Waarom jongeren niet meeprofiteren van de economische groei

Foto: Peace Child International

Deze week kwamen zowel De Nederlandsche Bank (DNB) als het Centraal Planbureau (CPB) met rooskleurige cijfers over de Nederlandse economie. Een groei van 2,5 procent, met verbetering voor iedereen. Bijna iedereen, want studenten en werkende twintigers groeien niet mee. De oorzaken: het leenstelsel en de ‘doorgeslagen’ flexibilisering van de arbeidsmarkt.

De Nederlandse economie groeit in 2017 voor het vijfde keer op rij meer dan het jaar daarvoor. Het is de hoogste groei in tien jaar tijd en volgens DNB gaat het op alle fronten beter. Consumenten geven meer geld uit, de export groeit stevig door, bedrijven investeren meer en er komt meer ruimte op de rijksbegroting. Iedereen tevreden, zou je zeggen.

Toch weet een bepaalde groep niet mee te profiteren van de Nederlandse economische groei, en dat zijn de jongeren. Volgens recente onderzoeken lopen studenten financieel achter op de rest van Nederland. Met name onder MBO’ers is ‘leenangst’ een probleem, waardoor de instroom naar hbo-vervolgstudies stokt. Dit verkleint hun kans op een baan, laat staan op een hoger inkomen. Sinds de afschaffing van de basisbeurs blijkt ook dat studenten eerder thuis blijven wonen en meer gaan werken — keuzestress, aldus de ASVA Studentenunie.

Studenten blijven eerder thuis wonen en gaan meer werken

Ook voor werkende twintigers ziet het er niet zo rooskleurig uit als voor de rest van werkend Nederland. Hun inkomen is de afgelopen tien jaar gedaald, terwijl het van alle andere groepen werkenden juist is gestegen. De groter wordende inkomenskloof tussen generaties is al merkbaar bij een vergelijking met de net iets oudere dertigers. Terwijl in 1990 werkende twintigers en dertigers nog ongeveer hetzelfde verdienden, ligt het gemiddelde inkomen van een twintiger nu ruim 13 procent lager.

Jeugdwerkloosheid van 2006 tot en met 2016. Beeld EBB en CBS via Nederlands Jeugdinstituut
Jeugdwerkloosheid van 2006 tot en met 2016. Beeld EBB en CBS via Nederlands Jeugdinstituut

De daling van de jeugdwerkeloosheid blijft eveneens achter op die van de rest van Nederland. DNB was enkel lovend over de arbeidsmarkt, aangezien de werkloosheid dit jaar daalt naar 4,4 procent over twee jaar. In totaal zitten namelijk nog maar 400.000 mensen zonder baan. Kijk je echter naar de werkloosheid onder 15- tot 25-jarigen, dan heeft nog altijd een op de tien jongeren geen werk.

Vergelijk je jongeren met de veel oudere 65-plussers, dan is het verschil in rijkdom enorm. Terwijl jongeren niet meeprofiteren van de economische groei, doen ouderen dat juist wel. Sterker nog: Nederlandse ouderen zijn het rijkst ter wereld. De armoede onder deze leeftijdsgroep is het laagst en de eigen gespaarde pensioenen zijn het hoogst. Slechts twee procent van de 65-plussers in Nederland leeft onder de armoedegrens. Dat is mooi voor hen, maar niet helemaal ‘gewoon’ als je het vergelijkt met de ouderen in bijvoorbeeld Duitsland (bijna tien procent) of een gemiddeld ontwikkeld OESO-land (12,4 procent).

Niet flex

De groter wordende inkomenskloof tussen jong en oud is geen goede zaak, aldus FNV Jong-voorzitter Kai Heijneman. De oorzaak ligt volgens hem bij de flexibilisering [red.: minder vast en meer tijdelijk werk] die “compleet doorgeslagen” is. Young and United, de dochterorganisatie van FNV Jong die verantwoordelijk was voor de afschaffing van het minimum jeugdloon vanaf 21 jaar, is daar ook mee bezig. Flex is fucked up, aldus de beweging van jongvolwassenen.

Vooral in de zorg is de flexibilisering volgens Heijneman te ver doorgeschoten. “Thuiszorgers hebben een nuluren-contract waarmee je in de ene week wel inkomen hebt en een andere niet. En probeer zonder vast inkomen maar eens aan een huis te komen of een gezin te beginnen.”

Probeer zonder vast inkomen maar eens aan een huis te komen of een gezin te beginnen

“Werkgevers willen geen risico lopen en alles afwentelen op werknemers,” analyseert Heijneman. “Als je net nieuw bent op de arbeidsmarkt, heb je natuurlijk wat minder te eisen. Daar wordt steeds vaker misbruik van gemaakt door onder andere nuluren-contracten, lagere lonen voor zzp’ers en het ontbreken van pensioenregelingen.”

Volgens Heijneman is de oplossing simpel: meer cao’s waarin wordt afgesproken dat meer mensen in vaste dienst kunnen werken. Meer vaste contracten opstellen is dan ook de taak die Heijneman geeft aan Nederlandse werkgevers. “Werkgevers die wel misbruik maken van de zwakke positie van jonge starters op de arbeidsmarkt, moeten daarvoor bestraft worden door de politiek. Daar ligt dus een opdracht voor de formerende partijen van ons aanstaande kabinet.”

Leenstelsel achterhaald

Volgens hoogleraar arbeidsrecht Ton Wilthagen aan de Universiteit van Tilburg is de hogere jeugdwerkloosheid niets nieuws. Die is altijd al het dubbele geweest van de ‘gewone’ werkloosheid. Belangrijker is dat jongeren meer in laagbetaalde beroepen zitten dan vroeger. Dat komt volgens hem ook door de toename van flexwerk en lagere salarissen voor starters.

Ton Wilthagen
Ton Wilthagen

“Regelingen op de arbeidsmarkt zijn ongunstig voor jongeren,” legt Wilthagen uit. “De politiek moet daar meer op inspelen, de eisen die nu van jongeren worden gesteld. Daarvoor moet de toegang tot scholing en de ondersteuning van werk-naar-werk verbeterd worden, ongeacht het type contract. Bovendien moet de arbeidsmarkt gemoderniseerd worden. Er moeten arbeidsvorm-neutrale regelingen komen die voor iedereen gelden en de risico’s voor werkgevers bij het aannemen van mensen verkleinen. Ik noem dat flexicurity: een arbeidsmarkt die zowel flexibel als zeker is.”

Het leenstelsel is ingesteld op de oude arbeidsmarkt. Een moderne basisbeurs is voorlopig beter

Daarnaast moet het huidige onderwijs zich volgens de hoogleraar beter voorbereiden op de arbeidsmarkt. “Het leenstelsel van nu is ingesteld op de oude arbeidsmarkt. Het gaat uit van de aanname dat jongeren uiteindelijk werk krijgen. Je moet geen regelingen baseren op een aanname die niet meer klopt, namelijk dat je direct na een opleiding een garantie hebt op werk en daarna alsmaar meer gaat verdienen.”

Het leenstelsel volgens het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Foto: Rijksoverheid
Het leenstelsel volgens het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Foto: Rijksoverheid

Wilthagen is van mening dat het leenstelsel angst veroorzaakt onder jongeren voor grotere verschillen tussen arm en rijk. Het feit dat deze inkomensverschillen nu inderdaad oplopen, zou dit al bewijzen. “Een moderne basisbeurs is in de praktijk voorlopig de betere oplossing.”