Lieve feministen

Emily Pidgeon/TED

Tot voor kort stond redacteur Sophie van Oostvoorn nog kritisch tegenover het feminisme, een stelletje druktemakers vond ze hen. Maar ze is om en schrijft een dankbrief aan alle feministen die haar hebben doen inzien dat het feminisme nog hartstikke nodig is.

Lieve feministen,

Jullie krijgen met regelmaat nogal wat bagger over je heen, daarom vind ik het tijd voor een louter positief verhaal. Want dankzij jullie zijn mijn ogen geopend en zie ik nu wel dat het feminisme nog een hoop terrein te winnen heeft en onze samenleving nog een lange weg heeft te gaan tot ze geëmancipeerd is.

Eerlijk gezegd vond ik jullie tot een half jaar geleden een stelletje druktemakers. Ik was van mening dat jullie jezelf nogal overschreeuwden: waar maken jullie je druk over?, vroeg ik mij af. Ik was geen anti-feminist, maar ik vond het allemaal niet zo nodig. In mijn bubbeltje was er (dacht ik) geen grote ongelijkheid tussen de geslachten.

Eerlijk gezegd vond ik jullie tot een half jaar geleden een stelletje druktemakers

Omdat ik mezelf liever niet zie als een kortzichtig persoon wil ik toch even uitleggen hoe dat zo kwam. Ik had als blank meisje, opgegroeid in de brave Watergraafsmeer, een blinde vlek voor de ongelijkheid tussen mannen en vrouwen in onze samenleving.

In mijn vroegste jeugd werd ik niet anders bejegend omdat ik een meisje was, had wel barbies maar speelde net zo lief met autootjes en had voornamelijk jongens als vrienden. Ik zag hen niet echt als het sterkere geslacht, maar als de drukkere equivalent van mezelf. En ik heb, ondanks wat vaak gesuggereerd wordt, geen knauw over gehouden aan de stereotypes in Disney-films en kinderboeken.

Tekenend voor mijn ervaring met vooroordelen op basis van geslacht was een voetbalpartij toen ik een jaar of 8 was. Een jongetje dat er niet vaak bij was, zei tegen mij dat ik niet mee mocht doen omdat ik een meisje was. Die kunnen toch niet voetballen en huilen snel, vond hij. Veel trok ik er me niet van aan en ik speelde gewoon mee. Iets later kreeg hij een bal in z’n smoel en ging huilend naar binnen, grinnikend werd hij nagekeken. “Hij zei toch dat jij niet mee mocht doen omdat je een meisje bent, Sophie,” zei een van mijn gabbers. “En nu loopt hij zelf te huilen!” De rest van de avond hebben we hem niet meer gezien en ik scoorde een doelpunt.

Foto met dank aan de auteur.
De auteur als kind. Foto met dank aan de auteur.

Ik hoor hier wat strenge feministen denken: ‘nu wordt toch huilen aan een vrouwelijke eigenschap gekoppeld?’ Ja klopt, maar het is wel tekenend voor wat ik zag gebeuren wanneer jongens mij veroordeelden. Discriminatie op basis van geslacht, huidskleur of geloofsovertuiging was in mijn bubbeltje iets dat vroeger gebeurde en nu niet meer. Vandaag de dag snappen mensen toch wel dat je elkaar moet behandelen zoals je zelf behandeld wilt worden? En elkaar niet veroordeelt op basis van uiterlijke kenmerken? Niet dus. De jongen op het trapveldje doemt tegenwoordig in andere gedaantes op in mijn leven.

De mannen die mij naroepen als ik voorbij fiets, de verkoper in de winkel die een opmerking maakt over mijn ‘sportieve’ benen, de manier waarop vrouwen worden afgebeeld in advertenties, de ongevraagde adviezen van mannen over hoe ik allerhande bezigheden beter kan doen: dingen die mij eerder niet opvielen, maar passen in een samenleving die nog niet geëmancipeerd is. En waarin vrouwen het onderspit delven. Het is een gotspe.

Het is absurd dat vrouwen anders behandeld worden. Het is zó absurd dat ik het eerst niet wilde herkennen

En daarom, lieve feministen, wil ik jullie bedanken. Het is absurd dat vrouwen anders behandeld worden. Het is zó absurd dat ik het eerst niet wilde herkennen, maar nu ik met mijn neus op de feiten gedrukt word, kan ik niet anders dan me uitspreken wanneer ik ongelijkheid zie en te doen wat ik kan om het bewustzijn te verspreiden.

Veel liefs,

Sophie, een junior-feminist