Hoe Montréal het thuis van daklozen geworden is

Wie dacht dat New York veel daklozen kent, is nog niet in Montréal geweest. De stad is een pijnlijk voorbeeld van de zwerverproblematiek in Canada. Max van Geuns, Onze Man in Montréal, legt uit hoe erg de situatie is en hoe het zo ver heeft kunnen komen.

Al twee maanden verkeer ik nu in het wilde Canada, ruim een maand ben ik inwoner van Montréal. Mijn studie aan McGill University verloopt voorspoedig, ik woon in een prachtig appartement met drie leuke huisgenoten en ik vermaak me kostelijk met studenten die uit de hele wereld hierheen zijn gekomen. Kortom:
life treats me well.

Toch is er één ding waar ik maar moeilijk aan kan wennen. Terwijl ik naar de universiteit loop, als ik boodschappen doe of wanneer ik ’s nachts over de drukke straten wandel, kan ik er niet omheen: daklozen die me smeken om wat kleingeld. Dit fenomeen kent iedereen, zelfs in Amsterdam – maar niet in deze angstaanjagende, ongekende hoeveelheden.

Een straathoek bereiken zonder op een bedelaar te stuiten is een zeldzaamheid

Tot nu toe kende ik alleen New York als welvarende stad vol daklozen, een schril contrast. Maar dat was nog niets vergeleken met het aantal zwervers in de één na grootste Franstalige stad ter wereld. Het wemelt hier van de arme landlopers. Een straathoek bereiken zonder op een bedelaar te stuiten is een zeldzaamheid, al dan niet onmogelijk.

Daklozen in cijfers

Sinds de jaren ’80 is het aantal daklozen in Canada door het dak gegaan, aldus onderzoek van The Canadian Observatory on Homelessness Paper Series in 2016. Deze enorme toename kwam door massale bezuinigingen op de sociale woningbouw en het wegvallen van andere ondersteuning vanuit de verzorgingsstaat.

Vroeger waren daklozen in het straatbeeld van Canada vooral grijze, alleenstaande mannen. Of het positief is, valt te betwijfelen, maar nu is het daklozen-spectrum een stuk diverser: jonge vrouwen, kinderen en hele families leven tegenwoordig op straat.

Jaarlijks weten minstens 235.000 Canadezen hoe het is om dakloos te zijn. Hiervan zitten er meer dan 3.000 in Montréal, waarmee de stad dus nog ‘meevalt’ ten opzichte van andere steden. Nog altijd zijn het vooral oudere mannen, maar het aantal vrouwen (bijna dertig procent) en jongeren (bijna twintig procent) is niet meer zo klein als vroeger.

Kiezen voor de straat

Alhoewel het daklozenbeleid een nijpende kwestie voor de Canadese overheid moet zijn, maken de laatste jaren niet meer daklozen gebruik van opvang, maar juist minder. Dit heeft vooral te maken met de drukte in de centra, maar ook met de samenstelling ervan: het zijn vooral de drugsverslaafde, zieke en criminele daklozen die onderdak zoeken. De relatief ‘gezonde’ en ‘goede’ daklozen willen daar niet mee in aanraking komen en kiezen liever voor een zelfstandig leven op straat.

Veel van mijn vrienden weten niet eens waar ze moeten zijn voor hulp

Volgens de daklozen zelf is niet alleen een gebrek aan opvangcentra en sociale woningbouw het probleem, maar ook de informatievoorziening. “Ik had een paar vrienden die succesvol waren in het vinden van onderdak,” zegt een van hen. “Maar velen weten niet eens welke diensten beschikbaar zijn en waar ze moeten zijn voor hulp.”

Politieke beloften

Toch wordt er wel iets gedaan aan de daklozen-malaise in Canada. Sinds het aantreden van de nieuwe regering-Trudeau worden de bezuinigingen op de sociale woningbouw deels teruggedraaid. In totaal wordt ruim anderhalf miljard euro ‘teruggestort’ over een periode van twee jaar.

Of dit gaat leiden tot een verbetering van de situatie in Montréal, gaat vooral van de lokale verkiezingen afhangen. De gemeenteraad heeft hier aardig wat macht en op 5 november is de wisseling van de wacht. Zittend burgemeester Dennis Coderre belooft er jaarlijks 950 sociale huurwoningen bij te bouwen.

Maar Valérie Plante, leider van de oppositie in Montréal en Coderre’s tegenkandidaat voor het burgemeesterschap, zegt dat kiezers geen woord van Coderre’s beloften moeten geloven. “Als er iets is waar hij de afgelopen tijd niets aan heeft gedaan, is het wel woningbouw.” Dit zou dan ook het speerpunt zijn van Projet Montreal, de partij van Plante.

Of het nu aan Trudeau, Coderre of Plante is, het zal hoe dan ook jaren duren en veel moeite kosten om de hordes aan zwervers van straat te halen en aan onderdak te helpen. Om toch op zijn Cruijffiaans met een positieve nooit af te sluiten: ieder nadeel heb z’n voordeel. Nu ik de problematiek in Montréal heb ervaren, besef ik me maar al te goed dat wij het in Nederland in ieder geval beter geregeld hebben met de daklozenopvang, de voedselbank en de verzorgingsstaat in het algemeen. Hopelijk blijft dat ook onder Rutte III (en daarna) het geval.