Het Wilde Westen van virtual reality

State-of-the-art technologieën laten de virtuele werkelijkheid (VR) steeds meer op onze echte wereld lijken. Zo zijn in Japan VR-vakanties al een groot succes en is VR-porno in opkomst. Hoewel het nog futuristisch klinkt, zal zo’n nieuwe ‘wereld’ ook om nieuwe regulatie en wetgeving vragen.

Waar technologie is, is seks. Een voorbeeld hiervan is virtual reality pornografie, dat in de nabije toekomst de normaalste zaak van de wereld zal worden. Op de website PornHub staan al ongeveer 5000 video’s die je in 360 graden kan bekijken. Pornoster Ela Darling, die gebruikt maakt van de VR, gaf eerder al aan dat deze technologie porno humaner maakt voor pornosterren: klanten gedragen zich beter omdat de interactie niet meer zo anoniem is als eerst.

Juridische uitdagingen

De ontwikkelingen in VR-technologieën vormen juridische uitdagingen voor intellectueel eigendom, auteursrecht, privacy en dataveiligheid. En hoewel er wel ethische richtlijnen zijn voorgesteld, bestaat er tot op heden geen VR-specifieke wetgeving als het gaat om strafrecht. En dat terwijl ontwikkelingen als VR-porno daar wel om vragen. 

Professor Bart Custers, universitair hoofddocent aan de Universiteit Leiden.

Professor Bart Custers, universitair hoofddocent aan de Universiteit Leiden en onderzoeksdirecteur bij eLaw, centrum voor recht en digitale technologie, laat weten dat “virtuele werelden niet rechteloos zijn” zoals ze komen. “Soms is het recht zo geformuleerd dat het ook van toepassing is op VR. Bijvoorbeeld wanneer je iemand bedreigt, is dat online net zo strafbaar als in de fysieke wereld. Al kan het soms lastiger zijn de dader te vinden. Daarbij moet het wel gaan om een digitale versie van een echt persoon, niet om een spelfiguur.”

Onder de ‘virtuele gevaren’ die ter discussie staan vallen onder andere de mogelijkheden om pedofilie en verkrachtingen in scène te zetten. “Bepaalde content kan inderdaad geweld of misbruik [red.: in het echte leven] aanwakkeren, maar zulke inhoud is niet zonder meer verboden. Uiteraard is het resulterende geweld of misbruik doorgaans wel strafbaar, zoals het verspreiden van kinderporno.”

Tegenover het maken van VR-beelden met dergelijke inhoud kan een gevangenisstraf van vier of zes jaar staan. “Ondanks dat virtuele kinderporno een zogenaamd ‘slachtofferloos delict’ is, heeft de wetgever het dus toch strafbaar gesteld,” legt Custers uit. Hij zegt het hiermee eens te zijn, vanwege de risico’s van het overstappen naar delicten waarbij wel degelijk slachtoffers vallen.

De grens tussen fantasie en werkelijkheid wordt waziger.

Virtuele misdaad, echte straf?

Sommige academici vinden dat strafrecht geen plek heeft in virtuele werelden, omdat het strafrechtelijk mechanisme niet geschikt is om te reageren op VR-schade. Bovendien moeten overheidsonderzoekers de jurisdictie hebben om criminele activiteiten te onderzoeken. De hierbij benodigde grensoverschrijdende verzameling van bewijsmateriaal vinden de academici vrij omslachtig. Ook verschillende platforms zien het probleem van VR-porno niet in.

Volgens anderen, zoals Custers, is regulering wel wenselijk om wild-west situaties te voorkomen. “Zowel bedrijven als gebruikers hebben baat bij enige rechtszekerheid, betrouwbaarheid en stabiliteit. Als alles zou zijn toegestaan, kunnen gebruikers hun vertrouwen in bepaalde diensten en VR omgevingen verliezen,” aldus de professor. Toch zal het moeilijk zijn om strafrecht in de praktijk te handhaven, omdat de interactie niet plaatsvindt in een fysiek rechtsgebied en mogelijk extraterritoriale rechtsbevoegdheid nodig is.

Nederland hoort internationaal gezien bij de koplopers van cybercrime-wetgeving. Toch zullen VR-werelden de grenzen van ons huidig wettelijk kader nog lang uitdagen, waar het gaat om bijvoorbeeld de lijn tussen fysieke en psychologische schade. Bovendien zal het van invloed zijn op veel meer dan alleen ons rechtssysteem: de grens tussen fantasie en werkelijkheid wordt waziger en onze ethische verantwoordelijkheid wordt daarmee op de proef gesteld. De aanwezigheid van VR zet juridische vraagstukken in een nieuw daglicht en vraagt dus om een tijdige aanpak om criminaliteit te weren.