Zes redenen waarom je The Nation dit jaar nog moet zien

Vanja Rukavina in The Nation. Foto: Sanne Peper

Het Holland Festival zit er weer op en zoals elk jaar waren er ook op de 70e editie een hoop pareltjes uit binnen- en buitenland te zien. Maar The Nation, de nieuwste voorstelling van Het Nationale Theater over een vermist kind in de Schilderswijk, stak daar met kop en schouders boven uit.

In de eerste week van het Holland Festival vond de première plaats van de eerste drie delen van de nieuwe theaterserie The Nation, een theaterserie van zes delen over de verdwijning van een achtjarig jongetje in de Schilderswijk van Den Haag. De nieuwste voorstelling van het Haagse stadsgezelschap Het Nationale Theater legde de lat voor de rest van het festival dusdanig hoog dat geen enkele voorstelling daar aan heeft weten te tippen. Zelfs het acht-uur-durende The Gabriels van het Amerikaanse Public Theater (collega Wijbrand Schaap schreef er een prachtstuk over) die mijn honger naar meer marathontheater enkel deed groeien, kon er niet aan tippen. Waarom? Ik zal het u zeggen.

1. The Nation zit vol prachtig uitgewerkt intrige

The Nation vertelt het verhaal van de zoektocht naar de elfjarige Ismaël, die na een bezoek aan het politiebureau spoorloos verdwenen is. Zijn biologische moeder, adoptieouders, halfbroer, de Haage politie en een rechercheur uit 020 zoeken naar aanwijzingen, motieven, Ismaël en (uiteindelijk) zichzelf. Wie spreekt de waarheid? Wiens waarheid is de waarheid? Wat is de rol van de geschiedenis? Wat heeft de jihadistische halfbroer Damir (glansrol van Vanja Rukavina) met de verdwijning te maken? En de bevriende politicus die van kindermisbruik beticht wordt? Wat wil de leider van Pegida Den Haag bereiken door zich ermee te bemoeien? Als een ware hydra brengt elke overwonnen vraag in het stuk drie nieuwe voort.

Anniek Pheifer en Mark Rietman in The Nation, Foto: Sanne Peper
Anniek Pheifer en Mark Rietman in The Nation, Foto: Sanne Peper

2. Theater voor de Netflix-generatie

In de stijl van House of Cards, The Crown en Orange is the New Black wilde regisseur Eric de Vroedt een Netflixserie maken, maar dan op toneel. In een interview met het Cultureel Persbureau vertelde hij waarom: “Al die kleine verhalen samen vertellen het grote verhaal en iets over de complexe geglobaliseerde wereld waar wij in leven. Het lijkt allemaal heel plotgedreven, maar je kunt over zulke complexe processen en maatschappelijk dynamieken vertellen.” Zo gezegd, zo gedaan – en hoe! In een slim geschreven tekst, sterke regie en eenvoudig realistische vormgeving vallen de puzzelstukjes op hun plaats in de vorm van grotere puzzelstukken. Om over de House of Cards­-achtige intro nog maar te zwijgen.

3. Elk deel heeft een eigen stijl

Waar het eerste deel zich enkel op het politiebureau afspeelt in een periode van enkele dagen, waarbij ieder personage geïntroduceerd moet worden, de onderlinge spanningen blootgelegd en het eerste web van intrige gesponnen, speelt deel twee zich in real-time af tijdens een live-uitzending van een talkshow. In deel één lopen scènes in elkaar over als een Venndiagram en deel twee is als het ware één lange scène – tot een duidelijke breuk plaatsvindt, waarover later meer. Het derde deel daarentegen speelt zich juist op meerdere locaties af (het politiebureau, een psychiatrische inrichting, het huis van de adoptieouders), die door de ogen van halfbroer Damir aan elkaar gelijmd worden. Zijn blik wordt door een aantal camera’s non-stop gevolgd en geprojecteerd, dat mij doet aanbelanden bij punt vier.

(v.l.n.r.) Antoinette Jelgersma, Romana Vrede en Vanja Rukavina in The Nation, Foto: Sanne Peper
(v.l.n.r.) Antoinette Jelgersma, Romana Vrede en Vanja Rukavina in The Nation, Foto: Sanne Peper

4. Vanja Rukavina

Het gebeurt niet vaak dat ik écht weggeblazen wordt door een performance van een acteur of actrice in een ‘ouderwetse’ teksttoneelvoorstelling, maar Vanja Rukavina flikt het in The Nation. Hoe Rukavina je meeneemt in Damirs liefde voor zijn broertje, de minachting voor zijn stiefmoeder, de trots voor zijn vader en vervolgens doet begrijpen waarom hij jihadist is geworden, spreekt bovendien boekdelen voor het niveau van de tekst (eveneens van De Vroedt). De breuk aan het einde van het tweede deel, waarbij hij met sporttas in zijn hand de uitzending van de talkshow kaapt, is vooralsnog mijn persoonlijke hoogtepunt van de hele reeks. Mijn gedachten schoten naar twee jaar terug, toen het NOS Journaal gekaapt werd door Tarik Z., en naar eind vorig jaar, toen de Russische minister Andrej Karlov in Turkije vermoord werd. Een ijzingwekkend moment.

5. Geen gepreek voor eigen parochie

Het is een aantal jaar erg hip, interessant en cool om politiek theater te maken dat raakt aan concrete, prangende en polariserende maatschappelijke misstanden. Denk aan de vluchtelingencrisis, (sluimerend) racisme en jihadisme. Deze onderwerpen worden negen van de tien keer benaderd vanuit een (Groen)links en intellectueel oogpunt – en dat zit me bijzonder dwars. Het publiek dat bereikt wordt deelt deze opvattingen al, waardoor de vraag rijst wat de maker dan met deze voorstelling wil bereiken. Een linkse theaterbezoeker gaat door een bezoek aan Thomas Bellicks Simple as ABC #2 (een musical over hoe absurd de uitvoerende kant van grenscontrole werkt, eveneens deel van het Holland Festival) echt niet anders naar de vluchtelingenopvang kijken – die weet al hoe mensonterend, dehumaniserend en geschift het hele proces is. The Nation pakt het echter anders aan. Door alle facetten van de maatschappij te tonen en geen van allen op ofwel een voetstuk te plaatsen ofwel aan de schandpaal te nagelen, krijgt hij het voor elkaar om inzichtelijk te maken hoe een Pegida-leider denkt, de hypocrisie en absurditeit van links politiek activisme te tonen en een Donald Trump-achtige vastgoedmagnaat menselijk te maken.

6. De mysterieuze vlogger Beer

Over één personage heb ik tot nu toe gezwegen: vlogger Beer, fenomenaal gespeeld door Saman Amini. Op het gigantische billboard dat midden in het decor staat wordt zo nu en dan ingebroken door Beer, een mysterieuze vlogger die doet denken aan zowel Boef als het klassieke Griekse koor. Hij weet meer van de verdwijning van Ismaël, maar geeft enkel vage hints en beklaagt wat er allemaal in de Schilderswijk gebeurt. En dat allemaal in een a capella, pseudo-rap (geschreven door Joeri Vos), gezeten in de passagiersstoel van een auto. Wanneer hij op een gegeven moment vergezeld wordt door – vermoedelijk – de vastgoedmagnaat in clownsmasker, een dreigende hint geeft over de rol van de politicus, en mij tot het puntje van mijn stoel gedreven heeft is het derde deel dan toch echt afgelopen.

Gefrustreerd loop ik de zaal uit en vloek richting mijn geliefde. Ik wil niet nog een half jaar wachten om de tweede helft te zien, ik moet nu weten hoe het afloopt! Van november tot en met januari zijn in Den Haag alle zes de delen in een ruk te zien. Ik kan niet wachten.

Kijk hier voor meer informatie over de voorstellingen.