Amputatievoetballer Timo (19): “Het spel betekent veel voor mij”

Foto: Tess Castelijn

Onze columnist Frederique Teillers komt uit Landsmeer, zo ook Timo Graver (19). Zijn verhaal is zowel verdrietig als inspirerend. Hij heeft kanker, moest zijn onderbeen laten amputeren en verloor dit voorjaar zijn vader aan dezelfde ziekte. Toch zit Timo vol met energie, hij vertegenwoordigt Nederland in een amputatievoetbalteam en geniet volop van het leven.

Ik zit met Timo aan de eettafel. Terwijl het buiten regent kletsen we bij. We zaten vroeger in dezelfde klas en we delen het leed van zieke vaders. Mijn vader heeft het overleefd, maar zijn vader helaas niet. Toch lacht hij terwijl we praten, zeker als het gaat om voetbal.

Hoe gaat het?

“Op het moment goed, tussen de chemotherapieën door gaat het prima maar net na zo’n behandeling gaat het moeizaam. Dan voel je je verrot en na een aantal dagen gaat het wel weer.”

Maar je haalt nog wel veel plezier uit de kleine dingen?

“Ja zeker. Ik ben ook totaal niet van het stilzitten of lang verdrietig zijn. Als iets vervelend is, vind ik wel een manier om er een positieve draai aan te geven. En het voetbal helpt daarbij. Ik heb mijn hele leven gevoetbald, doordeweeks was ik vaker op het veld dan thuis.”

Ik heb ook het filmpje gezien, van de Stichting Amputatievoetbal Nederland, waarin je vertelt dat je het zo fijn vindt dat je de sport nog kan beoefenen ook al leef je met een prothese.

“Dat komt doordat ik na mijn amputatie het eigenlijk al had geaccepteerd dat ik niet zou kunnen voetballen. Ik was druk met uitzoeken of ik kon coachen, zodat ik er toch mee bezig kon zijn. Later had mijn moeder amputatievoetbal gevonden op internet. In het begin dacht ik dat het misschien een ander soort spelletje zou zijn dan wat ik kende [red. spelers spelen zonder protheses maar met krukken], maar eerlijk gezegd vind ik dit spelletje nog leuker. Het vraagt namelijk meer van je.”

Voetbal helpt me ook om fit te blijven tijdens mijn chemotherapieën

Amputatievoetbal is niet zo bekend, terwijl deze sport mensen die een ledemaat missen wel veel plezier kan bieden.

“Daar zijn we nu ook mee bezig, we willen erkend paralympische sport worden en daarmee meer bekendheid werven. Het is zo jammer dat wij achter lijken te lopen. In andere landen is het ook een betaalde sport en zijn er nationale competities.”

Het lijkt me ook echt een uitdaging, voetballen met krukken.

“Het is ook een zwaar spel. Het vereist veel lichaamsspieren en conditie. Het helpt me ook om fit te blijven tijdens mijn chemotherapieën. Het is ook bewezen dat je er makkelijker door heen gaat als je sport, maar dat is voor iedereen anders.”

Timo (in het oranje) op het veld.
Timo (in het oranje) op het veld.

Zijn die chemotherapieën nu nodig om zeker te zijn dat alles weg is of zijn er nog kwaadaardige tumoren?

“Nu zitten in allebei mijn schouders één en in mijn longen ook. Maar die in mijn longen zijn heel erg klein.”

Wanneer kreeg jij je eerste diagnose?

“Tijdens een vakantie werd mijn voet heel dik en er werd gedacht dat het misschien een scheur was in mijn enkelband. De dokter in Nederland kon niets opmaken uit de MRI, dus verwees hij me door. Uiteindelijk belde de dokter ons dat we vlug naar het ziekenhuis moesten komen.”

Verder zei hij niks?

“Nee. Daarom zijn we naar het ziekenhuis geracet en toen hoorden we dat het botkanker was. Heel erg apart. Mijn lichaam had een aantal dagen nodig om het fysiek en mentaal te verwerken. Vanaf toen is het snel gegaan. Later kreeg ik een kastje in mijn borst en een week nadat ik het hoorde lag ik opeens aan de chemotherapie.”

Een paar maanden later heb je je onderbeen laten amputeren, hoe dat zo?

“De aangewezen orthopeed stelde dat de chemotherapieën aansloegen, omdat de tumor aan het krimpen was, maar omdat het in het gewricht zat was het heel lastig om te verwijderen. Dus hij kwam met een aantal opties, waaronder amputatie. Die was de beste voor mijn overlevingskansen. Dus ik zei dat ik dat wilde. Dit was pas een paar maanden na mijn eerste diagnose, in de zomer van 2015.”

Het verlies van mijn vader heeft me ook meer volwassen gemaakt

En hoe vaak heb je sindsdien te horen gekregen dat de kanker terug was?

“Twee keer. In augustus 2016 en in april 2017.”

April? Dat was rond de tijd dat je vader overleed?

“Ja, op 2 april is mijn vader overleden aan strottenhoofdkanker en ongeveer twee weken later hoorde ik dat de kanker  terug was. Maar het ging wel snel hoor. Het voelt nu alsof het een jaar geleden was.”

Heb je wel goed afscheid kunnen nemen van je vader?

“Ja zeker, ik was elke dag bij hem. We hadden een goede band en hij is pijnloos overleden. Natuurlijk wil je hem langer bij je, maar persoonlijk vind ik het egoïstisch om iemand te claimen terwijl diegene pijn lijdt. Ik wilde ook dat hij ging stoppen met behandelingen als hij niet meer wilde.”

Heeft deze hele ervaring jou wel doen veranderen?

“O absoluut. Het heeft me ook meer volwassen gemaakt. Hiervoor vond ik school echt niet belangrijk. Maar nu denk ik: ik kan weer wat, dus doe wat aan school.”

Dat je dingen weer kunt doen is dan ook belangrijk voor je, is daarom jouw liefde voor voetbal ook groter?

“Het spelletje spelen is zoveel meer geworden voor mij. Elke keer als ik op het veld sta, ben ik steeds weer dankbaar dat ik kan spelen. Ondanks dat ik nog steeds chemotherapieën heb.”

Hoe kijk je daar tegen aan, dat je steeds weer door dat proces heen moet?

“Toen ik voor de tweede keer hoorde dat het weer terug was, dacht ik dat ik de sjaak was. Maar het is mijn natuurlijke instelling dat ik makkelijk de knop kan omzetten. Bij de derde keer dacht ik ook gelijk, nou let’s do it.”

Foto: Tess Castelijn
Foto: Tess Castelijn

Toch sport je veel en doe je veel leuke dingen, maar er zijn ook dingen die je niet kan doen. Voelt het voor jou alsof je dingen misloopt omdat je jong deze ziekte bestrijdt?

“Wat gek klinkt is dat ik mijn mooiste herinneringen aan deze situatie te danken heb. Als je kijkt naar hoe ver vrienden en familie gaan voor je, voel ik me niet extra bezwaard. Ik heb ook niet het idee dat ik minder uit het leven haal, maar juist dat ik dat meer doe dan iemand anders. Ik schaam me ook niet voor mijn prothese. Als ik zin heb, leg ik mijn stomp op tafel.”

Dus je bent wel bewust met de keuzes die je maakt?

“Ja, ik ga naar elk feestje ook al ben ik vermoeid. Ik merk ook dat hoe meer je aan het doen bent, hoe leuker alles is. Dat missen mensen omdat ze dingen uitstellen. Ik voel me ook niet benadeeld, ik vind het wel prima zo.” *lacht*

Toch fijn dat je deze instelling hebt, niet iedereen is er zo positief over.

“Ik deelde een keer een kamer met een jongen die teelbalkanker en toen zijn laatste chemo had. Ik was veel positiever dan hij, ook al waren zijn genezingskansen beter. Hang wat slingers op en eet een taart denk ik dan, het is je laatste chemotherapie.”

Taart en slingers?

“Ja, maak er dan een feestje van. Voor mijn eerste chemotherapie had ik met een vriend Burger King gegeten en erna had ik alles er uitgegooid in de wc. De verpleegster maakte zich zorgen en toen ze hoorde dat ik een Whopper, een grote patat en een milkshake had gehad gierde ze het uit van het lachen. Nu drie jaar later krijg ik nog steeds opmerkingen daar over daar. Maar hè, eentje moet de eerste zijn toch?”

Juni was de maand van de Amputatievoetbal, meer weten? Kijk dan op de Facebookpagina van Stichting Amputatievoetbal Nederland