Mensen kijken

Thijs Booden

Al jaren loopt er een roodharige kat in mijn straat. Hij loopt alsof de straat van hem is. Langzaam, elegant, met bravoure. Ik heb dat beest altijd al eens willen aaien, maar dat mag niet van zijne koninklijke hoogheid. Als ik mijn hand uitsteek, rent ‘ie weg.

Ook nu, als ik naar mijn bushalte loop, wandelt de kat met z’n majestueuze gezicht omhoog langs mij heen. Ik besluit geen moeite te doen. Hij is overduidelijk aan het provoceren, en weet dondersgoed dat ik hem wil aaien. Wat denkt dat kutbeest wel niet? Dat ik er weer intrap? Hij kan de tering krijgen.

Ik heb afgesproken met een studievriendin bij een café op het Leidseplein. We zitten op een terrasje en al snel besluiten we mensen te gaan kijken. Het is donderdagavond, ze komen in grote getalen voorbij. Toch is het makkelijk ze van elkaar te onderscheiden.

Een groep knappe meiden in korte jurkjes, klaar om de hele avond gratis drank te ontvangen van hitsige tienerjongens. Britse toeristen op zoek naar een plek om de avond van hun leven te hebben, maar ze hebben geen idee waar ze moeten zijn. Hitsige tienerjongens, klaar om de hele avond drankjes te kopen voor knappe meiden, om uiteindelijk gefrustreerd een bushokje te slopen omdat ze toch geen beethadden.

Om niet mijn hele avond mensen te blijven kijken en analyseren begeef ik mij naar een club in de Korte Leidsedwarsstraat, waar collega’s van dit medium een feestje aan het vieren zijn. Drie van mijn hoofdredacteuren zijn er. Op het feest draait Jody Bernal, de zanger van de gevoelige chanson en tranentrekker Que si, Que no.

Ik sta met stijgende verbazing naar mijn collega’s te kijken. Waar we op maandagmiddag nog serieus spraken over de problematieke teloorgang van de invloed van de journalistiek voor de samenleving met dank aan de alternatieve feiten van de fake news media, beweren mijn collega’s nu ladderzat dat nog een extra shotje tequila mij goed zal doen. Met open mond kijk ik naar mensen die doorgaans schrijven over ‘komkommertijd’ in de politiek of de invloed van klimaatverandering op augurken en perziken, en nu los staan te gaan op Sk8ter Boy van Avril Lavigne.

Ik kan niet ontkennen dat ik een van mijn leukste avonden van het afgelopen jaar heb gehad. Van mensen kijken naar collega’s kijken. Ik heb een kant gezien van Red Pers die ik nog niet kende. Tot voor kort dacht ik dat het allemaal voormalig Vossius-leerlingen waren die daadwerkelijk op donderdagavond zaten te bediscussiëren of kunst wel of niet een linkse hobby is. Ik zat verschrikkelijk mis.

Ik loop verstrooid terug naar mijn voordeur, met een drankje te veel op, kleren gescheurd en schoenen onder de modder. Daar ligt de roodharige kat. Hij kijkt naar mij. Hij keek naar mij zoals ik de hele avond op een arrogante manier naar andere mensen zat te kijken. Ik ga op mijn knieën zitten en aai hem. Het mag. Eindelijk.