Depressie bespreekbaar en in beeld

Dennis. Foto: Olivier Overberg

Is een campagne dé oplossing om het taboe op depressies te doorbreken? Onze redacteur Joanna den Blijker sprak jongvolwassenen met een depressie over de nieuwe campagne ‘Hey, het is oké’ van het ministerie van Volksgezondheid. Fotograaf Olivier Overberg legde de verhalen vast op beeld.

Met ‘Hey, het is oké’ probeert de overheid depressie bespreekbaarder te maken bij voornamelijk middelbare scholieren en vrouwen tussen de 18 en 35 jaar. Volgens het ministerie van Volksgezondheid hebben in Nederland namelijk 800.000 mensen last van een depressie, onder wie veel jongvolwassenen. Een groot deel van hen vindt het lastig hierover te praten. Red Pers geeft vijf van deze jonge mensen die een depressie hebben of hebben gehad niet alleen het woord, maar brengt hen en hun depressie ook in beeld.

Suzan. Foto: Olivier Overberg

“Ik had vaak heimwee naar leuke momenten”

Suzan* (20): “Iemand op tv zei ooit dat een depressie voelt alsof je onder een dikke deken ligt. Je wilt dan niet dat iemand het van je aftrekt, want het is er warm. Maar eigenlijk wil je dat iemand erbij komt liggen en zegt ‘het komt wel goed, je mag wel even blijven liggen’. Ik denk dat dat de beste reactie is die je iemand die depressief is, kan geven. Als omstander moet je zo iemand steunen en zeggen dat het oké is als hij of zij niet mee gaat naar een feestje, dat ze moeten doen wat goed voelt, in plaats van hem of haar te pushen om mee te gaan. Sommige mensen in mijn omgeving pushten me weleens, of raakten geïrriteerd als ik weer eens niet kwam. Dan voelde ik me eigenlijk nog slechter. Ik probeerde er dan wel open over te zijn, en zei dat ik me regelmatig heel misplaatst voelde tussen mensen en ik daarom thuisbleef. Maar dat vonden ze soms lastig te begrijpen. Wat ik ook vaak als reactie kreeg: “Volgens mij ben jij helemaal niet depressief, want we hebben gisteren nog zo gezellig gelachen samen.” Maar zo werkt het niet. Ik had wel leuke momenten, absoluut, maar als het minder ging had ik heimwee naar deze leuke momenten. Dat was vervelend, maar je hoeft het natuurlijk niet altijd naar je zin te hebben. Het lijkt alsof je tegenwoordig altijd maar overal zin in moet hebben, maar dat kan gewoon niet. Ik denk dat het goed is als iedereen iedere dag even een paar minuten zou huilen.”

“Het bespreekbaar maken van depressie is, denk ik, de meest logische stap om depressies tegen te gaan. Ik denk dat de puberteit de kwetsbaarste periode is in je leven, dus vind ik het goed dat de campagne zich op middelbare scholieren richt. Ik denk dat het ook belangrijk is dat mensen weten dat er hulp is, en dat ze daar om mogen vragen. Niemand staat er alleen voor.”

“Ik denk dat veel mannen het gevoel hebben dat ze niet mogen huilen”

Dennis (22): “Depressie is voor mij voornamelijk emotioneel heel erg in de knoop zitten, daarom zit ik op de foto letterlijk in de knoop. Toepasselijk is ook dat ik na het maken van de foto hulp nodig had om me te ontdoen van alle touwen; zo is het ook met depressie. Je komt er niet alleen uit. Mijn nabije omgeving is gelukkig heel steunend geweest. Ik heb wel gemerkt dat er heel veel onbegrip heerst. Mensen reageren heel verschillend als je vertelt dat je depressief bent. De een denkt dat je al bijna dood bent, maar er zijn ook mensen die vinden dat je je aanstelt. Met de mensen die dat laatste zeiden ga ik nu niet meer om. Het probleem is, denk ik, dat veel mensen niet goed weten wat een depressie precies inhoudt, waardoor ze ook niet weten hoe ze erop moeten reageren. Ik wist zelf ook niet goed wat een depressie was voordat ik depressief werd. Het duurde daarom even voor ik eraan toe kon geven en mezelf toestond hulp te zoeken, terwijl zo snel mogelijk hulp krijgen het beste is. Ik vind het daarom goed dat de overheid deze campagne is gestart, al vind ik het jammer dat de campagne zich alleen richt op middelbare scholieren en vrouwen tussen de 18 en 35 jaar. Ik denk namelijk dat onder mannen ook een groot taboe heerst op depressie, vooral omdat ze het gevoel hebben dat ze niet zwak mogen zijn en niet mogen huilen.”

Hannah. Foto: Olivier Overberg

“Naast het feit dat de maatschappij er niet op ingesteld is, bestaat er ook een groot vooroordeel over depressie”

Hannah (25): “Als ik last heb van mijn depressie voelt het alsof ik mijn lichaam niet kan bewegen. Al mijn ledematen voelen dan heel zwaar en krijg ik mezelf niet uit bed. Alles kost dan veel meer energie en niks lukt. Ik ben hier eigenlijk heel open over, iedereen om me heen weet wel dat ik last heb gehad, en soms nog heb, van depressies. Ik denk dat een depressie op zich iets is wat mensen nog wel kunnen begrijpen, als je het een beetje uitlegt. In mijn omgeving nu in ieder geval wel, vroeger op de middelbare school was dat wel een stuk minder. Ik had op een gegeven moment zelfs een mentor die het er niet mee eens was dat ik in therapie zat, want ze vond dat ik me op school moest focussen. Zij deed uitspraken als: ‘Ging het echt slecht met je, dan was je al wel van een brug gesprongen’. Dat was een hele nare ervaring. Ik vind het ook lastig om aan mensen het verschil uit te leggen tussen depressie en je even somber voelen. Dat zeggen mensen namelijk ook weleens als je vertelt over je depressie, dat je het niet zo serieus moet nemen want iedereen voelt zich weleens somber.”

“Ik merk wel erg dat de maatschappij niet is ingesteld op psychische ziektes als depressie. Als ik het college niet trek omdat ik me depressief voel, is dat mijn probleem. Ik heb ook weleens een baantje gehad waar de leidinggevende boos werd als ik me een dag wat minder voelde en daardoor minder vriendelijk was tegen klanten. Toen ik vertelde dat ik last had van een depressie, vertelde hij me dat ik passief om aandacht vroeg. Gelukkig werk ik daar nu niet meer. Naast het feit dat de maatschappij er niet op ingesteld is, bestaat er ook een groot vooroordeel over depressie. Veel mensen zien bij een depressief persoon een extreem emotioneel iemand voor zich, die er heel slecht verzorgd uit ziet. Maar dat hoeft niet. Ook als je nog normaal functioneert kun je depressief zijn. Ik denk dat een campagne wel goed kan werken tegen dit soort vooroordelen, maar ik denk dat voorlichting op middelbare scholen nog beter zou werken.”

Sophie. Foto: Olivier Overberg

“Ik kreeg een kerstkaart met: gelukkig nieuwjaar, veel leuke dingen doen.”

Sophie (22): “Het voelt soms alsof ik op een bootje dobber in de oceaan, en dat ik niet weet waar ik aan moet meren. Ik ben eigenlijk een heel slechte kapitein. De eilandjes die ik in de verte zie, zijn soms vrienden of andere mensen die helpen. Soms zijn het labeltjes, zodat je weet waar je terecht komt of heengaat, met therapie bijvoorbeeld. Die eilandjes helpen af en toe, maar ik zou toch graag ergens definitief willen aanmeren. Tot nu toe heb ik mijn plek nog niet echt gevonden. Mijn vrienden zijn eilandjes waar ik wel even kan blijven; zij steunen me heel erg. Mijn familie is wat minder begripvol. Een van mijn naaste familieleden snapt mijn depressie, of depressie in het algemeen, gewoon niet. Ze zegt dat ik vaker leuke dingen moet doen, en dat het dan wel beter met me gaat. Ik hoor ook vaak van haar dat ik alles op orde heb, en dat ze daarom niet begrijpt dat ik niet gelukkig ben. Met kerst kreeg ik een kaart waarop stond: een gelukkig nieuwjaar, veel leuke dingen doen.”

“Ik denk dat de maatschappij in het algemeen nog heel erg het verkeerde beeld heeft van iemand met een depressie. Ik dacht op de middelbare school ook bij een depressie alleen maar aan een outsider met een alternatieve kledingstijl die zichzelf veel snijdt. Ik denk dat veel mensen dat beeld nu nog hebben, vooral omdat niemand over depressie durft te praten. Er rust een groot taboe op. Omdat weinig mensen voor hun depressie uitkomen, blijven die vooroordelen heersend in de algemene beeldvorming over depressies. Daarom denk ik dat vertellen over je depressie eraan bijdraagt om de vooroordelen de wereld uit te helpen. Niet alleen zo’n campagne, maar vooral voorlichting op de middelbare school kan hierbij helpen.”

Pepijn. Foto: Olivier Overberg

“Het zou mooi zijn als een mannelijk rolmodel zou opstaan.”

Pepijn (27): “Ik voel me altijd een beetje een ezel, ook als ik me niet somber voel. Zelfs een ‘bijzondere’ prestatie neemt dat gevoel niet weg – je bagatelliseert die prestatie en schuift het af op omstandigheden. Dat heeft denk ik te maken met mijn lage zelfbeeld. Als ik me goed voel heb ik niet zoveel last van mijn ezelsmasker, dan kan ik er wel om lachen. Maar als ik me somber voel, dan praat ik mezelf dat idee, dat ik een ezel ben, ook aan. Het masker is natuurlijk ook symbolisch: als je je niet goed voelt, ben je snel geneigd een masker op te zetten zodat andere mensen dat niet zien. Ik denk dat niet veel mensen weten dat ik soms somber ben. Dat komt waarschijnlijk door het feit dat ik prima functioneer als het wel goed gaat, maar ik mensen buitensluit als het niet goed gaat. Daarom zien ze me niet als ik me niet goed voel, en weten ze misschien ook niet dat er iets aan de hand is. Ik probeer de laatste tijd wel meer over mijn somberte te praten, maar ik verbind het dan eigenlijk altijd aan omstandigheden. Dan begrijpen mensen het wel: je voelt je even wat minder goed, omdat je zoveel stress hebt door je studie.”

“Ik denk dat men langzamerhand steeds bewuster wordt van het feit dat je je niet alleen fysiek kapot kan werken, maar ook mentaal. Dat geldt niet alleen voor vrouwen, maar ook voor mannen. Het is belangrijk om aan beide groepen aandacht te besteden, en niet alleen aan middelbare scholieren en vrouwen tussen de 18 en 35 jaar. Ik denk dat alleen een campagne niet veel gaat bijdragen aan de bespreekbaarheid van depressie. Het zou mooi zijn als er rolmodellen zouden opstaan. Al helemaal als dat een rolmodel is met een erg mannelijk imago. Als hij dan zegt: “Hey, het is oké om als man af en toe te huilen,” maakt dat denk ik meer indruk dan een overheidscampagne.”

*Gefingeerde naam, naam is bij de redactie bekend