Institutioneel racisme: tonen of confronteren?

Foto: Sanne Peper.

Othello is het verhaal van een hooggeplaatste legeraanvoerder in het 15e-eeuwse Venetië. Hij wordt ten val gebracht door zijn jaloerse generaal Jago en vermoordt dientengevolge zijn grote liefde Desdemona en zichzelf. En Othello is zwart. Regisseur Daria Bukvić brengt het stuk nu eens niet als tragisch liefdesverhaal, maar als een stuk over hedendaags institutioneel racisme.

Het gebeurt niet vaak in Nederland dat de gelijknamige hoofdpersoon uit Othello, de moor van Venetië ook daadwerkelijk door een zwarte acteur gespeeld wordt. In Nederland gingen we deze kwestie zelfs dusdanig uit de weg dat in 2006 ons eigen hoofdstedelijke theatergezelschap TGA het stuk speelde met Hans Kesting in blackface. En negen jaar later draaide ZEP Theaterproducties de rollen om en maakte van Othello een witte man in een zwarte wereld.

Gelukkig wordt de rol bij Het Nationale Theater nu voor de tweede keer in recente geschiedenis (Eric van Sauers speelde de titelrol in 2002 bij het Noord Nederlands Toneel) daadwerkelijk door een zwarte acteur gespeeld. Werner Kolf speelt met een ijzige kalmte en onderdrukte woede een indrukwekkende Othello.

Het decor is verbluffend. De spitsaflopende spiegelvloer wordt geflankeerd door lantaarnpalen die in de loop van de avond veranderen in zeilmasten, vlaggen en zelfs galgen. De kostuums zijn witter dan wit en vrijwel alle acteurs zijn lijkbleek door de dikke laag make-up. Kolf is hierin de grote uitzondering. In een oogopslag is duidelijk: deze man is anders. En het maakt niet uit in hoeverre hij zich in kleding of manieren aanpast, hij zal nooit hetzelfde zijn als zijn witte collega’s.

Deze dichotomie wordt in de vertaling van Esther Duysker ook kenbaar gemaakt in het taalgebruik. De woorden waarmee aan Othello wordt gerefereerd lopen langzaam op in heftigheid. Diklip, roetaap, die zwarte. Op het eind, na de vermeende moord op Desdemona, bereikt het gescheld een hoogtepunt: “De neger heeft Desdemona vermoord.”

Bukvić en Duysker hebben een interessante, geactualiseerde versie neergezet van mijn persoonlijke favoriete Shakespearestuk. Maar de commotie en oproer die op 16 februari tijdens het nagesprek uit het (voornamelijk witte) publiek voortkwam, verbaasde mij enigszins. TGA-acteur en voormalig Dichter des Vaderlands Ramsey Nasr stak een mansplainende monoloog af waarbij hij zich afvroeg in hoeverre Bukvić haar doel voorbij schoot door dit stuk van Shakespeare zo aan te pakken. Othello gaat volgens Nasr over jaloezie, niet over institutioneel racisme.

Beste heer Nasr, we leven inmiddels vijftig jaar na Roland Barthes’ Death of the Author. Wat de schrijver al dan niet bedoelde met zijn boek, essay, toneelstuk of gedicht doet er allang niet meer toe. De ervaring en interpretatie van de lezer is leidend. En zeker wanneer het over een stuk van vierhonderd jaar oud gaat, is artistieke vrijheid en actualisering zeker niet ongewenst en al helemaal niet ongebruikelijk.

Dat terzijde vond ikzelf dat de verder indrukwekkende bewerking sterker was geweest waren de instututioneel-racistische elementen meer naar de voorgrond getrokken. Dit bleef nu voor mij meer op de achtergrond hangen, mede door de nog altijd grote rol die de intrigant Jago (een fenomenale Rick Paul van Mulligen) in het stuk heeft.

Het liefdesplot, waarbij Jago uit jaloezie Othello weet wijs te maken dat Desdemona vreemdgaat met Othello’s eigen luitenant Cassio, heeft nog altijd een leidende rol. Het institutioneel racisme wordt veelal getoond zoals we het anno 2018 kennen, met als gevolg dat het sluimert en niet geëxpliceert wordt. De confrontatie met de verstrekkende gevolgen hiervan ontbreekt.

Wellicht was ik enigszins underwhelmed door de deze politieke laag in bewerking omdat ik diezelfde dag ook Black Panther zag, de eerste grote blockbuster met een zwarte superheld in de hoofdrol. Daarin vormen postkoloniale kwesties en met name het institutionele racisme m.b.t. inkomensongelijkheid zeer expliciet het centrale conflict.

De superheld Black Panther komt daarin tegenover een meer historisch-activistische Black Panther te staan. Koning T’Challa van het fictieve Afrikaanse land Wakanda, tevens de superheld Black Panther, houdt alle rijkdom en futuristische technologie binnen de landsmuren en gaat zelfs zover door te pretenderen dat Wakanda het zoveelste derdewereldland is.

Erik Stevens daarentegen, de zogenoemde ‘slechterik’, vindt deze pacifistische politiek juist kwalijk. Overal op de wereld, aldus Stevens, zijn er mensen met eenzelfde uiterlijk die systematisch onderdrukt worden en niet de middelen bezitten om voor zichzelf op te komen. Oftewel: geen Marin Luther King, Jr. zonder Malcolm X.

Persoonlijk deed het conflict in Black Panther mij meer nadenken over institutioneel-racistische kwesties, met name de vraag of het gelijkwaardige doel ook daadwerkelijk de gewelddadige middelen heiligt. Othello toonde mij met name in hoeverre het toch behoorlijk linkse en progressieve theaterveld toch nog altijd flink wat oogkleppen op heeft. Een ding staat buiten kijf: na het zien van deze twee kunstwerken ben ik als witte, heteroseksuele man meer woke dan ooit tevoren.