Tweemaal sterven in één week

Real Magic - Forced Entertainment, foto: Hugo Glendinning

Het is geen pretje om de hel binnen te wandelen. Ook niet als de hel eruit ziet als drie vermoeide veertigers in knalgele kippenkostuums. Misschien is dat zelfs erger dan eeuwig branden, moeten baden in zwavelzuur of met twee anderen opgesloten zitten in een onbekende kamer. Gelukkig bezocht ik ook de hemel.

De oneindige spelshow van het experimentele, Britse theatercollectief Forced Entertainment was een helse zit. En precies om die reden was het fantastisch. Oké, wacht even. Ik ga te snel. Even een stapje terug. Welke spelshow?

Theaterrecensent Nuno Blijboom
Theaterrecensent Nuno Blijboom

In Real Magic wisselden drie performers (Jerry Killick, Richard Lowdon en Claire Marshall) telkens tussen presentator, deelnemer en assistent. De deelnemer moest geblinddoekt raden welk woord de assistent in gedachten had en voor het publiek op een bord gezet had. Hij/zij kreeg drie kansen om te raden en natuurlijk was het antwoord drie keer fout. De deelnemer lag eruit en de spelers wisselden van rol.

Helse valstrik

Dit spelletje herhaalde zich ruim twee uur lang. Ja, dat leest u goed. Twee uur lang hielden drie veertigers, nu eens gekleed in kippenpak, dan weer in hun ondergoed, dit gekmakende spel vol voor een uitverkocht Frascati. De ene keer was het riedeltje in twintig seconden afgespeeld, de andere keer namen ze er dik vijf á tien minuten voor.

Samen met de spelers zat het publiek gevangen in deze geduldoefening. Elke tien minuten werden de mensen om mij heen, mijzelf incluis, steeds onrustiger. “Nee! Het is godverdomme niet money, en ook niet hole of electricity! Er staat gewoon sausage!” Maar het mocht niet baten. Spelers Jerry, Richard en Claire weigerden het spel op te geven of de regels te doorbreken.

Magische irritatie

De magie van Real Magic is deze constante provocatie van het publiek. Je wilt ze voortdurend verbeteren, opstaan en het juiste antwoord voorzeggen. Maar je doet het niet, want dat hoort niet in het theater. Je ziet je buurvrouw schuifelen op haar stoel. Gaat ze het doen? Trekt zij haar mond open? Nee, toch niet. Nog geen kwartier later zit je met je handen in je haren van waanzin. Hoe lang zijn ze nog bezig? Laat het ophouden, alsjeblieft. Ik wil hier weg.

Maar gek maken? Dit is nog niks. Als we jullie echt gek hadden willen maken, waren jullie echt geflipt

Tijdens het nagesprek met een inmiddels gekalmeerd publiek, moesten wij tegenover de drie performers toegeven dat we er toch met z’n allen ingetrapt waren. “We wilden het publiek zeker uitdagen en irriteren,” begon Lowdon dreigend. “Maar gek maken? Dit is nog niks. Als we jullie echt gek hadden willen maken, waren jullie echt geflipt.” Zijn we er toch goed vanaf gekomen.

Kinderlijke onschuld

Twee dagen na mijn huisbezoek in de hel kon ik gelukkig ook bij de bovenburen kijken. In mijn oude, vertrouwde Theater Bellevue ging de Hemelpoort naar de Grote Zaal open. Tijdens Potters Beesten werd ik weer vijf jaar oud en herleefde ik nog eenmaal mijn kinderlijke onschuld. Ik keek die avond mijn ogen uit naar vier mannen op leeftijd, die met geveinsde knulligheid en prachtige poppen de verhalen van kinderboekenschrijfster Beatrix Potter voor mijn neus feilloos tot leven brachten.

De ouderwets ogende kleding, de handgeschilderde planken en panelen van het decor, en de ietwat sjofele poppen vormden een wereld op het toneel die rechtstreeks uit de boeken van Potter leek te komen. Peter Konijn huppelde door de verboden moestuin, die door het slimme gebruik van steeds kleinere poppen meters diep leek.

Magistrale verbeelding

Potters Beesten - Swarte Kunst 3, foto Sanne Peper
Potters Beesten – Swarte Kunst, foto: Sanne Peper

Maar vooral het spelplezier maakte Potters Beesten tot een hemelse ervaring. Rieks Swarte zit aanvankelijk in het publiek te kijken naar zijn medespelers en glundert en lacht erop los. Op het podium genieten Ferdi Janssen, Servaes Nelissen, Hans Thissen en uiteindelijk Swarte zelf zichtbaar van de wereld die zij met de poppen scheppen. We zien Mokumse roddelmuizen een jas voor de burgemeester maken, de smerige das Mister Tod zijn vrienden belazeren en Peter Konijn door de radijsjes rennen. Poppenspeler en pop worden één, maar zijn nooit gescheiden. De mannen zijn net zo goed als acteurs op het podium aanwezig.

Na anderhalf uur vangt het slotverhaal aan. Twee stoute muizen die overdag in een leeg poppenhuis zitten en wonen. Swarte heeft het boek voor zich en leest met pianobegeleiding het verhaal voor, maar niemand luistert. Achter hem is een levensgrote poppenkast zichtbaar geworden. Nelissen en Janssen zijn in muizenkostuums het poppenhuis binnen gegaan en slaan de hele boel aan gort. Kinderlijke hysterie en gelach volgt uit de zaal.

Ik doe mee, maar kijk toch even achterom. Samen met mij zijn ruim honderd bejaarden ook weer één avondje vijf jaar oud. Als dat niet de hemel is, dan weet ik het ook niet meer.