Formeren is relativeren

Kathalijne Buitenweg en Jesse Klaver bij de formatiebesprekingen. Foto: GroenLinks

Na 61 dagen is de kabinetsformatie mislukt. Zijn er nog serieuze kansen op een kabinet en zo ja, hoeveel tijd gaat het nog kosten? Terechte vragen, maar een korte wandeling door de geschiedenis van formeren leert ook: niks is te gek.

Kabinetsformaties kunnen in Nederland een week, maar ook meer dan een half jaar duren. Met de ietwat nonchalante verkiezingsleuze ‘Kies de minister-president’ wist de PvdA in 1977 met Joop den Uyl opnieuw de grootste partij te worden. Een kabinet Den Uyl II lag, middenin de progressieve jaren zeventig, zeker voor de hand. Er waren echter wel wat hobbels te nemen: zo stond onder anderen de abortus-kwestie op de agenda en er woedde een strijd over de verdeling van ministersposten tussen PvdA en CDA.

Kies de minister-president. Den Uyl lijst 2. PvdA. Foto: PvdA via Historisch Centrum Overijssel
Kies de minister-president. Den Uyl lijst 2. PvdA. Foto: PvdA via Historisch Centrum Overijssel

Die laatste ging er uiteindelijk met de buit vandoor: Den Uyl ruimde het veld voor zijn rivaal Dries van Agt. Een vrij radicale wending, want de grootste partij werd uitgesloten van regeringsdeelname, dus alsof Sybrand Buma nu plots het stokje van Rutte zou overnemen. Deze wisseling van de wacht was wat deze formatie tot een lengte van 208 dagen bracht: een nog niet verbroken record.

De kortste formatie uit de Nederlandse geschiedenis duurde maar acht dagen. Na die ruime week in 2006 (inclusief weekend!) stond het interim-kabinet Balkenende III klaar. Diens voornaamste regeeropdracht: het uitschrijven van nieuwe verkiezingen, nog geen half jaar later. Dit kabinet was eigenlijk een doorstart van het kabinet Balkenende II, dat wel gewoon een gezonde 125 dagen voor het formeren had genomen.

Tussen acht en 208 dagen is alles mogelijk: gemiddeld duurt een formatie in Nederland zo’n 90 dagen. Daarmee lijkt de huidige formatie dan wel een van de langere te worden, voor het verbreken van het record mag nog een klein half jaar doorgemodderd worden.

Grote coalities

Het aantal partijen dat met elkaar in onderhandeling gaat, loopt van twee tot veel. Uiteindelijk gevormde kabinetten met drie of vier partijen waren tot in de jaren zeventig normaal: van eind jaren veertig tot halverwege de jaren zestig bestonden zes kabinetten achter elkaar uit vier partijen. Het kabinet Den Uyl telde er in 1972 zelfs vijf.

Nadat twee mannen uit Arnhem werden mishandeld omdat zij hand in hand liepen, betuigden verschillende politici hun steun aan de twee slachtoffers door hand in hand te lopen bij de formatiebesprekingen. Foto: Alexander Pechtold / Facebook
Nadat twee mannen uit Arnhem werden mishandeld omdat zij hand in hand liepen, betuigden verschillende politici hun steun aan de twee slachtoffers door hand in hand te lopen bij de formatiebesprekingen. Foto: Alexander Pechtold / Facebook

De reden dat er vanaf de jaren tachtig kleinere kabinetten gevormd werden, had vooral te maken met de vele fusies van partijen, zoals drie confessionele partijen die samen het CDA werden en GroenLinks dat in de jaren negentig ontstond uit vier kleine links-radicale partijen. Hadden die fusies niet plaatsgevonden, dan had bijvoorbeeld het kabinet Rutte I uit vier partijen bestaan in plaats van twee. Dat het toekomstige kabinet hoogstwaarschijnlijk uit vier partijen zal gaan bestaan is dus historisch gezien zo gek nog niet.

Rutger Jan Schimmelpenninck

De formatie anno 2017 kan dus nog alle kanten op. Wie denkt dat de onderwerpen van onderhandeling tijdens deze formatie pittig zijn, moet zich eens verdiepen in de officieuze langste formatie uit de Nederlandse geschiedenis. Van het najaar van 1804 tot de lente van 1805 werkte de staatsman Rutger Jan Schimmelpenninck aan de vorming van een soort van kabinet. Revolutie had stadhouder Willem V het land uitgejaagd en met goedkeuring van de Fransen mocht men in Nederland een republiek vormgeven. De hete hangijzers tijdens deze 222 dagen tellende ‘formatie’: het al dan niet invoeren van een presidentieel systeem en nationale belastingen en het ontwerpen van een nieuwe grondwet.

Een jaar nadat deze moeizame klus geklaard was kon Schimmelpenninck alweer naar huis en werd er gewoon weer een koning (Lodewijk Napoleon, het broertje van) geïnstalleerd. Misschien dus een geruststelling voor die arme Edith Schippers: het kan altijd nog erger.