Liefdesbrief aan onze stad

De Dapperstraat

Lief Amsterdam: wat ben ik blij om bij je terug te zijn. Ondanks de geweldige ervaringen die ik heb opgedaan in Toronto, weet ik nu meer dan ooit dat jij mijn thuis bent.

Het wordt wel vaker gezegd dat thuiskomen het beste aan vakantie is. Uit eigen ervaring kan ik nu zeggen dat dit gevoel alleen maar sterker wordt als je een halfjaar bent weggeweest. Het afgelopen semester heb ik namelijk doorgebracht in Toronto, Canada, om daar te studeren en vooral ook om daarnaast allemaal leuke dingen te doen. Toronto is in zekere zin ook mijn thuis geworden, en mijn drang om te reizen is verre van gestild. Maar Amsterdam is mijn basis en zal dat altijd blijven.

Wie in onze hoofdstad woont, weet dat de liefde die we hebben voor de grachten, de mensen, en vooral de sfeer, bijna niet in woorden uit te drukken is. Toch hebben meer dan genoeg schrijvers, dichters, en zangers dit in de loop der jaren gedaan. Zoveel zelfs, dat er ondertussen al een tijdje een kaart van Amsterdam bestaat die opgebouwd is uit bijna vijfhonderd citaten over de stad. “De stad is een veel te mooie vrouw / een veel te mooie vrouw / je geeft alles wat je hebt / maar zij geeft geen moer om jou,” is er een van, uit een liedje van de Dijk uit ‘89.

Pas toen ik niet meer in Europa woonde, besefte ik wat een ongelofelijk voorrecht het is om omringd te zijn door zoveel geschiedenis.

Die geschiedenis is dan ook meteen de eerste reden waarom ik zo verliefd ben op Amsterdam. De stad ademt herinneringen, zichtbaar zoals de wolkjes die je uitademt op een koude winterdag. Het oudste gebouw in Amsterdam is de Oude Kerk, waar vanaf 1250 aan gesleuteld wordt, terwijl de eerste bouwwerken in Toronto pas een half millennium later de stad begonnen te vormen. Pas toen ik niet meer in Europa woonde, besefte ik wat een ongelofelijk voorrecht het is om omringd te zijn door zoveel geschiedenis.

Een tweede reden waarom ik zo gelukkig ben om Amsterdammer te zijn, is iets oppervlakkiger. Het uitgaansleven in de hoofdstad is simpelweg niet te overtreffen. Toronto zit natuurlijk bomvol edgy clubs en extravagante figuren, maar daar tegenover staat dan weer dat alles (officieel) om 2 uur ’s nachts sluit. En het is nou eenmaal leuker om met het ochtendgloren over de Amstel heen naar huis te fietsen, dan midden in de nacht een Uber te pakken.

De Torontobrug

Maar niet alleen de sluitingstijd is wat het Amsterdamse uitgaansleven zo leuk maakt: ook de mensen maken de stad wat die is. Sinds ik uit Spanje hierheen verhuisde wil ik al behoren tot de groep meisjes die elke dag weer de stad betoveren. Bloedmooi, Amsterdams in hun sensuele brutaliteit. Maar ze zijn nog slimmer dan dat ze mooi zijn, hun ziel doordrenkt met de geschiedenis die hun stad zo kenmerkt. De observaties die mijn Amsterdamse vriendinnen maken, rokend uit hun raam of met een Zatte op het terras, veranderen dan ook elke week weer mijn kijk op het leven.

Natuurlijk wordt Amsterdam voor mij ook gekenmerkt door de herinneringen die ik aan de stad heb. Zoals zovelen heb ik hier mijn middelbare schooltijd en eerste studentenjaren doorgebracht, mijn leven hier geleefd. Elke hoek van elke straat is niet alleen gevuld met verhalen van bekende schrijvers, maar ook met mijn eigen verhalen. Zo is de Dapperstraat niet alleen waar J.C. Bloem schreef: “Verregend, op een miezerigen morgen,  Domweg gelukkig, in de Dapperstraat.” Ook ik bracht rond die straat mijn eerste jaren als student door. En op deze manier zijn zoveel plekken voor mij een mengelmoes van vertelde verhalen en geleefde herinneringen. James Worthy beschreef dit gevoel over de stad perfect in een van zijn columns voor het Parool:

“Het leven is mooi.

Mooier dan houden van.

Het leven is mooi.

Bijna net zo mooi als Amsterdam.”