De toon van het debat

Eind jaren zestig veranderde de maatschappij zichtbaar. De emancipatie van vrouwen en de acceptatie van minderheidsgroeperingen kregen serieus gestalte. Hierbij stonden twee soorten mensen recht tegenover elkaar, die nu worden aangeduid als conservatieven en progressieven. Voor de een ging verandering te snel, voor de ander te langzaam.

Het beeld dat ik voor mij zie: rijke mannen in driedelige-pakken op kantoor, bang om de wereld die ze kennen kwijt te raken, en op straat langharige junkies en losbandige jonge vrouwen, kwaad omdat de wereld niet vandaag al een stukje beter is geworden. Richard Nixon versus John Lennon.

De wereld van nu lijkt op de wereld van toen. Als ik de televisie aanzet en langs alle talkshows zap, zie ik weer twee kanten recht tegenover elkaar staan. Het is kiezen. Óf je bent voor Johan Derksen, óf je bent voor Sylvana Simons. Vind je Thierry Baudet aardige standpunten hebben? Gefeliciteerd, je bent een racist en klimaatscepticus. Vind je Jesse Klaver goed overkomen? Gefeliciteerd, je bent een onrealistische demagoog zonder oog voor de gevaren van terrorisme.

Als ik door de supermarkt loop, in de collegezaal van de universiteit zit of bij de bar in het dorpscafé sta, merk ik hier niets van. Tussen al het gebral en geschreeuw door zie ik een andere wereld. Een veel grotere wereld. Een wereld voor mensen waarin verandering niet te snel of te langzaam gaat, maar simpelweg wordt geaccepteerd of genegeerd. Waarin verandering niet emotioneel beladen, maar een gegeven is.

Wat niet meehelpt aan het geschreeuw is dat de drie traditionele partijen, die zich daarvan weg zouden moeten houden en ons zouden moeten verlichten met ogenschijnlijk simpel en genuanceerde denkbeelden, desondanks meedoen aan de uitersten. De VVD en het CDA verdrinken in een zee van gedateerd symbolisme en identiteitspolitiek, terwijl de PvdA moreel verheven door een megafoon schreeuwt en met een vinger wijst naar iedereen die zich niet aan hun normen houdt.

De toon van het debat is geen afspiegeling van de maatschappij, want de toon van het debat wordt enkel en alleen bepaald door de debaters. Bij een debat is er geen ‘ik weet het niet’ of ‘ik ben het met beide standpunten eens’, want dan is een debat niet interessant genoeg. Het is het een of het ander. Het is goed en kwaad, rechts en links, progressief en conservatief.

Laten we niet de mensen vergeten die ’s morgens naar hun werk gaan, in plaats van iemand op Twitter uit te schelden. De mensen die ’s middags lunchen met vrienden, in plaats van de straat op te gaan met een spandoek. De mensen die ’s avonds een film kijken, in plaats van in een talkshow hun ongezouten en ongenuanceerde meningen spuien. De mensen die praten en niet schreeuwen.

Als we later terugkijken op de jaren tien, zullen we dan de overgrote meerderheid niet vergeten?