Waarom een zware ontgroening werkt (maar vernedering niet)

Foto: Schlijper.nl

Ontgroeningen van studentenverenigingen zijn vaker dan ooit in het nieuws. Het aantal incidenten groeit en ook dagelijkse praktijken en gewoontes worden vaak bekritiseerd. Is die corporale aanpak nou wel nodig? Sociaalpsychologen geven het antwoord: de zware ontgroening van een groep werkt, individuele vernedering en intimidatie niet.

“Zwaarder afzien kweekt een hechtere groepsband,” concludeerde sociaalpsycholoog Leon Festinger al in 1957 bij zijn onderzoek aan de University of Stanford. Aspirant-leden zouden hun club na een zware groentijd beter kunnen waarderen dan studenten die een vereniging zonder ritueel zijn binnengekomen.

Andere sociaalpsychologen die onderzoek doen naar studentenverenigingen en ontgroeningen halen het Stanford-onderzoek graag aan. Veel vergelijkbare onderzoeken zijn er niet: van de ruim dertig Nederlandse hoogleraren psychologie die benaderd zijn voor dit artikel, gaven de meesten aan geen tot weinig kennis te hebben over het onderwerp.

Groepsgevoel

Arjaan Wit, universitair hoofddocent psychologie aan de Universiteit Leiden, heeft met zijn expertise op het gebied van groepsdynamica wel genoeg te zeggen over het nut van ontgroeningen. Zestig jaar na Festinger zegt ook hij: wie het zwaar te verduren krijgt, raakt ervan overtuigd dat het wel de moeite waard moet zijn. “Als ze mij dit kloterige laten doen, moet het wel heel bijzonder zijn.”

Arjaan Wit.

Dit was ook de conclusie van sociaalpsycholoog Hein Lodewijkx, die in de jaren negentig onderzoek deed naar de effecten van een ontgroening. Zijn onderbouwing voor de suffering leads to liking-theorie: in zware groentijden ondersteunen feuten elkaar, waardoor ze vanzelf naar elkaar toe groeien. Daarnaast draagt uniforme kleding en een nieuwe naam bij aan het ontnemen van iemands individuele karakter en dus aan het groepsgevoel.

Lodewijkx betwijfelt echter of zo’n ontgroening echt nodig is. In tegenstelling tot het onderzoek van Festinger en andere publicaties die aantonen dat een hardere aanpak leidt tot betere groepsbinding, zijn er volgens hem ook onderzoeken die aantonen dat hoe erger de ervaring, hoe minder leuk je de groep gaat vinden. Tegenstrijdige conclusies, dus. Hoe zit dat precies?

Vernedering

Sociaalpsycholoog Liesbeth Mann lijkt het antwoord te weten. Zij promoveerde in januari op de emotie ‘vernedering’, het gevoel onterecht te worden gedegradeerd, bespot of gekleineerd. Mann ontdekte dat psychische vernedering tijdens de ontgroening helemaal niet verbroedert. Sterker nog, zo zegt Mann: “Hoe erger de vernedering, hoe groter de neiging wraak te nemen op de ontgroeners.”

Vooral als je iemand in zijn eentje voor schut zet voor de hele groep, ondermijnt dat het groepsgevoel. Meisjes in bikini’s die zich in een rijtje van knap naar lelijk moeten opstellen, verlegen jongens dwingen urine te drinken, een stevig meisje voor tweehonderd anderen in een babybadje te kakken zetten of een jongen laten speechen terwijl hij met bier wordt overgoten, wordt uitgescholden en uitgelachen (allemaal gangbare ontgroeningsrituelen): het werkt niet.

Foto: WaarBenJij.nu

“Vernedering is nooit wenselijk, laat dat duidelijk zijn,” stemt Wit voorzichtig in met deze nuancering. Maar waar de lijn tussen een zware ontgroening en vernedering dan precies ligt, durft hij ook niet te zeggen. “Mijn zoon werd tijdens zijn ontgroening apart gezet met een houten bord om zijn nek waarop stond: ‘ik kan mijn grote mond niet houden.’ Hij had commentaar gegeven en dat kon natuurlijk niet. Daar moest iedereen om lachen, dat werkt en dat mag.”

Lichamelijk en geestelijk letsel, dat kan en mag niet. Ook niet volgens Wit. “Maar dat is moeilijk in te schatten. Weten die ontgroeners veel, wat iets met iemand anders doet. Een buitenlandse student uit een andere cultuur reageert ook weer anders op een bepaalde opmerking dan een nuchtere Nederlander.”

Seksistische bangalijsten

Waar sowieso een einde aan moet komen is de seksuele intimidatie, met name van vrouwen. Dat zegt Roos Vonk, de vierde Nederlandse sociaalpsycholoog die zich bezig heeft gehouden met dit onderwerp. “Waarom doen studenten, het meer weldenkende deel van de bevolking, mee aan gevaarlijke vernederingsrituelen en seksistische bangalijsten [lijsten waarop vrouwen gerangschikt worden op basis van prestaties in bed, – red.]?” Haar verklaring: de menselijke behoefte om erbij te horen en de angst om wrijving te veroorzaken in een groep.

Roos Vonk. Foto: Duwtje.nl

“We zien onszelf als heel individualistisch, maar we zijn van nature groepsdieren,” zegt Vonk. Volgens haar laten ‘nullen’ teveel over zich heen lopen en moeten met name meisjes zich uitspreken tegen ongewenste intimidatie. “Een leuke, weldenkende groep — een groep waar je bij wilt horen — zal dat verwelkomen. Bovendien blijkt dán opeens dat velen die hun mond hielden ook al hun bedenkingen hadden.” Wit, een collega van Vonk, is dit met haar eens.

Risicomanagement

Dus wat moeten verenigingen nu doen met hun ontgroeningen? Volgens Wit gaat het om risicomanagement. “Net zoals het over risico gaat bij drukke voetbalwedstrijden. Kunnen we wel met zoveel mensen in een gebouw? Kan dat kampvuur wel in de buurt van die boerderij met dat rieten dak? Dan worden het aantal incidenten vanzelf minder.”

Volgens Wit zal de huidige media-aandacht ook bijdragen aan het verbeteren van ontgroeningsrituelen. “Ik denk dat alle verenigingen nu zo alert zijn, dat ze vergaande rituelen eerst voorleggen aan hun senaat. De hele wereld kijkt mee.”


Dit is het vijfde artikel van een serie over het corps en andere studentenverenigingen. Lees hier de inleiding met het begin van de Amsterdamse kennismakingstijd (groentijd), hier de tweede editie over de geschiedenis van de Nederlandse corpora en ontgroeningen, hier het derde stuk waarin (oud-)leden terugkijken op een mooie tijd, en hier artikel vier over slutshaming in het corps.