IJtjes Toilet

Dit bericht is oorspronkelijk gepubliceerd bij Maximum Amsterdam


Dit is het debuut van onze nieuwe columnist Paul Stam.

Afgelopen week kwam ik op het Amsterdam University College voor het eerst in mijn korte bestaan een genderneutrale wc tegen. Mijn oude ziel werd getroffen door een golf van verbazing, omdat ik geen weet had van het bestaan van deze dingen. Blijkbaar waren er gegronde redenen om de entree van het toilet aan te passen, maar bij een ietwat seksistische man als ik roept het allerlei vragen op.

Het eerste wat ik niet snap is hoe een biologisch mannelijk mensenwezen zich een vrouw kan voelen, want hij – of zij – heeft nooit ervaren hoe het is om met een vrouwelijk geslachtsdeel door het leven te gaan. Tegenargument is uiteraard dat ik niet weet hoe deze persoon zich voelt, want ik heb nooit in haar – of zijn – schoenen gestaan. Leven en laten leven, zou ik zeggen, want oude zielen begrijpen dat het lichaam slechts een omhulsel is van de innerlijke geest.

‘Hoe moet ik iemands genderidentiteit achterhalen zonder de man-die-echt-een-man-is boos te maken?’

Hoe oud de ziel ook moge zijn, veel weten doe ik nog steeds niet, helaas. Vandaar dat ik mijn hersenen nog een keer moest laten kraken. Ditmaal om te bedenken hoe je iemand die eruit ziet als een vrouw, maar zichzelf een man voelt, zou moeten aanspreken. En hoe zou ik iemands genderidentiteit moeten achterhalen, zonder de man-die-echt-een-man-is boos te maken? Lang heb ik nagedacht over een gepaste genderneutrale benaming voor zowel mannen als vrouwen, want termen als ‘zij’ en ‘hij’ zijn overduidelijk achterhaald. Ik noem iedereen liever een ‘ij’, met ingang vanaf nu. Een ijtjes toilet. Niet te verwarren met ‘ei’, want dat zou een al te grote belediging zijn, nietwaar? Arme kuikentjes.

Begrijp me niet verkeerd, diep in mijn hart ben ik progressief en van mening dat ieders gevoel telt, daar moet naar geluisterd worden. Ik voel me zo nu en dan ook een beest, je kent dat wel: de mens is een wolf en samen neuken we als konijnen.

Als een seksist met een oude ziel zie ik mezelf al in de wc staan, waar op de deur een wolf-mens-konijn staat afgebeeld. Met een sproeiend lid (of iets dergelijks) in mijn hand en een wortel in mijn mond, hoor ik de deur open gaan. Ik draai mijn hoofd en ik zie een welgevormd ‘ijtje’ binnen wandelen, met een decolleté waar men dan nog steeds ‘u’ tegen zegt. “U”, kraam ik uit, terwijl mijn lid zich volpompt met bloed. “U brengt het beest in mij naar boven.” IJ lacht, kijkt in de spiegel en loopt weer naar de deur. Als een klein wolvenpupje jammer ik wanneer ij het toilet verlaat en ik, laten we zeggen, hijn billen voor eeuwig uit mijn leven zie verdwijnen, niet wetend wat ik nou eigenlijk zag.

Het is gecompliceerd.