Dood door beleid?

Bron: Wikimedia Commons

De overvolle rubberboten waarmee vluchtelingen de Middellandse Zee over proberen te steken zijn een schrikbarend symbool geworden van wat de “vluchtelingencrisis” genoemd wordt. Maar waar hebben we het eigenlijk over wanneer we over de “vluchtelingencrisis” praten? Een crisis van vluchtelingen, of een crisis van de EU? Ik spreek met migratiedeskundige en hoogleraar Henk van Houtum van de Radboud Universiteit en activist en migratie-expert Vincent de Jong.

Samen met historicus Leo Lucassen bracht Van Houtum in 2016 het boek ‘Voorbij Fort Europa’ uit. In dit boek leggen ze uit hoe het EU-grensbeleid niet werkt, zelfs averechts werkt, en hoe het volgens hen beter kan. De grens van de EU is verreweg de dodelijkste ter wereld. “En die doden zijn het gevolg van het eigen grensbeleid,” aldus Van Houtum.

Selectie aan de poort

Om dit te begrijpen zullen we volgens Van Houtum terug moeten gaan naar  het moment dat Schengengebied werd opgericht. Alle EU landen besloten in 1985 om de onderlinge grenzen te openen en een gezamenlijke buitengrens af te spreken. Vervolgens werd in 2001 een lijst van landen opgesteld waarin vaststond aan welke visumverplichtingen de burgers van die landen moesten voldoen om het Schengengebied in te komen. Burgers van de VS komen zonder visum het Schengengebied in, terwijl iemand uit bijvoorbeeld Eritrea wel een visum nodig heeft. In de praktijk komen mensen uit de ‘negatieve’ lijst, bestaande uit 135 voornamelijk arme landen, vrijwel nooit in aanmerking voor zo’n visum.

Volgens Van Houtum is dit op twee manieren verkeerd. Ten eerste is het volgens hem moreel verkeerd aangezien we zo “discrimineren op basis van herkomst”.  “Volgens artikel 1 van onze eigen grondwet mag dit niet, maar op mondiaal niveau is dus nog steeds dit de politieke praktijk” stelt Van Houtum. Ten tweede ziet hij hoe door het strenge visumbeleid de paradox ontstaat dat een legale asielaanvraag in veel gevallen alleen via non-reguliere wegen mogelijk is. Iedereen heeft immers het recht om asiel aan te vragen in de EU, maar veel mensen kunnen niet via legale wegen in de EU komen om aanspraak te maken op dit recht. “Hiermee creëert de EU dus zelf ruimte voor de smokkelindustrie,” aldus Van Houtum, “want juist non-reguliere migratie maakt smokkel profitabel.”

Kat-en-muisspel

Volgens de migratiedeskundige is er een neergaande spiraal ontstaan waarin de EU en de smokkelindustrie een kat-en-muisspel spelen. Het sluiten van grenzen creëert een markt voor mensensmokkelaars, die de EU vervolgens aan zegt te pakken. Maar het gevolg daarvan is weer dat de prijzen van de smokkelaars omhooggaan. “Sinds 2015 is de grensindustrie aldus ontploft met een toename van dertien miljard. Met ongeveer hetzelfde bedrag is de smokkelindustrie toegenomen.” In deze wapenwedloop tussen de grensindustrie en de smokkelindustrie zijn de vluchtelingen het slachtoffer, met de slavenhandel in Libië als meest extreme voorbeeld. In het boek ‘Voorbij Fort Europa’ spreekt Van Houtum dan ook wel van “dood door beleid”.

Het EU-grensbeleid heeft niet alleen effect op migranten die naar de EU proberen te komen. De EU is namelijk bezig haar grenzen te externaliseren en grensbeleid uit te besteden aan allerlei vaak minder democratische regimes. De deal met Turkije is misschien de bekendste, maar ook met tientallen andere landen in Afrika worden deals gesloten. “Grenslijnen worden daar op ‘bevel’ van de EU versterkt en dichtgetimmerd,” licht Van Houtum toe.

Een Syrische man springt over het prikkeldraad bij de Turks-Syrische grens.
Bron: Laszlo Balogh

‘Bufferstaten’

Vincent de Jong is activist en heeft middels de organisatie All Included contact met verschillende migrantenbewegingen en migranten die actief zijn in Afrika. De staten waarmee de EU deals sluit noemt hij “bufferstaten”. “Hun taak is om als een soort gendarme voor Europa op te treden en te zorgen dat migranten niet eens tot aan de feitelijke grens van Europa komen maar al eerder worden tegengehouden,” zegt De Jong. Dit doen ze in ruil voor geld, training en wapens, betaald met Europees ‘ontwikkelingsgeld’. “Europa probeert deze vorm van mixed migration tegen te houden, en houden dus ook mensen tegen die volgens het verdrag van Genève wel mogen aankloppen voor asiel.” Deze inmenging van de EU in het grensbeleid vinden sommigen landen moeilijk volgens De Jong omdat je aan de soevereiniteit komt van die landen.

Net als Van Houtum ziet De Jong de negatieve effecten van het Europese beleid voor de veiligheid van migranten, zowel rond de Middellandse Zee als in Afrika zelf. Doordat de legale routes door de politie en het leger worden afgesloten, worden mensen gedwongen andere routes te nemen en van smokkelaars gebruik te maken. Er is volgens De Jong op die manier een geldsysteem ontstaan waarbij smokkelaars in Libië contact hebben met personen in bijvoorbeeld Eritrea, en er  zijn allerlei tussenpersonen actief langs de migratieroutes door Afrika. Internationaal wordt er zo samengewerkt om geld te verdienen aan migranten, zij het middels smokkel, losgeld of slavenhandel. Al ten tijde van Ghadaffi was er “een nauwe samenwerking tussen lokale autoriteiten en smokkelaars” zegt De Jong. “Dat is niet wezenlijk veranderd, hoewel er door de verslechterde situatie in Libië nu meer mensen meedoen in de mensensmokkel.”

“Accepteer migratie als onderdeel van een mondiale samenleving.”

Zowel De Jong als Van Houtum zijn hierom nogal sceptisch over de harde houding van de EU tegenover mensensmokkelaars. Ze pleiten voor andere oplossingen, zoals het zorgen voor legale migratiekanalen en het mogelijk maken van meer circulaire migratie. Van Houtum pleit daarnaast voor een normalisering van de discussie over migratie. “We maken voortdurend onderscheid tussen mensen, maar die zijn niet vanzelfsprekend en bovendien politiek geladen,” aldus Van Houtum. “Plaats alles in perspectief, en accepteer migratie als onderdeel van een mondiale samenleving.”