Boerkiniverbod: verdeling door moraal

Niqab Mer Morte Jordanie (Ji-Elle, 2016). De licentie van dit bestand is verleend onder de Creative Commons Attribution-Share Alike 4.0 International licentie.

Hoewel een groot deel van Frankrijk erg blij is met een boerkiniverbod,  heeft de Franse Raad van State onlangs haar nek uitgestoken voor vrouwen die hun lichaam willen bedekken bij het zwemmen. Waarom is deze ontwikkeling zo opmerkelijk en wat lijkt de grondslag te zijn? 

Respect voor samen leven
Om te begrijpen wat hier opvalt, moeten we terug in de tijd. In 2011 voerde Frankrijk als een van de eerste landen in Europa een verbod in op het dragen van gezichtsbedekkende kleding in de openbare ruimte. Tegen deze wet werd bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) een rechtszaak aangespannen door een jonge Franse moslima. Zij vond het verbod een inbreuk op verschillende mensenrechten, met name het recht op privacy en recht op vrijheid van religie (artikelen 8 en 9 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens).

Het is een complexe zaak om te begrijpen, maar relevant is vooral hoe het verbod door Frankrijk verdedigd werd. De staat voerde onder meer aan dat gezichtsbedekking het samen leven in een maatschappij verstoort. Het gezicht speelt een belangrijke rol bij sociale interactie tussen mensen en het dragen van een sluier zou deze interactie – en daarmee het met elkaar leven – belemmeren. Het EHRM ging mee in het argument van Frankrijk en gaf de staat zelf de ruimte om te bepalen hoe zij sociale interactie willen beschermen. Het EHRM keurde het verbod niet goed of af, maar legde de keuze tot het instellen ervan bij de Franse staat zelf.

Legitimiteit en gehoorzaamheid
In de discussie of de staat mag bepalen wat een vrouw wel of niet draagt, wordt vaak aangevoerd dat het niet aan de staat is om te bepalen hoe mensen zich kleden. Maar aan dit argument ligt een veel groter concept ten grondslag. Waaraan ontleent een staat überhaupt legitimiteit om wetten te maken, en waar komt onze verplichting om deze te gehoorzamen vandaan? Zijn wij verplicht wetten te gehoorzamen omdat wij zelf, via democratische verkiezingen, de wetgevende macht kiezen? Maar hoeven mensen die niet stemmen dan ook geen wetten te gehoorzamen?

Nu lijkt de staat zich langzaam maar zeker te realiseren dat de moraal ‘naastenliefde’ misschien belangrijker is

Over dit onderwerp lopen de meningen sterk uiteen. Waar wel consensus over bestaat, is dat de macht van de staat gerechtvaardigd is als het gaat over handhaven wat goed en wenselijk is: een gemeenschappelijke moraal.

Verdeling door moraal
Deze uitleg van moraal wekt de indruk dat het om universele gevoelens gaat en dat iedereen ongeveer hetzelfde denkt over wat wel en niet juist is. Maar deze discussie over lichaams- en gezichtsbedekking laat zien dat dit bij lange na niet zo hoeft te zijn. Er ontstaat een scheiding tussen voor- en tegenstanders, tussen ‘eigen volk eerst’ en ‘alle grenzen dicht’ en het nastreven van naastenliefde en saamhorigheid. Moraal zorgt dan niet meer voor een gevoel van verbinding, maar drijft mensen verder uit elkaar. En zo sterk als dit wisselt tussen mensen, zo vaak wisselt de interpretatie die de staat aanhoudt over wat goed en wenselijk is.

Niqab Mer Morte Jordanie (Ji-Elle, 2016). De licentie van dit bestand is verleend onder de Creative Commons Attribution-Share Alike 4.0 International licentie.
Niqab Mer Morte Jordanie (Ji-Elle, 2016). De licentie van dit bestand is verleend onder de Creative Commons Attribution-Share Alike 4.0 International licentie.

Frankrijk gaf een invulling aan moraal die zich sterk tegen de islam leek te keren, omdat zij koste wat het kost sociale interactie wilde beschermen. Nu lijkt de staat zich langzaam – moge duidelijk zijn: gezichtsbedekking in de openbare ruimte is nog steeds verboden – maar zeker te realiseren dat de moraal ‘naastenliefde’ misschien belangrijker is. Want dát is pas een vereiste voor samen leven die beschermd dient te worden.