Vergeet het woord nepnieuws zo snel mogelijk

Donald Trump tijdens de Thank You Tour, 15 December 2016. Foto: Michael Vadon

Wat is een journalistiek platform zonder artikelen over de journalistiek? De komende tijd zullen Sophie van Oostvoorn en Nina Rijnierse jullie tweewekelijks bijpraten over de toekomst van de journalistiek. Hoe moet zij verder in tijden van nepnieuws en sociale media? Deze week: de gevolgen van nepnieuws.

Sophie van Oostvoorn. Foto: Olivier Overberg
Sophie van Oostvoorn. Foto: Olivier Overberg

Nepnieuws lijkt nu al hét woord van 2017, maar ik stel in navolging van Washington Post columniste Margaret Sullivan voor dat we het per direct uit onze vocabulaire schrappen. Het begrip heeft in zijn korte bestaan al voor genoeg problemen gezorgd.

Wat is nepnieuws eigenlijk? De term duidt opzettelijk bedachte leugens aan, zegt Sullivan, vaak in de vorm van nieuwsartikelen, bedoeld om de lezers de misleiden. Of zoals de ombudsman van NRC Handelsblad Sjoerd de Jong het omschrijft: onwaarheden bewust verpakt als journalistiek.

De nieuwe president van Amerika en zijn consorten hebben de term handig voor hun karretje weten te spannen

Eind oktober 2016 kwam het woord bovendrijven. Op sociale media verschenen steeds meer artikelen vol nepnieuws die zich als een lopend vuurtje verspreidden. Kranten publiceerden reportages over de bron van veel nepnieuwsartikelen: kansarme jongeren in Macedonië die de kost bleken te verdienen met het optikken van deze klinkklare onzin. Zowel berichtgeving over de vermeende steun van paus Franciscus voor Trump kwam daar vandaan, als het nieuws dat Hillary Clinton zou hebben gezegd dat meer mensen als Trump de politiek in moesten.

Onschadelijk

Oplossingen kwamen gelukkig ook al snel: Facebook kondigde aan maatregelen te nemen en Google beloofde geen advertenties meer te plaatsen op de bewuste websites, waardoor er geen verdienmodel meer was. Daarnaast stelden verschillende overheden voor om zelf de factchecking te gaan doen of het verspreiden van nepnieuws strafbaar te maken.

President Donald Trump spreekt graag over nepnieuws. Foto: Sgt. Alicia Brand
President Donald Trump spreekt graag over nepnieuws. Foto: Sgt. Alicia Brand

De eerste verschijningsvorm van nepnieuws lijkt onschadelijk te zijn gemaakt. Maar er is iets geks gebeurd. De nieuwe president van Amerika en zijn consorten hebben de term handig voor hun karretje weten te spannen. Door journalistieke artikelen te bestempelen als nepnieuws impliceren ze dat de pers onwaarheden verspreidt.

Dat past overigens geheel in Trump’s campagne de journalistiek in het verdomhoekje te zetten, in de hoop dat hij alles kan doen en laten zonder dat er iemand over zijn schouder mee kijkt. Daarnaast kan hij al het nieuws dat hem niet bevalt als nep bestempelen. En ze gaan nog een stapje verder. CNN wordt op sommige fronten geboycot door Trump. Ze zouden volgens Trump nepnieuws verspreiden, dus willen zijn woordvoerders niet meer op CNN verschijnen. In feite wordt CNN dus gecensureerd.

Voor de gemiddelde Amerikaan wordt het steeds lastiger om te zien wat waarheid en wat onzin is

Diffuus imago

Voor de gemiddelde Amerikaan wordt het steeds lastiger om te zien wat waarheid en wat onzin is. Aan de ene kant staan journalisten te roepen dat zij de waarheid in pacht hebben en aan de andere kant staan Trump en zijn conservatieve achterban te brullen dat de Amerikanen hén moeten geloven in plaats van de pers.

En dat allemaal door dat ene woordje: nepnieuws. Het diffuse imago ervan maakt dat zaken niet bij hun naam benoemd worden. Stoppen de term te gebruiken is de oplossing. Dan neemt de betekenis van het woord af en wanneer Trump of wie dan ook wat zegt óver nepnieuws, weet iedereen dat die persoon uit zijn nek staat te kletsen.

Noem de dingen dus bij hun naam: leugens, onwaarheden, broodje aap verhalen, onzin, lariekoek; er zijn genoeg woorden die gebruikt kunnen worden voor kul.

Lees hier de eerste editie in de serie over de toekomst van de journalistiek over de journalist als badmeester.