Duurzaam eten: goedkoop of duurkoop?

Foto: Jamie Hamel-Smith

Een maaltijd met vlees stoot net zoveel CO2 uit als tientallen kilometers op de weg, negen op de tien mensen eten te weinig groenten en fruit en we gooien per jaar 47 kilo aan voedsel weg. Volgens het Rijksinstituut voor Volksgezondheid (RIVM) moeten we gezonder en duurzamer eten. Maar betekent duurzamer niet ook duurder?

In het onderzoeksrapport ‘Wat ligt er op ons bord?’ worden feiten, cijfers en aanbevelingen over het voedingspatroon van Nederlanders voorgeschoteld. Conclusie: het moet allemaal gezonder en duurzamer.

Actieve overheid

Foto via RIVM
Foto: RIVM

Om dit te bewerkstelligen willen de onderzoekers van het RIVM in de eerste plaats een actievere rol van de overheid. Naast een goede informatievoorziening voor de consument, is een gezonder en duurzamer aanbod in de supermarkten van groot belang. Het gewenste voedingspatroon volgens het RIVM: niet teveel eten, minder dierlijke producten, meer plantaardige producten, en minder suikerhoudende en alcoholische dranken. Dit zou resulteren in minder chronisch zieken, kleinere gezondheidsverschillen, lagere milieubelasting en minder voedselinfecties.

Makkelijker gezegd dan gedaan. Het probleem is namelijk dat juist de lagere sociaaleconomische groepen het slechtste voedingspatroon hebben. De helft van alle Nederlanders heeft overgewicht, maar onder deze groepen liggen de percentages nog hoger. Doordat ze minder geld hebben, letten ze in de winkel meer op de prijs en het gemak van het product dan op het duurzame label of hoe gezond het is. Deze mensen zijn over het algemeen lager opgeleid, hebben een lagere levensverwachting, zijn gevoeliger voor verslavingen als roken en zijn slechter te bereiken voor preventieve maatregelen.

Tegen de hoge consumptie van vlees en het overschot dat weggegooid wordt, stelt het RIVM voor om de effecten te onderzoeken van hogere accijnzen of belastingen op vleeswaren. De hogere prijs die de consument uiteindelijk moet betalen door deze vleestaks, zou in theorie moeten leiden tot minder consumptie. Praktijkvoorbeelden uit Denemarken wijzen echter uit dat dit beleid niet werkt, in contrast met de succesvolle, hoge sigarettenbelasting in Australië. Staatssecretaris Martijn van Dam van Landbouw (VVD) vindt het niet gek: “Of een pakje kipfilet 2,20 euro kost of 2,50: maakt dat echt zoveel uit?” In tegenstelling tot het RIVM is het volgens Van Dam overigens niet aan de overheid om te bepalen wat consumenten op hun bord leggen.

Duur(der)zaam?

Corné van Dooren, foto via Voedingscentrum
Corné van Dooren, foto: Voedingscentrum

De vraag is dus of het RIVM wel rekening houdt met de portemonnee van de consument. Het is inmiddels duidelijk dat we duurzamer moeten eten, maar moet dat ook per se duurder? Duurzamere productie gaat gepaard met hogere productiekosten en het doorberekenen van de true price, waarbij de waarde van milieuschade verdisconteerd wordt in de prijs. Experts schatten dat zelfs de besparingen door lagere consumptie deze kostenstijging niet kan compenseren. Het eten zal dus hoe dan ook duurder worden.

Maar volgens Corné van Dooren, expert duurzaam eten van het Voedingscentrum, is de verwachting juist dat de totale uitgaven voor een gezonder voedingspatroon zullen dalen. Ook voor bijstandsgezinnen zou het betaalbaar zijn om gezonder en duurzamer te kunnen eten: “Mensen weten het niet, maar pindakaas op brood of noten bij de warme maaltijd zijn uitstekende vleesvervangers die ook nog eens goedkoper zijn. Zolang er geen zout aan toegevoegd is, staan ze gewoon in de Schijf van Vijf.”

Door met name de hoge consumptie van alcohol en suiker-bevattende dranken tegen te gaan, is het volgens Van Dooren  haalbaar om ook met minder geld beter te eten: “Als je die door koffie, water en thee vervangt, scheelt dat enorm veel geld. Groenten en fruit lijken daarnaast duur voor mensen met een bijstandsuitkering, maar seizoensgroenten of groenten uit de diepvries zijn helemaal niet zo duur. Snacks en koeken lijken misschien goedkoop, maar leveren geen voedingsstoffen waar je iets aan hebt.”

Lekker voor weinig

Om te laten zien dat je met minder geld wel lekker en gezond kunt eten, heeft het Voedingscentrum het budgetkookboek Lekker voor weinig uitgebracht. Alle recepten die hierin staan zijn doorberekend door het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (NIBUD), zijn gebaseerd op de Schijf van Vijf en kosten gemiddeld twee euro per persoon. Milieucentraal heeft daarnaast een website in het leven geroepen voor duurzame en betaalbare groenten en fruit. Dit is gebaseerd op onder meer de kweekwijze (kassen of buiten) en het vervoer (vrachtwagen of vliegtuig).

Het boek Lekker voor weinig, foto via Bol.com
Foto: Bol.com

Bonen, tofu, quorn, noten, ei en insecten zijn volgens Milieucentraal de ‘beste’ voedingsmiddelen, omdat zij de minste CO2 uitstoten. Steak, runderlap en lamsbout zijn daarentegen volledig uit den boze en ook runder- en lamsgehakt en kaas kunnen eigenlijk niet meer. Volgens Van Dooren is dit economisch gezien goed nieuws: “Rund en lam zijn juist heel duur, dus dat kun je makkelijk laten zitten. Insecten zijn nog niet beschikbaar, maar bonen, tofu en ei wel. Die schelen dan ook in de portemonnee.”

Voedselvaardigheid

Over een vleestaks wil Van Dooren geen uitspraak doen. Hij ziet liever dat de overheid meer investeert in voedselvaardigheid: onderwijs over voeding. Op school moeten kinderen niet alleen leren wat gezond eten is, maar ook hoe je gezond kookt. Daarnaast is de omgeving van groot belang: een FEBO moet je niet naast een schoolplein neerzetten en kinderen moeten niet verleid worden in schoolkantines. Ook is hij voor een verbod op ‘ongezonde’ reclames voor kinderen. “Je moet geen marketing willen loslaten op die kwetsbare groep. Zij zien het onderscheid niet tussen betrouwbare informatie en reclame.”

Kortom: met de juiste informatie kun je ook met minder geld overgaan op gezonder en duurzamer eten. Of we een heerlijk sappige hamburger überhaupt willen laten staan voor die plantaardige en gezonde vegaburger, is een andere vraag.