De roze ballon

Thijs Booden

Het meisje liep hand in hand met haar vader. Schoentjes gestrikt, juiste jurkje uitgekozen. Ze had haar haren net zoals Ariana Grande haar haren ook had gedaan. In de zaal lagen veel roze ballonnen; ze pakte er één, en besloot die de rest van het concert vast te houden.

Een goed plekje hebben is belangrijk, maar niet doorslaggevend voor het goede gevoel. Ik ging vroeger graag naar het voetbal, in een stadion van 30.000 man. Zat ik dan helemaal rechts bovenin, met een paal voor mijn neus die de helft van het veld blokkeerde. Maar wanneer het spektakel eenmaal begon, zag ik geen paal – alleen tweeëntwintig man die mij de dag van mijn leven zouden bezorgen.

En het meisje zag Ariana Grande, op een matig plekje, maar ook dat was snel vergeten. Maandenlang uitgekeken naar deze avond, zelfs vader kon genieten van de uitzinnige show. De lichten, de kleuren, alle grote hits kwamen voorbij. Ariana Grande zou na afloop zeggen dat ze voorlopig niet meer optreedt. De popster zou even geen popster zijn, maar een gebroken meisje.

Ik herinner mij dat ik zelf graag een broodje kroket nam. Er was een uitstekend kraampje naast het stadion dat de beste kroketten van het land verkocht, vond ik zelf. Het plezier begon al ver voor de voetbalwedstrijd. Rondkijken in de fanshop waar de merchandise verkocht werd. Soms mocht ik een shirt mee met de naam van mijn favoriete speler achterop. Ik heb ze nog ergens liggen, thuis in de kast.

Ik ga zelden meer naar het voetbalstadion. De wereld van volwassenen heeft mij naderhand toch teleurgesteld. Op een gegeven moment mocht je wegens veiligheidsvoorschriften geen flesje water meer mee naar binnen nemen. Eenmaal binnen zaten de stoeltjes te krap en zat ik met mijn benen in de nek van de man voor mij. Als kind was dit leuker, veel leuker. Ik houd het nu maar bij herinneringen.

Het laatste nummer was gespeeld, Ariana Grande was klaar. Wat de kranten morgen ook zouden schrijven, vijf sterren was het honderd procent waard. Het meisje was blij. Dit was de avond van haar leven. Andere meisjes met andere vaders stonden op, klaar om naar de uitgang te lopen. Misschien nog een ijsje achteraf.

En toen kwam de terreur. De bom. De avond van haar leven veranderde in vechten voor haar leven. Stuur er honderd wetenschappers op af, we zullen nooit weten waarom. We blijven hopen dat het nooit meer zal gebeuren, al weten we dat het nog vaker gaat komen. Waarom? Niet waarom hij de bom liet ontploffen, even niet hij in het middelpunt van de aandacht, maar zij. Waarom moet zij dit meemaken?

De roze ballon bleef ze vasthouden. En mocht die ooit leeg gaan, dan krijgt ze gewoon een nieuwe. Omdat ze het verdient.