Vergeten kinderen met onvergetelijke verhalen

Helaas krijgt niet ieder kind in Nederland de kans om zorgeloos op te groeien. Om die kinderen in het zonnetje te zetten, is het deze week ‘De week van het Vergeten Kind’ met het thema ‘de kracht van aandacht’. In de zomer ga ik altijd met zo’n groep ‘vergeten’ kinderen op vakantie. De verhalen en situaties die ik met hen meemaak, zijn onvergetelijk.

Zo’n honderdduizend kinderen in Nederland vallen onder de noemer ‘vergeten’. Maar wie zijn deze vergeten kinderen? Ten eerste zijn dit kinderen die wel thuis wonen, maar onder toezicht van jeugdzorg staan, langdurig in armoede leven of mantelzorgers zijn van een familielid. Ten tweede gaat het om circa 55.000 kinderen die niet (meer) thuis wonen en opgroeien in pleeggezinnen, gezinshuizen, leefgroepen of opvangtehuizen (bijvoorbeeld blijf-van-mijn-lijfhuizen of asielzoekerscentra).

Tijdens deze themaweek probeert de stichting de jongeren onder de aandacht te brengen en een hart onder de riem te steken door middel van een ‘digitale sjaal’. Ook brengen ze de resultaten van een nieuw onderzoek uit, waaruit blijkt dat de kinderen zich geholpen voelen als er naar hen wordt geluisterd. “Dat bepaalt uiteindelijk vaak of een kind het in de toekomst gaat redden of niet,” vertelde directeur Joep Verboeket eerder deze week aan de NOS.

Extra aandacht

Zeilstichting Aeolus is 35 jaar geleden opgericht om de vergeten kinderen wat extra aandacht te geven. Vrijwilligers – bijna allemaal studenten – gaan een midweek met jongeren uit pleegzorg, jeugdzorg en andere instellingen op vakantie. Behalve twee begeleiders die vanuit de instelling meegaan, heeft niemand professionele ervaring als hulpverlener of pedagoog. Het doel is om de jongeren een week lang een leuke vakantie te geven buiten het hulpverleningstraject.

De voorzitter van Zeilstichting Aeolus, Dunya Veenhof, ligt dit project toe. “Begeleiders vanuit de instelling zien grote veranderingen in het gedrag van de jongeren tijdens de vakantie. Op de groepslocatie zijn ze vaak onrustig of zoeken ze ruzie, terwijl ze hier gezellig meedoen en over hun eigen grenzen heengaan. Dat komt doordat er per drie à vier kinderen één vrijwilliger meegaat die hen onverdeelde aandacht kan geven. De vrijwilligers doen het niet om er iets voor terug te krijgen, maar echt alleen voor die jongeren. Zij merken dat en voelen zich daardoor misschien wel meer gewaardeerd.”

Onverwachte verhalen

Als vrijwilliger maak ik bijzondere situaties met de jongeren mee. Een groep jongeren die vaak meegaat komt van een school voor kinderen met zware problematiek, zoals aangeboren gedragsstoornissen (autisme of ADHD) of een slechte thuissituatie waardoor ze last hebben van hechtingsproblematiek of al jong op het criminele pad zijn geraakt. Ik weet nooit van tevoren welk kind waar last van heeft. Toen ik ooit vroeg aan een van de jongens welke huisdieren hij had, kwam er voor mij een totaal onverwacht antwoord: “Mijn moeder heeft een kat, maar die zie ik nooit. In mijn zesde pleeggezin had ik een hond. Mijn elfde pleegouders die ik nu heb, houden niet van huisdieren.” De jongen was zestien en had al vaker van huis gewisseld dan hij zijn eigen verjaardagen had gevierd.

Het is lastig om over de achtergronden van de jongeren te horen. Zo was er ooit een 15-jarig jongetje dat eruitzag als een kind van 12. Hij was enkele jaren daarvoor ernstig ziek geweest en was tijdens zijn ziekteperiode zo goed als in de steek gelaten door zijn ouders. Hij woonde tijdelijk in een kinderhospice en had daar al zijn vriendjes zien sterven. Nu woonde hij in een leefgroep met intensieve begeleiding. Op een ander kamp ging een meisje mee dat niet meer thuis kon wonen nadat haar adoptieouders gingen scheiden en er voor haar geen plek meer was. Jongeren die in een pleeggezin, gezinshuis of leefgroep wonen, hebben allemaal een ander verhaal. Helaas worden deze bijna nooit gehoord en is er weinig aandacht voor deze groep. Dat is een probleem, aangezien sommigen van hen daardoor een gedragsstoornis ontwikkelen en daar altijd last van zullen hebben.

Als ik aan mensen vertel wat voor vrijwilligerswerk ik doe, dan zeggen ze vaak dat het vast dankbaar werk is.

Veenhof herkent de moeilijke verhalen. “Als ik aan mensen vertel wat voor vrijwilligerswerk ik doe, dan zeggen ze vaak dat het vast dankbaar werk is. Daar moet ik altijd een beetje om lachen. Meer dan de helft van de tijd vinden de kinderen alles stom, saai en vies (mede door hun gedragsstoornis) en staan ze je uit te lachen als je weer een nieuw spelletje uitlegt. Als er dan toch een glimlach verschijnt als een jongere zelf leert zeilen, de hele groep plots meezingt bij het kampvuur of je toch een knuffel krijgt bij het afscheid nemen van een kind dat de hele week met een capuchon op zat, dan weet je dat ze stiekem toch wel een beetje genoten hebben.”

Het Vergeten Kind heeft samen met Mensjesrechten een documentaire gemaakt over een 14-jarig meisje in een opvanghuis. Deze korte docu geeft een mooi beeld van de problemen waar kinderen in jeugdzorg tegenaan lopen. Kijk hier de documentaire ‘Als je bij me weggaat’.

Lijkt het jou ook leuk om met jongeren te zeilen? Kijk hier voor meer informatie en geef je op!