Vrijwilligerswerk in het buitenland: wat kan je wél doen?

Bron: Unicef

Internationale hulporganisaties komen de laatste tijd veelal negatief in het nieuws. Zo blijkt bijvoorbeeld dat medewerkers van Oxfam International en Artsen Zonder Grenzen zich schuldig hebben gemaakt aan seksueel wangedrag. Maar niet alleen op het gebied van seksueel wangedrag gaat het bij hulporganisaties mis. Internationale hulporganisaties, zoals Projects Abroad, werken vaak samen met jonge vrijwilligers. De afgelopen jaren heeft dit geleid tot een heuse vrijwilligersindustrie, namelijk voluntourism.

De hulp die geboden wordt aan ontwikkelingslanden, wordt al langer bekritiseerd. De term die hiervoor gebruikt wordt is white savior complex. Deze term duidt op het heersende idee dat het ‘witte’ Westen de verantwoordelijkheid heeft om ontwikkelingslanden te redden en te onderwijzen. “Het gevolg hiervan is dat negatieve stereotyperingen van ontwikkelingslanden blijven bestaan,” zo zegt de Nigeriaans-Amerikaans wetenschapper Teju Cole. “De machtsstructuren, die zijn ontstaan tijdens de Europese kolonisatie, worden in stand gehouden.”

Let vooral op je eigen ethische normen en doe niks wat je thuis ook niet zou doen

Schadelijke industrie

Ook jongeren maken zich schuldig aan ‘het verkeerde helpen’. Jaarlijks doen veel jongeren namelijk contraproductief vrijwilligerswerk in ontwikkelingslanden. Jongeren die bijvoorbeeld vrijwilligerswerk doen in een weeshuis, kunnen onbedoeld de hechtingsproblematiek van de kinderen verergeren. Dit vrijwilligerswerk wordt gemotiveerd door idealisme, maar richt uiteindelijk alleen maar meer schade aan.

Naomi Vandamme, klinisch psycholoog en oprichter van hulporganisatie Child Flower, legt uit dat de kinderen uit hun structuren worden gehaald wanneer er voortdurend vreemde mensen zonder expertise in en uit lopen. Antropoloog Willem van de Put, voorheen werkzaam bij Artsen Zonder Grenzen, waarschuwt ook voor ontwikkelingshulp. “Let vooral op je eigen ethische normen en doe niks wat je thuis ook niet zou doen,” zegt van de Put. “Bedenk dat je in Nederland ook niet met kinderen zou werken zonder enige professionele ervaring. Ga op zoek naar betrouwbare lokale organisaties en betaal nooit voor vrijwilligerswerk.”

Het is maar de vraag of je de mensen zelf daarmee helpt, of dat het geld enkel in de zakken van de organisatie komt

Betere alternatieven

Wat kan je dan wel doen? Het belangrijkste is, zo vindt Van de Put, om lokale organisaties te steunen. Vrijwilligerswerk is namelijk een industrie geworden, waarbij grote organisaties vaak misbruik maken van het grote aantal jonge, rijke vrijwilligers. Als vrijwilliger betaal je al snel 2000 euro voor het helpen in het buitenland. Volgens de antropoloog zijn lokale organisaties het meest geholpen bij het administratieve werk. “Het praktische, fysieke werk kan de lokale bevolking zelf ook uitvoeren. Daar hebben zij geen buitenlandse vrijwilligers voor nodig. Het probleem is alleen dat dit vaak niet het spannende werk is waar jongeren naar op zoek zijn,” aldus Van de Put.

Sinds november biedt Unicef, via de campagne #Stopweeshuistoerisme, alternatieven voor vrijwilligerswerk door jongeren. Zo raden zij bijvoorbeeld aan om een online vrijwilliger te worden die een organisatie op afstand helpt bij het ontwerpen van een website of het leiden van een onderzoeksproject. Daarnaast adviseert het kinderfonds om voorafgaand aan het vrijwilligerswerk, deel te nemen aan een studiereis met een learning first benadering. Een groeiend aantal organisaties biedt deze reizen aan, om jongeren te laten leren van professionals en mensen die verantwoordelijk zijn voor ontwikkelingszaken.

Voor meer informatie over goede hulporganisaties kan je de Transparantie-index 2017 van Volunteer Correct bekijken.