FeminisMei: “Dat hier vrouwen zijn, geeft zelfvertrouwen”

Foto: Muzi Ndiweni

Hoe is het voor vrouwelijke bèta’s in een ‘typische’ mannenwereld? Cosette vroeg drie (PhD-)studentes aan de UvA naar hun onderzoek, drijfveren en de positie van vrouwen in de bètawetenschap. “Over vrouwen wordt op een andere manier gesproken dan over mannen.”


Marcella Wijngaarden (23) is masterstudente Natuur- en Sterrenkunde en werkt bij het Anton Pannekoek observatorium

“Op de middelbare school ging ik met mijn vader vaak thee drinken. We probeerden te verklaren hoe het universum in elkaar zat. Hij moedigde dat soort vragen heel erg aan. Ik vond natuurkunde op school eigenlijk niet zo leuk, dus zocht ik met boeken en internet zelf uit hoe dingen in elkaar zaten.

“Voor mijn masterproject doe ik onderzoek naar neutronensterren. Dat zijn een bijzonder soort sterren die zwaarder zijn dan de zon, maar zo klein als Amsterdam; er zit extreem veel materie op een heel klein stukje. Het zijn dus perfecte laboratoria om te testen wat er met natuurkunde gebeurt onder de meest extreme omstandigheden, zoals extreem hoge druk en dichtheid, die we niet op aarde kunnen nabootsen. De fysica rondom neutronensterren is heel interessant: het is nooit saai omdat je geen stukje natuurkunde kan negeren.”

“Van jongs af aan zijn er rolpatronen die voor jongens en meisjes anders zijn. Meisjes moeten die drempel van het rolpatroon ook nog overkomen, om wél voor zo’n studie te kiezen als ze het leuk vinden. Programmeren vind ik heel leuk. Door natuurkundige verschijnselen te simuleren en te vergelijken met echte waarnemingen kan je zoveel leren over de natuur.

“Bij het observatorium zorg ik voor het onderhoud van apparatuur, zoals de telescopen, en maak ik testwaarnemingen voor studentenpractica. Ik verzamel op zo’n avond dus een paar uur licht van een heel ver object [een sterrenstelsel bijvoorbeeld, red.] met die telescoop. Het idee dat je daardoor zoveel te weten kan komen over dat object vind ik nog steeds fascinerend.”

“Ik kom er steeds meer achter hoe belangrijk rolmodellen zijn. De vrouwen die hier op het instituut werken, een plek waar meer mannen zijn, hebben een grote rol gespeeld in mijn keuze om na mijn master een promotieonderzoek te gaan doen. Dat er hier ook vrouwen zijn, geeft een soort van vertrouwen en zelfvertrouwen. Ik denk dat ze geen idee hebben wat voor rocksterrenstatus ze hebben bij mensen zoals ik!”

 

Emma Mojet (25) doet haar promotieonderzoek bij het Vossius Center for History of Humanities and Sciences en geeft les op de Universiteit van Amsterdam

“Ik heb net twee weken besteed aan het opzoeken van mensen die naar een bepaald congres in 1928 zijn gegaan in Den Haag. Het was een soort van stalken in de geschiedenis naar het leven van die mensen. Dat lezen, zoeken en speuren vind ik heel leuk om te doen.”

“Met een groep onderzoekers kijken we naar de vorming van disciplines zoals we ze nu kennen: bijvoorbeeld geschiedenis, literatuur, natuurkunde en biologie. Onze stelling is dat disciplinaire grenzen geen vaste grenzen zijn, maar eigenlijk heel vloeibaar. Ik geloof dat er veel dwarsverbanden zijn, en dat het streng opdelen van verschillenden disciplines soms niet eens bevorderlijk is voor wetenschap.

“Het mooie aan lesgeven is de interactie met studenten: iets uitleggen, een weerwoord krijgen en daarover met ze in discussie gaan. Ik geef nu les aan bètastudenten die een verplicht historisch of filosofisch vak moeten volgen. Het is interessant om met stugge natuurkundigen te praten over hun beeld van wetenschap. We lezen dezelfde stukken literatuur op een heel andere manier.

“Het is soms wel te verklaren waarom we minder over vrouwen weten in de wetenschapsgeschiedenis. Er is minder van bewaard gebleven, ze hadden minder toegang tot wetenschappelijk onderwijs. Wat vooral opvalt is dat vrouwen vaak een andere rol krijgen in geschiedkundige teksten en onderzoeken.”

“Een voorbeeld is de scheikundige Rosalind Franklin: zij wordt nu gezien als een pionier in onderzoek naar DNA, maar ze werd in de geschiedschrijving vaak aan de kant gezet en nog steeds wordt er altijd benadrukt dat ze een vrouw was. Andere wetenschappers betrokken haar bovendien vaak niet bij discussies en plagieerden haar onderzoek.

“In colleges gebruik ik haar vaak als voorbeeld in discussies over wetenschap en wetenschappers: Franklin kreeg als vrouw kansen, maar ze liep ook tegen veel dingen aan. Want er wáren wel vrouwen, in bijna elk vakgebied. Het is een kwestie van bewustwording dat er op een andere manier gesproken wordt over vrouwen in de wetenschap dan over mannen.”

 

Caitlin Lagrand (20) is bachelorstudent Kunstmatige Intelligentie en is teamleider van het Dutch Nao team: zij gaan met hun voetballende robots naar wedstrijden over de hele wereld.

“Toen ik te horen kreeg dat de studenten hier voetbalden met de robots, was ik verkocht. Ik voetbalde zelf ook en robots vond ik altijd wel vet. Op de middelbare school vond ik informatica een leuk vak. Het was eigenlijk precies wat ik wilde.

“Met ons team organiseren we zelf wat we doen en waar we heen gaan. Dit jaar zijn de wereldkampioenschappen in Japan, we zijn naar Hamburg geweest voor een workshop, en een paar weken geleden nog op een toernooi in Iran.”

“Zo’n toernooi zie ik als een mogelijkheid om onszelf te vergelijken met andere teams, als voorbereiding op de echte wereldkampioenschappen. We hebben vorig jaar een nieuwe baldetector gemaakt. Hiervoor was de bal oranje, nu is ’ie zwart-wit geblokt, dat is nogal een verschil omdat hij dan moeilijker detecteren is. Tijdens die toernooien kan je ook met andere teams overleggen over hoe zij dat aanpakken.

“Het leuke aan robots is dat je in de praktijk ziet wat je doet. Bij programmeren blijft het bij wat tekst of een plaatje op je scherm, een robot loopt echt naar de bal toe. Ook zijn we dit jaar een stichting voor het Dutch Nao team begonnen, we moesten een akte opstellen en naar een notaris toe. Dat zou ik anders nooit doen.”

“We willen niet dat per se meer meisjes Kunstmatige Intelligentie gaan studeren. Het gaat erom dat mensen de studie echt aan kunnen. De goede studenten moeten worden binnengehaald, of het nou meisjes of jongens zijn. Op de open dag antwoord ik altijd eerlijk: er lopen meisjes rond, alleen minder. Maar zeker genoeg om je niet eenzaam te voelen.

“Het Amerikaanse leger heeft vette robots, als je daar filmpjes van ziet, lijken onze robotjes helemaal niks. Maar in vergelijking met wat de meeste mensen tijdens hun studie doen, doe ik al echt gave dingen, volgens mij.”