Twee werelden in één stad

Hoewel Canada momenteel een van de meest populaire premiers heeft met een sterk verzoenende boodschap, zijn er nog een hoop tegenstellingen te overwinnen in het uitgestrekte land. Max van Geuns, Onze Man in Montréal, vertelt over zijn eerste ervaringen in het franstalige Québec. “Ze kunnen wel gewoon Engels, maar ze willen het niet.”

Na mijn eerste college Ecological Economics, een vak waarin ze hier verder gevorderd zijn dan bij ons, loop ik voor de zoveelste keer de adembenemende campus van McGill op. Tijdens mijn eerste twee weken in Montréal heb ik het grote hof met iconische gebouwen al meermaals bewonderd, puur omdat het kan. Ik loop over het schone pad van grind langs de vele bomen en het indrukwekkende hoofdgebouw. Daarop wappert trots de vlag van de universiteit in rood en wit; de kleuren van Canada.

Na tien minuten lopen verlaat ik de 32 hectare aan campus en ben ik plots in de drukke binnenstand van Montréal. Engelstalige wegwijs-bordjes maken plaats voor Franstalige verkeersborden. Ik loop een Starbucks in en waan me gauw weer in Amerikaanse sferen, maar schrik op als de dame achter de kassa mijn bestelling opneemt. “Bonjour monsieur,” begint ze in het lokale Québécois. “Qu’est-ce que vous voulez?” Ondanks mijn beperkte franse vaardigheden antwoord ik: “One tall Americano, please.” Want ze kunnen natuurlijk wel gewoon Engels, ze willen het alleen niet.

Tijdens een rondreis door zowel het Engelstalige Ontario als het Franstalige Québec las ik als inburgeringscursus het boek Common Ground van Justin Trudeau. De Canadese premier publiceerde het boek in 2014, een jaar voor de grote verkiezingswinst van ‘zijn’ Liberals. Het is niet alleen een schitterende autobiografie van een bewonderenswaardig politicus, maar ook een handige cultuurbijbel van het veelzijdige land. Hij beschrijft de westkust versus de oostkust (en het niemandsland daartussen), de enorme natuurgebieden tegenover de dichtbevolkte steden en het voormalige Britse gebied tegenover de Franse nederzetting. De titel van de gebundelde memoires verraadt zijn visie: deze tegenstellingen moeten overbrugd zien te worden.

In een gesprek met een lokale studente neem ik de proef op de som: “Voel jij je nou eigenlijk meer Canadees of Québécois?” Zonder aarzeling zegt ze: “Québec. Wij zijn gewoon anders. We spreken een andere taal, we hebben andere gewoontes en onze economie draait beter dan in de rest van Canada. We leven een Europese lifestyle, maar bevinden ons op een ander continent. We spreken de Franse taal, maar zijn absoluut geen Fransen. Je zou onze cultuur nog beter met die van de Britten of Russen kunnen vergelijken. Maar zeker niet met die van de Canadezen.”

Onder Justin Trudeau zal Québec niet snel onafhankelijk worden, maar deze afscheiding is dichterbij de werkelijkheid gekomen dan je misschien zou denken. In 1995 mocht de provincie al voor de tweede keer hierover stemmen in een referendum. Uiteindelijk won de ‘No-side’ (tegen afscheiding) met precies 50,58 procent.

“All these years later, I still think back to that day from time to time and imagine how much our country would have changed if a mere 27,145 No voters had decided to cast their lot with the separatists. Canada would probably no longer exist. And what message would we have offered the world? If even a country as respectful of its diversities as ours had failed to reconcile its differences, what hope would the rest of the world have of getting along? To this day, that question is one that drives me.”

Alhoewel zowel mijn mede-student als Trudeau een goed punt hebben, neig ik toch in te stemmen met de premier van mijn voorlopige nieuwe thuishaven: als zo’n geweldig en divers land als Canada zich laat opsplitsen door de cultuurverschillen die het juist zo geweldig en divers maken, is er weinig hoop voor de mensheid over. Gelukkig laat die dag nog even op zich wachten. Ik geniet zolang nog even van mijn Canadese universiteit én de Starbucks, waar ik me voortaan maar gewoon aanpas. “Merci madame, au revoir!”


Dit semester zitten vijf van onze redacteuren voor hun studie in het buitenland. Wekelijks vertellen zij over hun leven als correspondent.