De journalistiek doet het zo slecht nog niet

Foto: Pixabay

Aan iedere serie komt een eind, zo ook aan de mijne. Vanaf februari schreef ik tweewekelijks ofwel over de toekomst van de journalistiek, ofwel over wat er in mijn ogen misgaat in de journalistiek.

Toen ik de artikelen nalas, viel het me op dat ik best pessimistisch was. Ik omschreef de journalist als een lulletje rozenwater, voorspelde dat de krant over twintig jaar verdwenen is en dat de betaalmuren van journalistieke websites vaak een wassen neus zijn.

Krampachtige uitgevers
Ik kijk al jaren met stijgende verbazing naar hoe de media, en met name de krantenredacties, zich verhouden tot de inmiddels niet meer zo nieuwe uitgeefmogelijkheden. Krampachtig wordt vastgehouden aan een niet-werkend verdienmodel en er wordt weinig geïnvesteerd in nieuwe verdienmodellen.

Sommige kranten gaan met babystapjes over op internet, terwijl de oplages dalen als een dolle

In ‘Waarom uitgevers als de sodemieter aan de bak moeten’ schreef ik: ‘Als je ziet hoever de Correspondent is gekomen met hun verdienmodel en slechts weinig middelen, hoever zou een Persgroep of Mediahuis kunnen komen als ze een substantieel deel van hun middelen inzetten op vernieuwing?’ Natuurlijk schoor ik hier een hoop kranten over één kam, maar sommige kranten gaan met babystapjes over op internet, terwijl de oplages dalen als een dolle.

Terwijl ik de serie schreef, had ik een mentor: Frits van Exter, voormalig hoofdredacteur van Vrij Nederland en Trouw. Hij las mijn artikelen voor publicatie en daar kwam weleens wat mopperend commentaar op. Hij vond dat ik buiten beschouwing liet dat de veranderingen voor de journalistiek zich snel opvolgden, waardoor het lastig bijbenen was voor de uitgevers.

En dat is natuurlijk ook zo; bovendien is niks zo moeilijk te veranderen als de mens (en de journalist). Daarnaast zijn veranderingen kostbaar en op het moment dat er geïnvesteerd moest worden, zegde half Nederland z’n krantenabonnement op door de crisis. Daar ging aan vooraf dat de gratis nieuwswebsites als nu.nl een vlucht namen, waardoor de kranten al iets achterliepen.

Foto: Pixabay

Begrijpelijk dus dat de krantenredacties achterbleven. Maar het is op den duur ten koste gegaan van de journalistiek: minder inkomsten betekent minder journalisten in vaste dienst en meer freelancers.

Positieve noten
Toch ontbrak het in mijn artikelen een beetje aan positieve noten. Ik schreef niks over de Coöperatie, een organisatie die de positie van freelance journalisten ondersteunt, geen woord over het nieuwe digitale initiatief van de Persgroep, Topics (waarin alle artikelen van de Persgroepkranten verzameld worden), wat niet op het eerste gezicht al een ramp is en over hoe de Nederlandse pers het nepnieuws goed gepareerd heeft.

En natuurlijk zijn er Blendle en De Correspondent, Nederlandse initiatieven die hun vleugels uitslaan over de grens. Zo slecht is het nog niet gesteld met de Nederlandse journalistiek: er is veel aandacht voor nieuwe ontwikkelingen bij de nieuwe platforms en het barst van de lezingen en bijeenkomsten over media en journalistiek, waar wordt gediscussieerd over het heden en de toekomst van het vak.

Het kan aan alle kanten beter met de Nederlandse journalistiek, maar we zijn enigszins op de goede weg

Feit blijft dat er genoeg reden is om je zorgen te maken over de journalistiek. Van de nieuwe Netflix-documentaire Nobody Speak, Trials of the Free Press over de Amerikaanse pers, kreeg ik een kleine paniekaanval. Het is goed dat we bewust worden gemaakt van het belang van een vrije en goede pers. Maar in mijn serie bleef ik misschien iets te pessimistisch. Het kan aan alle kanten beter met de Nederlandse journalistiek en het moet sneller beter als de journalistiek wil overleven, maar we zijn enigszins op de goede weg.