Feminismij

Twee mannen bij de Women's March in Amsterdam, januari 2017. Foto: Guido van Nispen

De maand mei staat bij Red Pers in het teken van het feminisme. Ik wil daar als redacteur mijn steentje aan bijdragen en eerlijk gezegd vind ik dat erg moeilijk. Ik sta namelijk onbewust heel onverschillig tegenover deze problematiek in Nederland en de rest van de wereld. Dat maakt mij tot het grootste probleem voor het feminisme.

Vrijdagavond 10 maart bespraken mijn vrienden en ik de aanstaande Women’s March in Amsterdam. Wij stonden allen achter het initiatief en de bijbehorende boodschap, maar geen van ons voelde de behoefte om er zelf daadwerkelijk aan mee te doen. Waarom? ‘Dat is toch niets voor mij’ en ‘daar heb ik helemaal geen zin in’, aldus mijn vrienden. De ongelijkheid tussen man en vrouw vinden wij allemaal een probleem. Het is alleen niet direct ons probleem en daarom kijken wij vanaf de zijlijn toe.

Women's March in Boston, januari 2017. Foto: Brad Fagan
Women’s March in Boston, januari 2017. Foto: Brad Fagan

Mijnenveld

Als jongvolwassen man deelnemen aan het debat omtrent feminisme voelt aan als een stap in een mijnenveld. Eén verkeerde nuance aanbrengen en de bom ontploft. Dit draagt er aan bij dat veel mannen zich afzijdig houden als het om dit onderwerp gaat. Tegelijkertijd is juist onze deelname aan het debat zo belangrijk omdat deze op zo groot mogelijke schaal gevoerd moet worden. Daarbovenop geldt dat de positie van de vrouw onlosmakelijk verbonden is met die van de man. Een actieve deelname is dus niet alleen belangrijk, maar zelfs noodzakelijk.

De invulling van mijn noodzakelijke bijdrage bezorgt mij inmiddels flinke kopzorgen. In mijn directe omgeving hoef ik (gelukkig) niemand te overtuigen van de gelijkheid tussen man en vrouw. Ik ben in mijn leven überhaupt nog nooit ergens voor de straat op gegaan en een Facebook-campagne zie ik ook niet zitten. De urgentie van het onderwerp bezorgt me hierdoor een ongemakkelijk gevoel. Ik weet simpelweg niet goed wat ik er mee aan moet.

Gedachtegoed of beweging

Nu is het feminisme een gedachtegoed en ben ik het met deze gedachte eens, dus ben ik feminist. Om dit te bewijzen hoef ik niet met een spandoek van de Dam naar het Museumplein te lopen. Ik denk het, dus ik ben het. Met dit Cartesiaans trucje help ik mijzelf er echter heel makkelijk van af. Daar waar het feminisme een beweging is, blijf ik toch zorgwekkend vaak op de bank liggen.

Daarom ben ik het grootste probleem voor het feminisme. Ik vind het feit dat zij veel aandacht geniet een enorm positieve ontwikkeling. Het dwingt mensen als ik om zich over vrouwenemancipatie te buigen en zorgt voor een grotere aandacht binnen de samenleving. Wanneer de woorden gesproken zijn, blijven de daden echter helaas achterwege. Het gevaar dreigt dat feminisme iets van zij wordt en niet van mij. Daarom moet feminisme iets worden van jou én van mij.