Feminisme: weg met de westerse oogkleppen

Chicago Women's March. Foto: Eric Cooper

Feminisme is hot, zo lijkt het. Maar wat betekent het eigenlijk om feminist te zijn anno 2017? Na het opiniestuk van Julia Merkus in de Volkskrant afgelopen zaterdag, waarin ze schrijft klaar te zijn met het feminisme, komt Vera Kurpershoek tot de conclusie dat over dit feminisme nogal wat verwarring bestaat.

Merkus schrijft dat haar toekomstdroom, parttime werken én een aanwezige moeder zijn voor haar kinderen, ‘de gruwel van iedere feminist’ is. Feministen zouden volgens haar grotere arbeidsparticipatie voor vrouwen als het ultieme doel stellen. In het feminisme zoals Merkus het voor zich ziet, staat emancipatie gelijk aan carrière maken en onafhankelijk zijn van de man.

Het Westen en de rest

Maar Merkus heeft zich niet goed ingelezen: het kerndoel van feminisme is namelijk nog steeds gelijke behandeling en gelijke kansen voor alle mannen en vrouwen. Op welke manier dit doel precies wordt ingevuld door vrouwen kan per cultuur verschillen.

Women's March in San Francisco. Foto: Tom Hilton
Women’s March in San Francisco. Foto: Tom Hilton

De aanname dat iedere feminist grotere arbeidsparticipatie voor vrouwen voor ogen heeft neem ik haar kwalijk. Het duidt op een perspectief dat zich beperkt tot westerse waarden. Ik snap dat ze het zo ziet: we leven nu eenmaal in een wereld waarin het Westen centraal lijkt te staan en ‘de rest’ ook als ‘de rest’ behandeld wordt. Maar wat het betekent om geëmancipeerd te zijn, is niet met één definitie uit te leggen. Naast de westerse interpretatie van emancipatie bestaan er nog vele andere vormen.

Begrip voor verschillen

De minimale inspanning van Merkus om zich te verdiepen in het feminisme wordt ook duidelijk wanneer we kijken naar de geschiedenis van feminisme zelf. Merkus geeft eigenlijk kritiek op de vroege tweede feministische golf waarin vrouwen door middenklasse feministen als Betty Friedan aangemoedigd werden afstand te doen van de ‘huisvrouw’-status en te streven naar een carrière in de publieke sfeer. Dat was bijna zeventig jaar geleden.

Juist het begrip voor deze verschillen tussen de ervaring van vrouwen is belangrijk binnen het feminisme

Hetzelfde gedachtegoed werd tijdens de latere tweede feministische golf weer volledig de kop in gedrukt, ook omdat het geen rekening hield met bestaande verschillen tussen vrouwen onderling. Want (met name) zwarte vrouwen uit de arbeidersklasse, die al noodgedwongen moesten werken, zouden dan uitgesloten zijn van de beweging. Juist het begrip voor deze verschillen tussen de ervaring van vrouwen is belangrijk binnen het feminisme: het biedt ruimte voor de verschillende vormen van emancipatie en voorkomt uitsluiting van bepaalde groepen vrouwen.

Autonome keuze

Een concept dat hieraan ten grondslag ligt is agency, oftewel het vermogen om onafhankelijk van anderen autonome keuzes te maken. Door (westerse) feministen wordt het vaak geassocieerd met verzet tegen patriarchale structuren, maar deze visie heeft tot gevolg dat bepaalde groepen vrouwen uitgesloten worden van de beweging. Denk aan moslima’s die er zelf voor kiezen om een hijab te dragen, een duidelijk symbool voor een door mannen gedomineerde religie/cultuur. Volgens mainstream feministen die gebruik maken van deze westerse definitie van agency, staat de hijab de emancipatie van de moslimvrouw in de weg.

Feministen kunnen, in tegenstelling tot wat Merkus stelt, juist voor alle vrouwen spreken

Antropologe Saba Mahmood pleitte in haar boek Politics of Piety voor een herinterpretatie van het concept agency, waarin het niet alleen verzet, maar ook vrijwillige onderwerping kan betekenen. De autonome keuze van vrouwen om een hijab te dragen of om voor het moederschap te kiezen in plaats van een carrière, kunnen we op deze manier ook begrijpen als emancipatie. Bovendien hoeven westerse feministen zich dan niet meer druk te maken over het willen ‘redden’ van hijab-dragende vrouwen van hun ‘onderdrukkende’ religie.

Eenzijdig beeld

Met een breder begrip van agency en emancipatie voorkomen we dat sommige vrouwen uitgesloten worden van de beweging, en kunnen feministen, in tegenstelling tot wat Merkus stelt, juist voor alle vrouwen spreken. Ook voor de vrouwen die zoals Merkus parttime willen werken en een aanwezige moeder willen zijn.

Gelukkig zijn er met mij veel goedgeïnformeerde feministische vrouwen die zich bewust zijn van het eenzijdige en verwesterde beeld dat bestaat rondom feminisme en hier iets aan willen doen. Zij stellen dat mannen en vrouwen in essentie niet gelijk zijn aan elkaar maar wel gelijke behandeling verdienen, en dat vrouwen niet over één feministische ‘smash the patriarchy’-kam geschoren kunnen worden. Zolang we blijven streven naar gelijkwaardigheid, zijn we nog niet klaar met het feminisme.