In Rusland wordt het ook gewoon zomer

Eva Hofman

‘Onze vrouw in Moskou’ Eva Hofman is journaliste en studente Slavistiek, en zal in haar columns de komende 3 maanden schrijven over haar reilen en zeilen in de Russische hoofdstad.

“Wat vind je tot dusver van Moskou?” vraagt Nikolaj. Samen met hem en andere Nikolaj eet ik lunch in de grote bedrijfskantine van het medium waar ik stageloop.

Wat vind ik van Moskou? Ik ben er al twee keer eerder geweest, één keer voor langere tijd, maar dit jaar ben ik er voor het eerst in de winter. Nu, na twee weken op de redactie, lunch ik voor het eerst samen met collega’s.

Thuis vroegen ze me of ik het niet eng vond om journalistiek in Rusland te gaan bedrijven. Mijn vader wil liever niet op bezoek komen. Niet omdat hij het hier eng vindt, maar omdat hij liever naar een zonnig land op vakantie gaat. Moskou lijkt hem te grimmig.

Maar dat zeg ik maar niet. In plaats daarvan begin ik over het eten. “Ik eet al de hele week aardappelen. Groente is hier zo verschrikkelijk duur.” Nikolaj en Nikolaj barsten in lachen uit. “Zo vat je Rusland wel goed samen,” zegt Nikolaj. “Je eet de hele week aardappelen.”

Rusland is niet grimmig en ook niet per se gevaarlijk. Niet gevaarlijker dan andere megasteden, zolang je op je tellen past. Koud was het laatst wel, -23 maar liefst, maar de zon scheen en de mensen waren buiten. Schaatsend, sleeënd, langlaufend.

Op nog zo’n koude dag liep ik met mijn vriendje door een park. Ingepakt als worstjes bewogen we ons door de sneeuw. Met de zon erbij viel die kou reuze mee. “Als je naar films uit Nederland en de Verenigde Staten kijkt is het hier altijd winter,” zegt het Vriendje. “Als je hier als westerling nooit geweest bent, zou je zomaar kunnen denken dat het in Rusland altijd winter is.”

Dat terwijl het ’s zomers in Moskou zomaar dertig graden kan worden. Wie denkt dat het in Moskou alleen maar grimmig en winter is, doet er goed aan eens door de brede straten van het centrum te lopen en de pastelkleurige huizen te bekijken. Om op een brug over de rivier Moskva naar het reflecterend zonlicht op de gouden koepels van de Christus Verlosserskathedraal te staren. Niks grimmig. Prachtig.

Lachen doen ze ook soms, hier in Rusland, al is het niet in de openbare ruimte. Nikolaj, Nikolaj en ik wisselen een tijdje grappend Nederlandse en Russische feitjes uit. Ik zeg dat ik in Amsterdam mensen die ik tegenkom meestal wel een vriendelijk knikje geef, maar dat ik laatst in de metro naar iemand keek en…

“Oeiii…” valt Nikolaj me in de rede.

“Wat?”

Tegelijk zeggen de Nikolajs: “Nooit zomaar mensen aankijken.”

Ik moet nog veel leren.