FeminisMei: waarom roze duurder is dan blauw

Foto: Sofia Ordonez / CNN Money

De maand mei staat bij Red Pers in het teken van feminisme: onze verschillende redactieleden laten zich ieder op hun eigen manier uit over het fel- en veelbesproken thema. Vandaag: economieredacteur Max van Geuns over prijsdiscriminatie op basis van geslacht.

Als een vrouw geld leent bij de bank, betaalt ze meer rente dan een man, blijkt uit een groot Italiaans onderzoek uit 2013. Hetzelfde onderzoek laat zien dat niets erop wijst dat vrouwelijke leners meer risico nemen dan mannen, ook als die bij dezelfde bank een lening aangaan. Die bank rekent dus een verschillende prijs voor dezelfde lening.

Ook in New York komt prijsdiscriminatie op basis van geslacht voor, vermoedt burgemeester Bill de Blasio. Daarom geeft hij in 2015 de opdracht om onderzoek te doen naar verschillende prijzen voor producten in zijn stad. Steeds worden twee verschillende versies van (min of meer) hetzelfde product vergeleken, bijvoorbeeld de blauwe en roze variant van dezelfde kinderfiets of mannen- en vrouwendeodorant van hetzelfde merk.

‘Vrouwenproducten’ kosten gemiddeld 7 procent meer dan vergelijkbare ‘mannelijke’ producten

Natuurlijk speelt de Westerse perceptie van wat een ‘mannelijk’ of ‘vrouwelijk’ product is mee. Toch zijn de resultaten van het Amerikaanse onderzoek opzienbarend: ‘vrouwenproducten’ kosten gemiddeld 7 procent meer dan vergelijkbare ‘mannelijke’ producten.

1018296

Van alle producten zijn de vrouwen 42 van de 100 keer duurder uit, de mannen maar in 18 procent van de gevallen. Het gaat hier niet alleen om speelgoed of geurtjes, maar ook om kinderkleding, volwassen kleding, gezondheidsproducten en verzorgingsproducten. Het grootste verschil zit in de cosmetica: gemiddeld 13 procent verschil tussen de twee geslachten.

Thuissituatie

Naar aanleiding van de buitenlandse onderzoeken doen NRC en Het Parool zelf een klein onderzoek in Nederland. De kranten ontdekken dat ook wij geen uitzondering op de regel zijn. Vooral bij het kopen van verzorgingsproducten blijken vrouwen in Nederland relatief slecht af te zijn: ‘vrouwelijke’ aankopen in deze sector kosten gemiddeld tussen de 10 en 30 procent meer.

Terwijl vrouwen zich wagen aan het kortpittige kapsel, betalen ze vrijwel altijd een hogere prijs

Ook De Rekenkamer maakt in 2016 een uitzending over misschien wel het meest treffende voorbeeld van prijsdiscriminatie: de kapper. Terwijl mannen een meter haar in knotjes dragen en vrouwen zich wagen aan het kortpittige kapsel, betalen vrouwen vrijwel altijd een hogere prijs. Alleen wanneer mannen met lang haar een kapsalon binnenwandelen, moeten ze soms het vrouwentarief betalen. Andersom gebeurt dit nooit. De conclusie van de officier van justitie: deze vorm van prijsdiscriminatie is bij wet verboden. Hier mogen vrouwen dus gewoon tegenin gaan bij hun kappersbezoek.

Taboe

Toch is er in Nederland vrij weinig te horen over prijsdiscriminatie op basis van geslacht, in de Verenigde Staten inmiddels ook wel de pink tax genoemd (omdat je soms letterlijk meer betaalt voor de roze kleur van je product).

Het Amerikaanse onderzoek naar de 'pink tax' wijst uit dat vrouwen gemiddeld meer betalen dan mannen voor dezelfde producten. Foto: Nathan Hellman via U.S. News. Data: New York City Department of Consumer Affairs
Het Amerikaanse onderzoek naar de ‘pink tax’ wijst uit dat vrouwen gemiddeld meer betalen dan mannen voor dezelfde producten. Foto: Nathan Hellman via U.S. News. Data: New York City Department of Consumer Affairs

“We denken nogal eens dat discriminatie in Nederland niet voorkomt en dat ons land voorloper is op het gebied van een gelijke positie voor vrouwen, maar dat berust op een mythe,” stelt ook Henriette Prast, hoogleraar persoonlijke financiële planning aan de Universiteit van Tilburg. “Zo verbiedt de EU-regelgeving verzekeraars een lagere premie in rekening te brengen voor vrouwen, hoewel die aantoonbaar minder autobrokken maken. Tegelijkertijd blijven minder zichtbare en onterechte verschillen ten nadele van vrouwen, die het gevolg zijn van impliciete discriminatie, buiten beeld.”

De glass ceiling index, die The Economist jaarlijks publiceert om gender equality op de arbeidsmarkt te weergeven, bevestigt het beeld dat Prast schetst: Nederland is als nummer 24 van de wereld geen voorloper op dit gebied.

Geen probleem

Volgens Barbara Baarsma, hoogleraar economie aan de Universiteit van Amsterdam, hoeft prijsdiscriminatie voor de welvaart juist geen probleem te zijn. “Als vrouwen bereid zijn meer voor hetzelfde product of dienst te betalen, is een hogere prijs efficiënt en niet onredelijk. Zeker als de winst zou worden gebruikt om de prijzen voor mannen en kinderen wat lager te houden, waardoor en afzet stijgt, dan stijgt daardoor ook de welvaart.”

De 'pink tax' is het grootst bij cosmetica- en gezondheidsproducten. Foto via StudyBreaks Magazine
De ‘pink tax’ is het grootst bij cosmetica- en gezondheidsproducten. Foto via StudyBreaks Magazine

Mensen moeten prijsdiscriminatie volgens Baarsma niet verwarren met prijsdifferentiatie, waarbij een verschillende prijs wordt gerekend voor een vergelijkbaar maar desondanks verschillend product. “Anders dan bij prijsdiscriminatie zijn deze verschillen in prijs terug te voeren op kosten- of producteigenschappen. Verzorgingsproducten kosten nou eenmaal meer voor vrouwen door de duurdere productie, distributie en marketing ervan.”

Prast pleit voor meer onderzoek naar gender-discriminatie in Nederland. “Ik vind dat overheidsuitgaven ook geanalyseerd moeten worden op basis van hun invloed op mannen en vrouwen, ook wel gender budgeting genoemd. Volgens de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling gebeurt dat al in Nederland, maar ik heb het nog niet gezien. Ik vraag me bijvoorbeeld af of er een vrouwelijke tegenhanger is van de grote uitgaven aan de bewaking van voetbalwedstrijden, wat toch vooral mannenentertainment is.”