Positief zijn over kanker is lastig

Frederique Teillers

“De dokters hebben mij onderzocht en ze denken dat het kankercellen zijn,” vertelde mijn vader drie jaar geleden; de wereld werd langzaam kleurlozer. Na veel zorgen en ziekenhuisbezoeken overwon hij onverwachts alvleesklierkanker. Toch is het lastig om optimistisch te zijn.

De eerste paar uren nadat mijn vader het vertelde, realiseerde ik me de consequenties niet zo. Ik kon alleen maar denken aan hoe snel hij dood zou gaan. Maar wat volgde was dat ik me niet meer kon concentreren op school, ik bij elk telefoontje van mijn broer of zus bang werd en nooit meer iets gezelligs kon doen met mijn vader.

Het begon allemaal met geelzucht, een symptoom van verscheidene ziektes. Dit uit zich in een gele huid als gevolg van ongereguleerd gal uit je lever. Mijn vader bleek een tumor om zijn alvleesklier te hebben. Op mijn zeventiende verjaardag werd hij geopereerd om te kijken naar de tumor en het eventueel weg te halen, maar die mislukte. Zijn gegeven levensvoorspelling was niet lang en iedereen in mijn familie zat vol met verdriet.

Ik probeer te hopen voor het beste maar niet verbaasd te zijn als het ergste gebeurt

Tegen de verwachtingen in werd mijn oudeheer beter. Hij ging aan de chemotherapie waarna de tumor nauwelijks nog te vinden meer was. Na een herinrichting van zijn maag en alvleesklier kreeg hij een speciaal dieet en het belangrijkste: hoop. Vandaag de dag gaat hij langzaam vooruit, met af en toe een kleine terugval. Hij eet goed, is nog steeds dol op autorijden en licht op als ik vertel over mijn studie. Hiervoor heeft hij wel hobbels zoals koortsaanvallen, een hersenbloeding en rugproblemen moeten overwinnen. Toch glimlachte hij elke keer naar me en zei optimistisch dat het goed kwam.

De kans op zulke hobbels blijft aanwezig en dat is het belangrijkste om te onthouden. Ik ben erg opgelucht dat hij er nog is en geen pijn meer heeft, maar de kans dat hij oud wordt is klein. Je kan in zo’n situatie leunen naar optimisme of pessimisme. Het lijkt me niet onwaarschijnlijk dat veel mensen zichzelf dwingen om optimistisch te blijven, om zo de realiteit te kunnen vermijden. Hoewel ik dat begrijpelijk vind, besloot ik uiteindelijk om óf naar geen van beide, óf naar allebei te leunen.

Ik probeer te hopen voor het beste maar niet verbaasd te zijn als het ergste gebeurt. Ik wil niet het beeld van mijn toekomstige kinderen die in hun opa’s armen springen zien verdwijnen. Toch is het beter om te aanvaarden dat dit beeld geen realiteit wordt en te genieten van nu. Als mijn vader vrede heeft met de huidige situatie, waarom zou ik dat dan niet hebben?