Laaggeletterdheid nog steeds een probleem in Nederland

Bron: Pixabay

Leren lezen en schrijven vormt de basis van elk schoolgaand kind. Toch verlaat zeker 5% van de jongeren in Nederland school als laaggeletterde, een stijging ten opzichte van voorgaande jaren. In maart kwamen cijfers naar voren waaruit bleek dat meer dan één op de zeven 15-jarigen niet het taalniveau heeft om normaal aan de maatschappij deel te nemen. Wie zijn die schoolgaande laaggeletterde kinderen?

Iedereen heeft weleens moeite met taal. Tijdens het invullen van de Belastingaangifte moet ik zelf als hoogopgeleide ook soms een woord opzoeken. Accurate beheersing van taal is essentieel om te kunnen functioneren. Maar voor zo’n 2,5 miljoen Nederlanders zou de voorgaande zin niet te begrijpen zijn: zij zijn laaggeletterd. Bij laaggeletterdheid, in tegenstelling tot analfabetisme, beheersen mensen de taal niet goed genoeg om in het dagelijks leven zelfstandig te kunnen functioneren. Door deze achterstand in hun taalontwikkeling zijn ze minder goed in staat verantwoordelijke keuzes te maken en lopen ze meer risico op werkloosheid en het oplopen van schulden.

Ongeletterd op school                                                                                                       Er zijn drie factoren die bijdragen aan taalontwikkeling. Ten eerste het kind zelf, dat genoeg intelligentie moet hebben om überhaupt te kunnen leren. Ten tweede de ouders. Diens opleidingsniveau, sociaaleconomische status en taaloverdracht aan het kind (bijvoorbeeld door voorlezen) spelen allemaal een rol bij de taalontwikkeling van het kind. Tenslotte is school een belangrijke factor. De kwaliteit van de lessen en de begeleiding die het kind op school krijgt, zijn bepalend voor het taalniveau.

Specifieke cijfers die uiteenzetten bij welke groep laaggeletterdheid op school het meeste voorkomt, zijn er niet. Er zijn twee groepen waarbij het taalniveau waarschijnlijk lager ligt dan gemiddeld. Ten eerste vluchtelingen. Zij moeten een hele nieuwe taal leren, stromen laat in bij het onderwijs en hebben vaak, tijdens hun vluchtperiode, langdurig geen les gehad. Daarnaast is laaggeletterdheid een probleem bij pleegzorg.

Niet meezingen                                                                                             Pleegkinderen vallen in de risicogroep om laaggeletterd te worden. “De inzet is dat pleegkinderen zo gewoon mogelijk meedraaien in het pleeggezin en naar het reguliere onderwijs gaan,” vertelt Pleegzorg Nederland. “Het kan wel voorkomen dat pleegkinderen een achterstand hebben opgelopen door wat zij hebben meegemaakt.” Denk hierbij aan een instabiele thuissituatie of het regelmatig wisselen van scholen. Hierdoor lopen zij meer kans op werkeloosheid en armoede in hun toekomst.

Via mijn vrijwilligerswerk kom ik regelmatig in aanraking met pleegjongeren. Zo ga ik eens per jaar met hen op vakantie. Tijdens deze vakanties zingen we liedjes uit een boekje en schrijven we gedichtjes voor de jongeren die ze zelf mogen voorlezen. Elke vakantie is er minimaal één kind dat niet mee kan doen met deze activiteiten, omdat het simpelweg niet goed begrijpt wat er geschreven staat. Extra begeleiding specifiek voor deze groep bestaat nog niet. Ondanks dat jeugdinstanties ernaar streven dat deze jongeren gewoon meekomen met het schoolsysteem, blijft dit een probleem. Pleegjongeren zijn een kwetsbare groep en zij zouden niet op deze manier een achterstand moeten kunnen oplopen.

Laaggeletterdheid blijft een groot probleem in Nederland. Er bestaan initiatieven die het probleem bij volwassenen oplossen door bijvoorbeeld een cursus. Daarnaast is er landelijk aandacht voor voorlezen bij jonge kinderen om hun taalontwikkeling te bevorderen. Een oplossing voor specifiek laaggeletterde schoolgaande jongeren is er nog niet, terwijl juist zij extra hulp verdienen. Gevreesd wordt zelfs dat het aantal zal stijgen aangezien jongeren maar weinig lezen. Er is meer aandacht nodig voor dit probleem, want ‘schoolgaande laaggeletterde’ zou een oxymoron moeten zijn dat niet bestaat.