kan een rechter worden overgeplaatst naar een ander gerechtshof, als gevolg van een conflict tussen twee rechterlijke ambtenaren dat zorgt voor een onwerkbare situatie. “Het is redelijk om deze mogelijkheid te hebben. Rechters worden geacht individueel onafhankelijk te zijn, maar de samenwerking kan leiden tot wrijvingen.” Soeharno drukt wel zijn bezorgdheid uit over de praktische gang van zaken van het wetsvoorstel. “Wat gebeurt er als bekend wordt dat de situatie met een rechter ergens onhoudbaar is geweest? En hoe weten we zeker dat de overplaatsing daadwerkelijk als ordemaatregel wordt gebruikt en niet om een ander probleem op te lossen, bijvoorbeeld wangedrag, waar eigenlijk disciplinaire sancties pasten?”

Soeharno benadrukt dat het lastig is hoe en wat je naar buiten brengt als een rechter een maatregel opgelegd heeft gekregen. “Je wil niet dat een rechtszoekende die voor twintig jaar wordt veroordeeld hoort dat twee rechters ooit een berisping hebben gekregen of tijdelijk waren geschorst. Dit is slecht voor het vertrouwen in de rechterlijke macht.”

“Een twijfelpunt bij het wetsvoorstel is artikel 46c,” licht Soeharno toe. Dit artikel maakte eerst alleen ontslag mogelijk bij het toebrengen van ‘ernstig nadeel aan de goede gang van zaken bij de rechtspraak’. Nu komen alle disciplinaire maatregelen in beeld. Dan is de vraag wanneer een lichte maatregel past. “De focus van dit artikel ligt niet bij de vraag of de rechter verwijtbaar handelt – de kernvraag bij tuchtrecht – maar of hij nadeel toebrengt aan de goede gang van zaken bij de rechtspraak. Er is al jaren felle discussie gaande over de vraag of een rechter eerder zo efficiënt mogelijk moet werken – dat levert de rechtbank geld op – of de tijd mag nemen voor een zorgvuldige afweging door bijvoorbeeld meer getuigen te horen of de zaak vaker aan te houden? Maar is nu een langzaam werkende rechter die zeer zorgvuldig werkt, maar niet efficiënt, iemand die schade toebrengt aan de ‘goede gang van zaken’ van de rechtspraak? En kan dit een grond zijn voor berisping? Ik hoop van niet.”

De Eerste Kamercommissie voor Justitie en Veiligheid besprak op 20 februari de procedure. In een procedurevergadering wordt bepaald op welke manier het voorbereidend onderzoek zal plaatsvinden en hoe de verdere voorbereiding zal verlopen. Het voorbereidend onderzoek vindt plaats op 27 maart 2018.