De schijnmaatregel die het lenende studenten nog moeilijker maakt

Beeld: creditrepair.com

Afgelopen dinsdag presenteerden de nieuwe coalitiepartijen hun regeerakkoord, het resultaat van de langstdurende formatie ooit. Het 55 pagina’s tellende document draagt de titel “Vertrouwen in de toekomst”, maar na het lezen van de plannen omtrent het leenstelsel voor studenten, heb ik iets minder vertrouwen in mijn eigen toekomst.

Ik maakte in het schooljaar 2015/2016 deel uit van de eerste lichting studenten die onder het leenstelsel viel. Natuurlijk baalde ik, maar ik liet me niet afschrikken. Ik schreef me in voor een universitaire opleiding, met de gedachte dat de studieschuld van latere zorg zou zijn. Sommige van mijn klasgenoten durfden de stap om een grote lening aan te gaan echter nog niet meteen te nemen na het behalen van hun middelbareschooldiploma en gingen eerst een jaar werken. De toestroom van scholieren uit het voortgezet onderwijs en het middelbaar beroepsonderwijs naar het hoger onderwijs daalde dat jaar van 71 naar 64 procent.

Een illusie

De coalitie presenteerde in het regeerakkoord een plan dat het aantal eerstejaars weer moet doen aantrekken: het eerste jaar aan de hogeschool of universiteit gaat nog maar de helft van het collegegeld kosten, een korting van zo’n duizend euro. Dit gaat de overheid de komende vier jaar ongeveer 200 miljoen kosten, maar dat geld komt gelukkig voor hen niet uit eigen zak: dat geld halen ze gewoon weer bij de studenten vandaan. De coalitie wil namelijk het ‘maximaal lenen omdat de rente toch zo laag is’ tegengaan door de rente op studieschulden te verhogen. Hoeveel dat oplevert? Ongeveer 200 miljoen euro.

Het is dus een illusie voor de eerstejaarsstudenten dat ze korting krijgen, ze betalen het zelf namelijk later weer terug. Tariq Sewbaransingh, voorzitter van de Landelijke Studentenvakbond, benadrukt dit: “De partijen doen alsof ze met de halvering van het collegegeld investeren in de toegankelijkheid, maar in de praktijk investeren ze geen cent.” Daar komt nog bij dat studenten die lenen de studenten zijn die het minder breed hebben, en zij betalen dus ook voor het voordeel van de studenten die niet hoeven te lenen.

Lenen zonder er de vruchten van te plukken

Maar wat betekent dit voor de studenten als ik, die de volle mep hebben betaald voor hun eerste jaar studeren, die net twintig jaar oud zijn, maar nu al een schuld van meer dan 10.000 euro hebben? Voor ons gaat de rente omhoog, wij betalen straks voor de korting van anderen, voor een korting waar wij zelf niet van hebben kunnen profiteren.

De schijnmaatregel uit het regeerakkoord.

Ook Kate Wildschut, net begonnen aan de studie Nederlandse Taal & Cultuur, voelt zich benadeeld: “Dat deze korting alleen geldig is voor de mensen die in 2018 beginnen met studeren vind ik oneerlijk. Alle studenten die niet meer kunnen genieten van de basisbeurs zouden moeten kunnen profiteren van deze aanbieding, zonder daar zelf de rekening voor te moeten betalen door de verhoging van de rente.”

Niet alleen betalen wij dus straks voor de korting voor anderen, wij betalen ook voor hun betere onderwijs. Het leenstelsel is namelijk ingesteld met het doel meer geld te kunnen investeren in de kwaliteit van het onderwijs. Dit heeft echter tijd nodig, waardoor alleen toekomstige eerstejaarsstudenten van de verbeteringen kunnen profiteren.

De maatregel is ineffectief

Je zou hier tegenin kunnen brengen dat het aantal eerstejaarsstudenten als gevolg van die korting uiteindelijk wel weer zal gaan toenemen, maar ook dat is maar de vraag: uit onderzoek van het Centraal Planbureau blijkt namelijk dat een korting van 1000 euro niet de angst wegneemt bij aanstaande studenten om te gaan lenen. Bovendien trekt het aantal eerstejaarsstudenten na een dipje nu juist weer aan, zoals Jet Bussemaker bij de invoering van het leenstelsel al voorspelde. De korting is dus waarschijnlijk niet eens nodig, en zal ons, de huidige studenten, meer kosten dan het ons oplevert.

Als ik het in de taal van mijn leeftijdsgenoten zou mogen zeggen, zou ik zeggen dat ik me behoorlijk “genaaid” voel door deze schijnmaatregel. Ik heb me erbij neergelegd dat ik moet lenen en dat ik nog jaren zal doen over het terugbetalen van mijn studieschuld. Maar hoewel ik weet dat goed onderwijs geld kost, kan ik mij er niet bij neerleggen dat ik nóg meer moet betalen voor een schijnmaatregel die zowel mij als toekomstige studenten niks gaat opleveren. Bovendien: kun je studenten meer in de schulden steken om je eigen maatregel te bekostigen, die niks met de kwaliteit van het onderwijs te maken heeft?

Dus, meneer Rutte, Buma, Segers en Pechtold, hoe krijg ik, en alle andere studenten die onder de eerste drie jaar van het leenstelsel vielen, het vertrouwen in onze toekomst weer terug?