Herinnering aan een vergeten brouwerij

Met brouwerij Poesiat & Kater is Amsterdam weer een aantal speciaalbieren rijker. Victor van Drielen las het boek Geloof in de Brouwerij, en laat zien hoe deze oeroude bieren al een rijke geschiedenis achter de rug hebben. De geschiedenis van een vergeten brouwerij.

Op de hoek van de Hoogte Kadijk en Buiten Kadijken in Amsterdam Oost, op steenworp afstand van Brouwerij ’t IJ, prijkt een zuil met daarop een gekroonde valk. Deze zuil is ooit ter ere van het honderdjarig bestaan van brouwerij De Gekroonde Valk bij de toegangspoort van de brouwerij geplaatst en was tot voor kort het enige overblijfsel van 216 jaar Amsterdamse biergeschiedenis.

Inmiddels zijn verschillende oude biertjes weer op de markt gebracht door brouwerij Poesiat & Kater. Deze biertjes, onder anderen de Extra Stout en het Princesse Bier, worden volgens traditioneel recept gebrouwen, maar met een moderne twist. Waar komen deze bieren vandaan?

Van Vollenhoven

De bieren van De Gekroonde Valk zijn vernoemd naar de familie van Vollenhoven die het bedrijf in 1791 overnam. Jan Messchert van Vollenhoven hoorde bij de stedelijke elite van Rotterdam en trouwde in die periode met de Amsterdamse koopmansdochter Elisabeth van Poorten. Kennis van bierbrouwen had van Vollenhoven niet, maar door het ontbreken van een biergilde in Amsterdam kon hij op deze manier makkelijk toetreden in het ambacht. Dit gaf hem sociaal-politieke macht in zijn nieuwe leefomgeving.

Foto: Online veilinghuis Catawiki

In de achttiende eeuw bestonden ondergistende bieren, zoals pilsener, nog niet en was het brouwen van bier zeker niet eenvoudig. In deze tijd werden in Nederland enkel bovengistende bieren gebrouwen. Deze bieren zijn afhankelijker van de weersomstandigheden. Daarbovenop was het brouwproces moeilijker te reguleren en was er een gebrek aan schoon water. Ondanks alles werd bier door vrijwel iedereen gedronken. Echter toen de belastingen op bier hoger werden (zelfs hoger dan op gedestilleerde dranken) en er een stijging van de graanprijzen kwam, verloor bier zijn positie als volksdrank. In het begin van de negentiende eeuw stond De Gekroonde Valk dan ook aan de rand van de afgrond.

Hoogtijdagen

Met grondige modernisering, de opkomst van het spoorwegennet en een steeds meer wetenschappelijke manier van brouwen overleefde De Gekroonde Valk deze moeilijke periode en bleef over als één van de drie grote brouwerijen naast brouwerijen De Haan en De Hooiberg. Onder leiding van Willem Hovy groeide zij zelfs uit tot de grootste brouwerij van Nederland. Het Princesse Bier en met name de Extra Stout waren erg populair.

Dit veranderde allemaal plotseling met de uitvinding van pilsener. Ondergistende bieren werden al langer gemaakt in met name Duitsland. Hoewel het brouwproces voor deze bieren langer duurt, is het minder bevattelijk voor bacteriën en daardoor is het eindresultaat voorspelbaarder. In Nederland mislukte in eerste instantie alle pogingen om ondergistend bier te verkopen.

Heineken

In 1870 lukt het ene Gerard Adriaan Heineken wél om succesvol ondergistend bier te produceren. Dit succes is vooral te danken aan zijn Duitse brouwmeester Wilhelm Feltman, die veel kennis had van ondergistend bier dankzij zijn Duitse achtergrond. Na enkele moeizame jaren ontwikkelde Heineken zich al snel tot een grote brouwerij met hoge winsten. De Gekroonde Valk behaalde haar grote winsten voornamelijk met de export naar koloniale gebieden én met haar paradepaardje de Extra Stout. Om mee te gaan met de concurrentie werd besloten om ook ondergistend bier te brouwen.

Foto: biernet.nl

Rondom de eeuwwisseling naar de twintigste eeuw tekenden zich de problemen voor De Gekroonde Valk. Hoewel de winsten hoog waren en de bieren van topkwaliteit, daalde de verkoop van het stout-bier en ondertussen werd de concurrentie op de pilsmarkt alleen maar scherper. Na de Eerste Wereldoorlog uitte zich dit dan ook snel in de cijfers. Heineken en Amstel waren de grootste brouwers van het land, De Gekroonde Valk behoorde tot de subtop.

216 jaar bier

De wereldhandel kende in de jaren ’20 en met name de jaren ’30 een terugslag en zorgde voor dalende exportcijfers voor de brouwerijen. Deze daling liet zich vooral in De Gekroonde Valk voelen omdat een groot deel van haar productie naar het buitenland werd verhandeld. Voornamelijk de koloniën waren een belangrijk afzetgebied voor de brouwerij. Daarnaast had De Gekroonde Valk een marketingprobleem. Heineken profileerde zich als een luxebiertje en Amstel was voor de arbeiders. De Gekroonde Valk verkocht hun bier altijd als een gezonde drank, iets waar men in de twintigste eeuw niet meer in geloofde. Deze combinatie zorgde voor een financiële achterstand, die fataal bleek te zijn.

Terwijl andere brouwerijen aan schaalvergroting deden en allerlei kleine brouwerijen opkochten, kon De Gekroonde Valk hier niet aan meedoen. De gehele jaren ’30 bleven de cijfers rood en toen deze weer zwart werden in 1940 bedroeg de winst slechts 700 gulden. Na eerdere mislukte pogingen om de brouwerij over te nemen, sloot de toegangspoort van de Gekroonde Valk uiteindelijk in 1949.

Nu, 68 jaar later, is de zuil aan de Hoogte Kadijk niet meer het enige tastbare restant van de ooit zo toonaangevende brouwerij. In Nederlands razendsnel ontwikkelende biercultuur is nu ook plaats gevonden voor een herwaardering van haar voorouders. Sinds maart 2017 is de brouwerij Poesiat & Kater geopend in Amsterdam-Oost en worden de van Vollenhoven bieren weer als vanouds gebrouwen. De vergeten brouwerij is weer tot leven gekomen.