Feminisme: geen mannenhaat maar allianties

Bron: DeBalieTV

Tijdens (Wo)Man Up! vroegen sprekers in de Balie zich af hoe mannen het beste betrokken kunnen worden in het debat over vrouwenemancipatie. Na de recente oproer over #MeToo en de aanhoudende discussie over de loonkloof breidt het debat over gendergelijkheid steeds verder uit. Maar welke rol spelen mannen in dat debat?

Journalist Colin van Heezik ging vorig weekend in gesprek met onder meer Hedy D’Ancona en journaliste Heleen Debruyne. D’Ancona was een van de oprichters van de Man Vrouw Maatschappij, een actiegroep uit de jaren zestig waarmee ze samen met Joke Smit de tweede feministische golf inluidde in 1968. D’Ancona legde deze avond de nadruk op het fysieke protest, om iets in de samenleving voor elkaar te krijgen. Debruyne wees vooral op de groeiende verantwoordelijkheden van zowel de vrouw als man: vrouwen mogen meer initiatief nemen als het gaat om flirten en seksuele relaties, en de huidige generatie mannen moeten zich meer bezighouden met gendergelijkheid.

Van Heezik vroeg zich af waarom veel mannen naar de andere kant lijken te leunen, met Forum voor Democratie als uitgelezen voorbeeld: is Baudet bang voor de nieuwe wereld? Schrijver Sander Kok, ook aanwezig als gastspreker, wees erop dat mannen in het huidige klimaat snel iets verkeerd kunnen doen. Hij heeft het gevoel dat de jonge mannen van vandaag bijvoorbeeld goedkeuring nodig hebben om te flirten in de kroeg. Bovendien zijn er veel situaties waarin mannen zich nauwelijks kunnen verdedigen, zoals bij misbruikzaken of echtscheidingen. In dat laatste geval is het vaak moeilijker voor de man in kwestie om de voogdij over de kinderen te krijgen.

‘Bitcherigheid’

Veel vrouwelijke aanwezigen in de Balie benadrukten dat in hun omgeving veelal lacherig wordt gedaan rondom feminisme, en mensen het vaak aan ‘bitcherigheid’ linken. Naar aanleiding van deze avond spraken we Linda Duits, columnist en sociaal wetenschapper aan de Universiteit Utrecht, over het mannenhatende imago van feministen. “Al vanaf het begin van de tweede golf zijn mannen betrokken geweest, bij [de actiegroep, red.] Dolle Mina en de Man Vrouw Maatschappij zaten ook mannen. Toen werd ook al duidelijk gezegd dat mannen een rol moeten spelen. Halverwege de jaren zeventig zijn mannen uit de beweging gegooid, omdat mannen te veel het woord namen en vrouwen hun stem duidelijker wilden laten spreken. Dat is heel jammer want het heeft uiteindelijk bijgedragen aan het beeld van feministen als mannenhaters.”

Er is behoefte om de term ‘feminisme’ te updaten

Hoewel dit imago vandaag de dag nog steeds heerst – zo werd vorige week nog over “mannenhatende feministische duivelinnen” gesproken in de Amerikaanse senaat – lijkt er na onder andere #MeToo een grote beweging achter feministen gaande, die door sommigen ook wel de ‘vierde feministische golf’ wordt genoemd. Maar ondanks deze hernieuwde beweging, blijkt in de zaal van de Balie dat er behoefte is om de term ‘feminisme’ te updaten naar iets waarin gelijkwaardigheid meer benadrukt wordt en naar voren komt.

Matriarchaat?

Want feminisme gaat ook over mannen, over de emancipatie van de vrouw én de man. Er wordt wel gestreden voor gelijkwaardigheid maar de huidige politiek lijkt nog niet de juiste manier gevonden te hebben waarop dat kan. Zo twitterde Tweede Kamerlid Lillianne Ploumen (PvdA) tijdens de Internationale Vrouwendag dat ze eerder naar huis ging dan haar mannelijke collega’s, omdat vrouwen nog steeds minder verdienen voor hetzelfde werk dan mannen. Journaliste Tamar Stelling schreef op De Correspondent dat dit bizar was, want wil je strijden voor die gelijkwaardigheid dan moet je ook je best doen: “Vrouwen, graaf je vooral dieper in in die bureaustoel.”

Dus hoe zorgen we voor een systeem waarbij mannen en vrouwen voor hetzelfde geld en tijd in hun bureaustoel zitten? Duits benadrukt dat het niet de intentie is van vrouwen om boven mannen te staan: “Het is niet de bedoeling dat het patriarchaat een matriarchaat wordt. Maar iedere emancipatiebeweging heeft hulp nodig van haar onderdrukker, zonder hetero’s hadden we nooit het homohuwelijk er door gekregen en was slavernij nooit afgeschaft zonder de hulp van witte rijke mensen.”

Dus de focus moet gericht worden op de man. “De groep die nu lacherig doet over feminisme, die krijg je niet om. Je moet de groep hebben die hier welwillend tegenover staat, die mensen moet je insluiten. Er zijn mannen die niet volledig profiteren van de mannelijke machtspositie in deze maatschappij; vaders die meer zouden willen zorgen, LHBTI-mensen die zelf ook hinder ondervinden en meer van dat soort mannen moet je hebben. Mannen à la Harvey Weinstein zullen nooit luisteren, maar de mannen die zelf hinder ondervinden wel. Het feminisme moet kijken waar allianties opgebouwd kunnen worden en dat lukt nu al aardig. Dat is één van de constructieve manieren waarop mannen een rol kunnen spelen: ze kunnen het gesprek aan gaan en uiteindelijk samenwerken naar gelijkwaardigheid.”