Van gevaarlijk naar innovatief: de transformatie van Medellín

Foto: Juan Alberto Casado/TheRoadProvides

Waar een klein groepje toeristen zich heeft verzameld galmt harde reggaeton-muziek uit de speakers. Drie jonge jongens houden een breakdance battle op straat. Er wordt gelachen en gekletst, een peuter waggelt mee op de maat van de muziek en naderhand gooit een aantal gulle toeschouwers wat geldstukken in de rondgaande pet.

Wie niet beter zou weten, zou denken dat de volksbuurt Comuna 13 in Medellín altijd zo levendig en vredig is geweest. Iemand die eind vorige eeuw op zoek was naar een aangename vakantiebestemming, boekte echter liever géén ticket naar Colombia. Het Zuid-Amerikaanse land stond bekend om haar bloedige conflicten en de noordwestelijke stad Medellín in het bijzonder domineerde jarenlang de lijst van gevaarlijkste steden ter wereld. De wijk Comuna 13 werd beschouwd als haar meest gewelddadige en criminele district. Nu wordt het woord ‘gevaarlijk’ steeds vaker vervangen door ‘innovatief’ en bloeit het toerisme als nooit tevoren.

Hoe zat het ook al weer?
Populaire media zoals de Netflix-serie Narcos, geven een beeld van het Medellín dat werd gedirigeerd door de alom bekende Pablo Escobar. Colombia werd echter al geteisterd door geweld vóór de tijd van El Patrón Escobar. La Violencia (het Geweld) verwijst naar het bijna tienjaar durende conflict tussen de Liberale en Conservatieve Partij. In 1958 werd er een compromis gesloten, maar de oorzaken voor het latere Colombiaanse conflict waren al gecreëerd. Midden jaren zestig brak er een burgeroorlog uit tussen de Colombiaanse overheid, linksgeoriënteerde guerrillagroepen, rechtse paramilitaire groepen en de drugsbendes. Het tij begon te keren rond 2002 en in 2010 startte president Juan Manuel Santos vredesonderhandelingen met de verschillende partijen. Een hoogtepunt was de afronding van de vredesonderhandelingen met de FARC, in 2016.

Een aangescherpt reisadvies

De afgelopen maanden regende het negatieve berichten uit Colombia. Na de ontvoering van twee Nederlandse journalisten en de zinking van een toeristenboot scherpte het ministerie van Buitenlandse Zaken het reisadvies voor het Zuid-Amerikaanse land aan. Toch trekt een groot aantal toeristen zich niets aan van het toegenomen aantal rode gebieden op de Colombiaanse kaart van het ministerie. Ondanks de blijvende associatie met drugs en geweld, heeft het land namelijk wel degelijk een gigantische transformatie ondergaan.

In het jaar 2015 kende de stad Medellín 550 moorden onder haar 2,5 miljoen inwoners. Dat lijkt veel en dat is het ook, in vergelijking met bijvoorbeeld Nederland, dat in hetzelfde jaar 120 moorden kende. In het jaar 1991 werden er echter maar liefst 7500 moorden gepleegd in de Colombiaanse stad, die toentertijd nog 1,6 miljoen inwoners telde.

Een parade van geweld

Camilo Borja (26 jaar) groeide op in het Medellín van de turbulente jaren negentig. “Ik was zeven jaar oud toen ik voor het eerst een lijk zag,” vertelt hij. “Het was in 1998 en ik liep naar school toen ik zag hoe wat mensen zich verzamelden om een lichaam. Er lag een witte deken overheen. Of nou ja, rood.” Borja legt uit hoe weinig impact dit op hem maakte. Hij liep verder naar school en hervatte zijn dag.

We raakten gewend aan de afschuwelijke gebeurtenissen

Waar Borja zich het meest over verwonderd is hoe normaal geweld, conflict, moord, kidnappings en explosies als kind voor hem waren. “Door de verschillende manieren waarop de Colombiaanse situatie zich uitte was het nieuws iedere dag opnieuw een parade van afschuwelijke gebeurtenissen. Maar het bijzondere is hoe we eraan gewend raakten en hoe we een moment bereikten waarop we niks meer zeiden. Misschien omdat er niets meer te zeggen viel.”

Hoe de stad werd verbonden

Nu is alles anders. Medellín heeft een sociale en urbane transformatie ondergaan, kent een bloeiend uitgaansleven en is aantrekkelijk voor beginnende ondernemingen. Borja is afgestudeerd in biomedische wetenschappen, maar focust zich op het geven van toeristentours in Medellín. Bijna iedere dag leidt hij grote groepen bezoekers rond, want het toerisme in Colombia is met maar liefst 250 procent gestegen sinds 2006. Op de plek waar hij als zevenjarig jochie een lijk op straat zag liggen, is in 2004 een kabelbaan gebouwd.

Twintig minuten duurt het om in die kabelbaan naar de wijk Santo Domingo te reizen, die tegen de heuvels van Medellín aankleeft. Het vervoersmiddel is rechtstreeks verbonden met het moderne metronetwerk van de stad. De Paisas (benaming voor inwoners van de stad Medellín en omliggende provincies) zijn buitengewoon zuinig op het openbare vervoer, dat zoveel voor hen betekent. “Geweldig,” betaamt een middelbare vrouw die al haar hele leven in een sloppenwijk woont, terwijl de gondel over duizenden rode bakstenen huizen en golfplaatdaken zoeft. “Vroeger duurde het drie uur om vanuit mijn woonplaats in het centrum te komen. Nu zijn er veel meer mogelijkheden om, bijvoorbeeld, beneden in het rijkere gedeelte te werken.”

Niet alleen verminderde de kabelbaan het letterlijke gat tussen de sloppenwijken en de rijkere buurten, ook bracht de constructie de inwoners figuurlijk dichter bij elkaar. De inwoners van armere barrios leden vaak onder de diepgewortelde vooroordelen die de rijkere stadsgenoten over hen hadden, maar het ‘sociale urbanisme’ – zoals de term luidt die de gemeente aan de transformatie toewees – bracht hier verandering in. Het stoppen of verminderen van stigmatisering en bestaande stereotypen over de bewoners, heeft volgens velen positieve gevolgen voor de ongelijkheid in het algemeen.

Sightseeing in de sloppenwijken

Ook in Comuna 13 heeft de gemeente geïnvesteerd. Midden in de wijk staan nu publieke roltrappen, die het vele malen makkelijker maken de steile heuvels te beklimmen. Het is er een vrolijke boel, met oranje overkappingen en kleurrijke muurschilderingen. Toeristen kunnen barrio tours doen, waarin ze worden rondgeleid door de buurt en lokale gidsen die vertellen over de heftige geschiedenis, de creatieve projecten en de hoopvolle toekomst. Maar waar enthousiastelingen zijn, zijn ook sceptici.

Slum tourism is de internationale naam voor het fenomeen dat ook in Medellín te vinden is. Sommige onderzoekers stellen dat deze vorm van toerisme gebaseerd is op bestaande ongelijkheid. Omdat iedereen zich blijft conformeren aan hun bestaande rol – die van toerist of arme sloppenwijkbewoner – zou het een structuur genereren waarin deze ongelijkheden blijven bestaan.

Slum tourism kan een enorme goede impuls aan de sloppenwijken geven

Kria Djoyoadhiningrat, oprichter en directeur van de organisatie SLUMFIGHTERS, is het hier niet mee eens. Volgens hem kan het een enorme goede impuls aan een bepaald gebied geven, zolang er op een goede manier met de opbrengsten wordt omgegaan. Daarnaast benadrukt hij hoe belangrijk het is de wensen van de lokale bewoner te respecteren. “Door als gelijken met de bewoners om één tafel te zitten, kom je erachter wat hun belangen en benodigdheden zijn.” Er zijn voorbeelden van plekken waar het slum tourism weinig goeds heeft gedaan: de buurt La Boca in Buenos Aires (Argentinë) is getransformeerd tot toeristische enclave, maar de omliggende wijk heeft hier niet de vruchten van kunnen plukken.

Volgens Djoyoadhiningrat heeft het slum tourism in Medellín wél een goede kans van slagen. “Door in duurzame aspecten als infrastructuur te investeren, maak je het leven voor de sloppenwijkbewoners echt makkelijker en beter. Slum tourism is slechts een modieus gegeven; uiteindelijk is de overheid een sleutelfactor in het verdelen van de opbrengsten.”

Moord is niet meer normaal

Het doel van Medellín om de voorheen verbannen gebieden te ontgrendelen, lijkt in ieder geval te slagen. Naast de kabelbanen en roltrappen zijn er bibliotheken, architecturale projecten, een leenfietssysteem en de bouw van culturele en educatieve centra. Verbinding van de stad en haar bewoners staat centraal, wat volgens Borja zorgt voor een groot gevoel van saamhorigheid. Daardoor geven mensen echt om alle nieuwe faciliteiten en gaan ze er zuinig mee om.

Het leven van Borja en zijn medebewoners van Medellín is positief veranderd. Waar een inwoner van de stad zich eerst amper buiten zijn eigen wijk kon begeven, kunnen de mensen nu gaan en staan waar ze willen. Het belangrijkste voor Borja is het feit dat moord en terreur voor hem geen alledaagse kost meer zijn. “Op dit moment beginnen we een proces van zelfgenezing en realiseren we dat iemand vermoorden níét normaal is. Ik denk dat het tijd kost, maar ik merk wel een verschil in mijn persoonlijke leven. Hoe iedere moord nu iets betreurenswaardigs is. Niet: ‘gewoon nog een dode’. Op die manier waarderen we ons leven steeds meer, iedere dag opnieuw.”