Het corps: meer dan alleen bier drinken

Het beeld op de sociëteit anno 1954. Alle feuten werden toen nog kaalgeschoren tijdens de ontgroening. Hier begint het haar van de nieuwelingen net terug te groeien.

Ook dit jaar hebben honderden studenten zich ingeschreven voor de kennismakingstijd van het Amsterdamse corps (A.S.C./A.V.S.V.). Ondanks het negatieve beeld dat vaak door de media wordt geschetst, houden leden en oud-leden er ook goede ervaringen aan over. Volgens hen is daar een reden voor: “het is iets wat je voor de rest van je leven meeneemt.”

In de maatschappij wordt al snel neergekeken op het corps. Velen zien het als een elitaire groep die haar deuren niet graag opent voor buitenstaanders. Daarnaast is het corps de laatste tijd veelvuldig negatief in de media gekomen. De ontgroeningen zouden uit de hand lopen en het doel daarvan zou niet meer verbroedering zijn, maar “zo zuur mogelijk doen.”

De rector van de Senaat van het A.S.C./A.V.S.V. (Amsterdamsch Studenten Corps en de Amsterdamsche Vrouwelijke Studenten Vereeniging) Boris Bekkering uitte eerder dit jaar zijn zorgen in het reünistenblad Nos Iungit Amicitia. Hij mist de humor in de ontgroeningen en werkt samen met de rest van de Senaat aan een ommekeer van deze trend.

Waar is die ontgroening goed voor?

“Het urenlang zoemen, dagenlang vies eten en nooit douchen, dat verbroedert”, berichtte het NRC eerder dit jaar. Maar een vernedering daarentegen zou níet verbroederen. Hier denkt Jan Overberg (in 1954 lid geworden bij het A.S.C.) anders over. Volgens hem leert de blootstelling aan een collectieve vernedering je een tegenslag te ondergaan en vergroot het je incasseringsvermogen.

Leren accepteren dat er ook dingen niet zo leuk zijn, vindt Overberg een belangrijk punt: “zeker in de huidige maatschappij waar alles tegenwoordig leuk moet zijn.” Toch zijn er volgens hem ook grenzen. “De kunst is dat je samen met 125 man (red.: het aantal aanmeldingen anno 1954) zegt ‘dit doen we niet’. Dat is de collectiviteit. Dat verbroedert.”

“Ook in het bedrijfsleven zal je tegenslag ondervinden en dan is het belangrijk hoe je daar als individu, maar ook als collectief mee omgaat.” Dat de ontgroening niet de leukste tijd van je studentenleven is, beaamt Overberg. “Er kan een glas bier over mij worden uitgestort en dat vind ik niet leuk, maar daarna ga ik naar huis, douche ik en dan is het klaar.” Door op die manier met tegenslag leren omgaan, vindt hij zo gek nog niet. Het bezoeken van de sub-verenigingen (red.: kleinere (en vaak sport-)verenigingen binnen het corps, zoals bijvoorbeeld A.S.R. Nereus) tijdens de ontgroening vond hij daarentegen wel ontspannen.

Doordat je er met z’n allen zo hard voor hebt gewerkt, krijg je een bepaalde trots

Wanneer Frederik de Groot (in 2014 lid geworden bij het A.S.C./A.V.S.V.) op zijn ontgroening terugkijkt vond hij het eigenlijk wel meevallen. “Het is soms zwaar, maar je maakt ook ontzettend veel grappige dingen mee.” Ook heeft hij het als leerzaam ervaren. “Je leert omgaan met druk.”, vertelt hij. Zo moest hij vaak voor een groep een goed verhaal improviseren of een stelling verdedigen. “Je komt er daardoor echt sterker uit.”

Het heeft voor hem ook een sterk groepsgevoel gecreëerd. “Doordat je er met z’n allen zo hard voor hebt gewerkt, krijg je een bepaalde trots”, aldus de Groot. Hij denkt dat zo’n sterk groepsgevoel ervoor zorgt dat je veel gemotiveerde en trouwe leden overhoudt. “Dat is iets wat je de rest van je leven meeneemt.”

Toen Georgie Bleeker vorig jaar de groentijd van het R.S.C./R.V.S.V. (Rotterdamsch Studenten Corps/Rotterdamsche Vrouwelijke Studenten Vereeniging) in ging, sprak zij geen woord Nederlands. Ze wist dat het een uitdaging zou worden, maar nam zich voor dat je een taal altijd kan leren. Uiteindelijk is zij de periode goed doorgekomen.

Georgie Bleeker (in 2016 lid geworden van het R.S.C./R.V.S.V.)

Volgens Bleeker is de ontgroening niet per se ontworpen om leuk te zijn, maar om hechte vriendschappen op te doen en om jezelf te testen. “Je leert voor jezelf op te komen doordat je continu op de proef wordt gesteld. Tijdens de ontgroening doorsta je met z’n allen dezelfde dingen en dat creëert een gevoel van saamhorigheid” gaat Bleeker verder.

Het corps heeft voor Bleeker een snelle toegang tot het Nederlandse studentenleven geboden. Binnen twee weken kende ze honderden studenten, had ze een gezellige jaarclub én een kamer in Rotterdam. “Elke keer als ik nu naar de binnenstad ga, kom ik wel iemand tegen.”

Dat je tijdens je verenigingsleven een enorm netwerk opdoet, is van alle tijden geweest. Mevrouw Overberg zegt over haar man: “overal waar hij komt, kent hij wel iemand.” Grappend voegt Overberg daaraan toe: “hoewel ik de namen nu wel wat moeizamer voor de geest kan halen.”

En de excessen?

Die kwamen vroeger ook voor. Overberg vertelt hoe een medelid, later uitgegroeid tot hockey-international, tijdens de ontgroening een hockeybal op het hoofd van een van de feuten had gelegd. Vervolgens had hij zijn hockeystick gepakt en probeerde hij de bal van de jongen zijn hoofd af te slaan. “Dat is dus misgegaan.” Daar voegt zijn vrouw nog aan toe dat hij ‘zo zat als een kanon was’. Ook dat incident werd toentertijd opgepikt door de landelijke pers.

Jan Overberg blikt met plezier terug op zijn tijd in het corps. Foto: Olivier Overberg

Dat het vroeger ook gebeurde maakt het er niet minder erg op, vindt Overberg: “de excessen, die moet je veroordelen. Iemand tegen zijn hoofd aan trappen is gewoon idioot.” Daar voegt hij vervolgens nog aan toe: “wat daar gebeurt kan je ook op straat overkomen. Maar zodra zoiets binnen het corps gebeurt, wordt de negatieve associatie gelijk aan het hele corps gekoppeld.”

“Kortzichtig”, noemt de Groot dat wanneer een hele vereniging zwart wordt gemaakt. “Het is jammer want een bepaalde groep verpest het daardoor enorm voor de rest”, zegt hij.

Na de ontgroening

Behalve dat het corps vele feesten, gala’s, diners en andere sociale activiteiten organiseert, draagt het ook iets bij aan de samenleving. Zo vertelt de Groot dat er ieder jaar een marathon is, waarbij disputen zo veel mogelijk geld proberen binnen te halen voor stichting M.O.E.T.. Die sub-vereniging van het Amsterdamse corps zamelt geld in om onderwijs te ondersteunen in Burkina Faso. Vergelijkbare evenementen worden ook in Rotterdam georganiseerd, waarbij onder meer geld wordt opgehaald voor KWF Kankerbestrijding.

Het is eigenlijk een soort sociale universiteit

Volgens de Groot is het corps ook een intensieve sociale wereld, waarbij je ook basale dingen leert als etiquette, omgaan met machtsverschillen en autoriteit. “Het is eigenlijk een soort sociale universiteit”, concludeert hij.

Overberg bevestigt dit. Doordat er zoveel verschillende besturen zijn, komen naar zijn zeggen al snel leiderschap en andere bestuurlijke vaardigheden bij kijken. “Om bijvoorbeeld een lustrum vlekkeloos te laten verlopen, moet je heel wat organiseren”, vertelt Overberg.

Kortom: een genuanceerder beeld dan de negatieve beeldvorming in de media over uitsluitend de excessen.

Enkele namen in dit artikel zijn vanwege privacyredenen veranderd.


Dit is het derde artikel van een serie over het corps en andere studentenverenigingen. Lees hier de inleiding met het begin van de Amsterdamse kennismakingstijd (groentijd) en hier de tweede editie over de geschiedenis van de Nederlandse corpora en ontgroeningen.