Jaap en zijn angsten

Thijs Booden

Dit is het verhaal van Jaap. Jaap is begin twintig en studeert aan de universiteit. Ik ontmoette hem op een borrel, we raakten aan de praat en Jaap en ik hielden contact. We bleken dezelfde humor te hebben. Er was echter iets vreemds aan Jaap. 

Welke studie Jaap volgt weet ik niet meer, het doet er ook niet zo veel toe, want Jaap is het prototype van een doorsnee student. Veel drinken, roken en bijlenen om het drinken en roken te bekostigen. Het enige aparte aan Jaap is dat hij telkens het eerste half uur van een borrel of feestje niets zei en erg onrustig overkomt. Tijdens die borrel dacht ik dat Jaap gewoon een alcoholist was, zoals een goed student betaamt, pas gezellig na drie bier.

“Nee, nee, Thijs, dat zit anders,” zei Jaap toen ik hem ermee confronteerde. “Ik heb een angststoornis. Pas als ik een beetje gewend ben, mij op mijn gemak voel en stiekem ook na een paar biertjes, dan voel ik mij goed. Daarvoor heb ik angsten, paniek, dan breekt het zweet mij uit, snap je?” Goh, dacht ik, dat heb ik nog niet eerder van iemand gehoord. Jaap heeft dus eigenlijk een heel moeilijk leven?

“Nee, valt mee. Je leert er mee omgaan. Je zou eens moeten weten hoeveel mensen hier last van hebben.” Diezelfde avond ging ik het internet op om kennis over het onderwerp te verwerven. En inderdaad, in 2011 zijn er meer dan een miljoen mensen gediagnosticeerd met een angststoornis.

Ik maak een grove fout door aan Jaap te vragen waar hij dan precies bang voor is

Het is eigenlijk bizar dat we er dan zo weinig over weten, toch Jaap?  “Het is en blijft een taboe. Mensen durven er niet over te praten. Terwijl ik durf te wedden dat op mijn universiteit, op iedere universiteit eigenlijk, er veel studenten lopen met dezelfde problemen.” Ik vraag Jaap of ik een column over hem mag schrijven, om het onderwerp aan te kaarten. Hij vindt het goed, al was het maar alleen om anderen die ook last van angsten hebben te laten weten dat ze niet alleen zijn.

Ik maak een grove fout door aan Jaap te vragen waar hij dan precies bang voor is. Angsten hebben we toch immers allemaal? Ik ben bijvoorbeeld bang voor slangen. Jaap kijkt afkeurend mijn kant op. “Dat is de meest stupide vraag die je kunt stellen en toch is het de vraag die het meest gesteld wordt. Die angsten kunnen namelijk van alles zijn, vaak is het zelfs de angst voor de angst. Dat je ooit een paniekaanval hebt gehad, vervolgens bang bent dat ‘ie terugkomt op een ongunstig moment en dat je op die manier weer paniek aanwakkert… Het kan zelfs zomaar een keer in de Albert Heijn gebeuren, waardoor je daarna niet meer naar de plaatselijke supermarkt durft.”

De laatste keer dat ik Jaap zag voor het schrijven van deze column, zag hij er ogenschijnlijk gelukkig uit. Hij stond schaterlachend een sigaret te roken. Ik mocht ook ten allen tijde geen medelijden hebben met Jaap, hij was alleen op zoek naar begrip. “Natuurlijk ben ik gelukkig man. Wat denk jij nou? Dat ik de hele tijd verdrietig ben omdat ik wat tegenslag heb? Ik sta hier toch een sigaret te roken met mijn beste vrienden, dat is toch heerlijk?”

Terwijl ik een slok van m’n biertje neem en check of de studiefinanciering al gestort is op mijn telefoon, denk ik: eigenlijk zijn we allemaal een beetje zoals Jaap.