Truus Bronkhorst: “Als je eerlijk bent, krijg je niets.”

Truus Bronkhorst

De bezuinigingen in de kunstsector laten nog steeds hun sporen na. Genoeg subsidieaanvragen krijgen weliswaar positief advies, maar geen geld toegewezen – dat is er niet. Ook danser en choreograaf Truus Bronkhorst (1951) kreeg geen geld voor haar droomproject: “Ik wil wel door blijven gaan, maar ik ga dat niet meer voor niks doen. Dat heb ik vroeger al genoeg gedaan.”

Tijdens de tweede editie van het Cultuurparlement van de Lage Landen konden kunstenaars uit Nederland en Vlaanderen voorstellen indienen voor een nieuw kunstbeleid. Theatermaker Alexander Nieuwenhuis stelde voor om van de aanvraag voor projectsubsidies een letterlijke loterij te maken: volgens Nieuwenhuis is dit het in wezen al. Een groot aantal groepen en makers verliest veel tijd en geld aan het schrijven van subsidieaanvragen om vervolgens te horen te krijgen dat er geen geld voor hen beschikbaar is. Nieuwenhuis: “Dit versterkt het gevoel van onrechtvaardigheid, zeker voor wie onder de zaaglijn valt.”

SONY DSC

Onder diezelfde lijn viel ook danser en choreograaf Truus Bronkhorst (1951). Zij maakte in de jaren 70 furore met haar dansvoorstellingen bij Stichting Dansproduktie en haar samenwerkingen in de jaren 80 en 90 met theatermaker Marien Jongewaard. Inmiddels is Bronkhorst 65 jaar oud en maakt ze nog steeds voorstellingen. Dit seizoen wilde ze een lang gekoesterde droom waarmaken: een voorstelling met oudere dansers met wie zij vroeger jaren heeft samengewerkt. “Ik dacht: als ik toch een soort sluitstuk maak, dan ga ik weer met mijn oude dansers werken die ondertussen ook vijftig zijn,” vertelt Bronkhorst. “Dan sta ik niet meer alleen als oudere danser op het toneel.”

Constante strijd
“Ik heb mijn hele leven oorlog gevoerd met de media, met de krant, met de recensenten en subsidiënten en met een deel van het publiek. Het is altijd een strijd geweest om overeind te blijven en door te gaan,” aldus Bronkhorst over de gedachte achter War is Over. De voorstelling zou dienen als sluitstuk van haar carrière. “Nu ben ik 65 en houd ik er misschien mee op. Misschien is dit wel de laatste keer. Laten we vrede sluiten.”

Twintig jaar geleden maakte zij samen met collega-dansers Jean-Louis Barning en Marc van Loon de voorstelling Friends. Met War is Over wilde zij nog eenmaal met hen op de planken staan om nog één keer de handen ineen te slaan. De extravagante clubdans [de manier waarop tegenwoordig in clubs gedanst wordt tijdens het uitgaan, -red.] en esthetiek van Barnings en Van Loons dansgezelschap Trippin Angels combineren met de sobere, klassiek moderne dans van Truus Bronkhorst. Maar het mocht niet baten.

“Je moet tegenwoordig het stuk al helemaal af hebben voor je subsidie aanvraagt. Je moet geld eerst uitgeven voor je het terug kan krijgen.”

“Volgens het Fonds Podiumkunsten reflecteer ik niet voldoende op de manier waarop clubdans inhoudelijk verandert als het door oudere dansers  wordt uitgevoerd,” verzucht Bronkhorst. “Ik heb helemaal niet aan leeftijd gedacht. Zij denken: ‘hmm, die oude mensen met die rimpels… Dat wordt een heel andere kwestie als zij die clubdans gaan doen.’”

Bronkhorst vertelt dat de manieren waarop clubdans, haar eigen minimalistische aanpak en de oudere lichamen samenkomen pas in het maakproces onderzocht kunnen worden: “Die combinatie kan je niet van te voren voorspellen. Ik weet uit ervaring dat je voortdurend je werk aan moet passen, omdat het toch niet is wat je dacht. Maar je moet tegenwoordig het stuk al helemaal af hebben voor je subsidie aanvraagt. Je moet geld eerst uitgeven voor je het terug kan krijgen.”

SONY DSC
“Nu ben ik 65 en houd ik er misschien mee op. Misschien is dit wel de laatste keer. Laten we vrede sluiten.”

Geldgebrek
Tot 2005 ontving Bronkhorst structureel subsidie, maar na de eerste bezuinigingen in datzelfde jaar kreeg zij geen cent meer. Zes jaar lang heeft ze geen nieuwe voorstellingen gemaakt. Sinds de jaren tien is ze weer bezig, maar met moeite. Het is door de immer groter wordende bezuinigingen steeds moeilijker geworden om aan geld te komen.

Na een afgewezen subsidieaanvraag probeerde Bronkhorst het voor haar vorige voorstelling, It’s A Beautiful Day, tevergeefs via crowdfunding. Uiteindelijk heeft ze een tweede aanvraag gedaan: “Ik heb toen met mijn dochter Roxy een nieuwe aanvraag gedaan en een heel concreet verhaal geschreven. Toen kregen we het wel, maar aan het verhaal hebben we ons natuurlijk niet gehouden. En niemand van het Fonds die zei: ‘Wacht eens even! Dat is niet waar we geld voor hebben gegeven!’ Als je eerlijk bent krijg je niets.”

Als onafhankelijk dansmaker in Amsterdam zit Truus Bronkhorst in een lastig parket. Omdat zij niet aangesloten is bij een gezelschap en veel langer dan drie jaar in het vak zit, is de projectsubsidie van zowel het FPK als het Amsterdams Fonds voor de Kunst het enige waar zij voor in aanmerking komt. Aansluiten bij een productiehuis dan maar? Helaas, daar wordt alleen plek geboden aan “jonge, talentvolle choreografen” (Dansmakers Amsterdam), “jonge, getalenteerde artiesten” (Korzo Productiehuis) of “startende choreografen” (Random Collision).

“Ik ga back to basics. In mijn eentje in een studio iets maken en kijken of ik het leuk vind. Ik wil het gewoon weer leuk vinden.”

Als je niet jong of vernieuwend bent en als je je niet aansluit bij een groter gezelschap, dan ben je volledig afhankelijk van de projectsubsidies. Deze kosten inmiddels dusdanig veel tijd en geld dat de betreffende voorstelling al af en verkocht moet zijn, wil je geld krijgen. De projectsubsidies zijn projectdeclaraties geworden.

Hoe nu verder?
Bronkhorst ziet haar toekomst weinig rooskleurig: “Voor mij zit er niet zo veel muziek meer in. De speelmogelijkheden zijn in Nederland zo klein geworden. Ik heb geen zin meer in dat maandenlange gedoe met die subsidies. Ik ga back to basics. In mijn eentje in een studio iets maken en kijken of ik het leuk vind. Ik wil het gewoon weer leuk vinden. En of ik het uitvoer of ermee ga optreden moet ik dan maar zien. Desnoods doe ik het alleen voor een paar vrienden.”

Desondanks koestert Bronkhorst hoop voor de podiumkunsten: “Hier in Nederland moet een heel nieuw theatercircuit ontstaan. Iedereen zit te springen om speelplekken die er niet zijn. Jonge dansers werken full-time, maar krijgen part-time betaald. Bovendien leunt het hele veld op stagiairs en vrijwilligers. Nieuwe speelplekken gaan gevonden worden, al is het maar in kraakpanden of in de studio’s van Crea. In mijn ervaring gaat het in golven: op een gegeven moment stort alles in elkaar en daarna gaat het weer borrelen. Dat kost veel zweet en tranen, en het wordt alleen maar erger voor het beter wordt. Alleen de grootste vechters blijven over.”

Fotografie door Tess Castelijn