De ondergang van de Turkse persvrijheid

Demonstratie tegen de sluiting van een Turkse krant, maart 2016. Foto via International Federation of Journalists

Op woensdag 3 mei staat het Festival van het Vrije Woord in Beeld en Geluid in Hilversum in het teken van de situatie in Turkije. Er wordt gekeken naar de gevolgen van de aanslagen en de mislukte coup afgelopen zomer voor de persvrijheid in het land. Maar was er überhaupt sprake van persvrijheid vòòr het nieuwe regime van Erdogan?

Een politieke moord

Massaal protest tijdens de begrafenis van Hrant Dink, waar meer dan 10.000 mensen aan meededen. Foto: Kerem Özcan
Massaal protest tijdens de begrafenis van Hrant Dink, waar meer dan 10.000 mensen aan meededen. Foto: Kerem Özcan

In 2007 werd de Armeense journalist Hrant Dink op klaarlichte dag doodgeschoten. Het was meteen duidelijk dat het om een politieke moord ging: sinds 2005 liep er namelijk een proces tegen Dink, waarin hij werd vervolgd wegens het ‘beledigen van de Turkse identiteit’. De journalist had tussen november 2003 en februari 2004 acht artikelen gepubliceerd waarin hij zijn mening uitte over de identiteit van Armeense Turken. Nadat hij schuldig werd bevonden door de criminele rechtbank in Istanbul, ging Dink in hoger beroep. En dat werd hem fataal: tijdens het proces werd hij door een extremistische Turkse nationalist doodgeschoten. Hij had eerder al verscheidene doodsbedreigingen ontvangen.

Het Europees Hof voor Rechten van de Mens oordeelde in 2010 dat de Turkse regering had gefaald in het beschermen van Dinks leven, dat duidelijk in gevaar was. Verder werd gesteld dat zijn recht op vrijheid van meningsuiting was geschonden. Turkse journalisten schrokken van deze gebeurtenissen – maar vooral van hoe er hierna feitelijk niets veranderde aan hun situatie en het gevaar dat zij liepen.

Journalistiek als misdaad

Massaal protest tijdens de begrafenis van Hrant Dink, waar meer dan 10.000 mensen aan meededen. Foto: Anil Ciftci
Massaal protest tijdens de begrafenis van Hrant Dink, waar meer dan 10.000 mensen aan meededen. Foto: Anil Ciftci

Sindsdien is er vanuit de internationale gemeenschap ontzettend veel kritiek geweest op de persvrijheid in Turkije. Het gehele medialandschap wordt streng gereguleerd door de staat, waarbij het strafrechtsysteem de vrijheid van meningsuiting het meest bedreigt. Het Turkse Wetboek van Strafrecht en de Antiterrorismewet worden het meest gebruikt in zaken tegen journalisten. Artikel 301 heeft met name veel kritiek gekregen, waarin beschreven stond dat het niet toegestaan was ‘Turkishness’ te beledigen. De onduidelijkheid van deze term zorgde ervoor dat Turkse aanklagers en rechters een enorme hoeveelheid speelruimte hadden om te bepalen wanneer een journalist de grens overtrad, wat klaarblijkelijk al vrij snel het geval was.

In 2008 is Artikel 301 gewijzigd, en de term ‘Turkishness’ vervangen door ‘de Turkse natie, de Turkse staat, of instituties en organen van de staat’. Helaas heeft dit weinig veranderd aan hoe de wet geïnterpreteerd wordt in zaken tegen journalisten. Onderzoek wijst uit dat het beledigen van de Turkse staat nog steeds een te ruime omschrijving van een misdaad is, wat het artikel zeer problematisch maakt.

Objectieve berichten over bepaalde gebeurtenissen kunnen journalisten al in de gevangenis laten belanden

De Antiterrorismewet

Ook de Antiterrorismewet wordt ruim genomen door Turkse autoriteiten. Elke uiting van steun aan partijen die het opnemen tegen de regering kan worden gezien als een terroristische daad. Daardoor worden journalisten beperkt in hun berichtgeving over de Koerdische Arbeiderspartij (PKK) en zelfs mediareportages over alledaagse rechtszaken. Objectieve berichten over bepaalde gebeurtenissen kunnen journalisten al in de gevangenis laten belanden.

Met de persvrijheid in Turkije was het dus al een tijdje niet goed gesteld. In 2015 stond Turkije al bovenaan de lijst van het aantal zaken over vrijheid van meningsuiting bij het Europees Hof voor Rechten van de Mens. Het jaar daarop werden minstens 81 journalisten opgesloten in Turkije. Na de mislukte coupe werd de onderdrukking van de media nog erger dan daarvoor. Met decreten eiste de Turkse regering sinds augustus 2016 de sluiting van 178 mediabedrijven. Dit aantal groeit, net als het aantal opgesloten journalisten, elke week. Nu de noodtoestand in Turkije verder verlengd is, en er ‘ja’ gestemd is voor meer macht voor Erdogan, zullen er waarschijnlijk meer journalisten gevangen worden gezet dan ooit. De persvrijheid in Turkije staat onder enorme druk – als er nog te spreken is van persvrijheid.

Kaart met aantal vastzittende journalisten. Hier is te zien dat Turkije ver bovenaan staat. Beeld: Committee to Protect Journalists, 2016.
Kaart met aantal vastzittende journalisten. Hier is te zien dat Turkije ver bovenaan staat. Beeld: Committee to Protect Journalists, 2016.

De persvrijheid in Turkije

Tijdens het Festival van het Vrije Woord zullen er interviews plaatsvinden met journalisten die in levende lijven ondervinden hoe het is om in Turkije verslag te doen van de gebeurtenissen. Ece Tekelmuran, journaliste en spreker op het festival, schrijft al jaren over de situatie in Turkije.

De mislukte coup, aanslagen, en uitbreiding van macht voor Erdogan zullen onwaarschijnlijk veel invloed hebben op de persvrijheid en deze nog verder inperken. Maar uit de wetten die de Turkse autoriteiten al jaren gebruiken om journalisten en mediabedrijven te onderdrukken, wordt duidelijk dat het met de persvrijheid niet goed gesteld is.