Levenslang in Nederland: grandioos of uitzichtloos?

Dit bericht is oorspronkelijk gepubliceerd bij Maximum Amsterdam

Zesvoudige moord in een café, 250 geweldsdelicten of verkrachting en moord van een 7-jarig meisje. Zeer shockerende delicten, waarvan het niet zal verbazen dat de daders voor de rest van hun leven achter de tralies zullen zitten. Toch kan dit in de toekomst gaan veranderen. 

TEKST DOOR RIEMKE LEVIE

portretfoto-dijkhoff
Staatssecretaris Klaas Dijkhoff (Veiligheid en Justitie, VVD).

Op donderdag 2 juni schreef staatssecretaris Klaas Dijkhoff van Veiligheid en Justitie in een brief aan de Tweede Kamer dat hij de uitvoering van de levenslange gevangenisstraf wil veranderen. Hij wil een adviescommissie oprichten, die na 25 jaar detentie een toets afneemt. Hierbij zal psychiatrisch onderzoek plaatsvinden, en nabestaanden van slachtoffers zullen gehoord worden. De commissie zal vervolgens aan de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie advies geven of de gevangene in aanmerking komt voor een re-integratietraject. De staatssecretaris neemt hier uiteindelijk een beslissing over, waarbij hij het gegeven advies mag negeren. Eventuele vrijlating komt pas veel later dit traject aan de orde, en is zeker geen gegarandeerde uitkomst.

Wat is de aanleiding?
Het verzoek van Dijkhoff is ontstaan onder druk van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. In 2013 oordeelde zij in een rechtszaak tegen het Verenigd Koninkrijk dat een levenslange straf zonder reëel vooruitzicht op eventuele vrijlating een inhumane straf is. Dat is in strijd met artikel 3 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) – het verbod op foltering en onmenselijke bestraffingen. Ook al was Nederland in deze rechtszaak niet direct betrokken, een nieuwe interpretatie van het EVRM geldt voor alle lidstaten die het verdrag hebben ondertekend. In de kern komt de overweging van het Europees Hof er op neer dat er niet alleen wettelijk een mogelijkheid tot strafverkorting moet bestaan, maar dat deze feitelijk ook moet worden toegepast.

“Een levenslange straf zonder reëel vooruitzicht op vrijlating is een inhumane straf. Dat is in strijd met artikel 3 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens.”

Een levenslange gevangenisstraf duurt in Nederland – in tegenstelling tot wat veel mensen denken – een leven lang. In de praktijk bestaat er geen serieuze mogelijkheid om dit te veranderen. Het verkorten van een levenslange gevangenisstraf (gratieverlening) bestaat voor de wet, maar dit is sinds 1970 niet meer voorgekomen.

Nu de levenslange straf in Nederland niet voldoet aan Europese maatstaven, komt het voor dat rechters weigeren deze straf nog op te leggen. Zo legde de rechtbank in 2015 twee broers, schuldig aan dubbele moord en doodslag, beide dertig jaar cel op. Het OM eiste levenslang, maar de rechtbank ging niet akkoord vanwege strijdigheid met de Europese rechtspraak. Dijkhoff zegt dat hij wil voorkomen dat deze situatie zich vaker voor zal doen. Hij schroomt dan ook niet om te benadrukken dat dit zijn enige motivatie is voor het verzoek aan de Tweede Kamer. Empathie voor de levenslang gestraften is gek genoeg niet aan de orde.

sonja_meijer
Universitair docent Sonja Meijer (straf- en strafprocesrecht, Vrije Universiteit).

Is dit voorstel goed genoeg?
Sonja Meijer, docent straf(proces)recht aan de Vrije Universiteit Amsterdam met een specialisatie in sanctierecht, heeft twijfels bij het voorstel. “De Europese eis van perspectief op vrijlating vraagt van de staatssecretaris beleid dat gericht is op resocialisatie. Het is sterk de vraag of de voorgestelde wijziging daarin voorziet. Zo omvat het voorstel geen volgprocedure, waarmee getoetst kan worden of een levenslang gestrafte tijdens zijn detentie positieve ontwikkeling heeft ondergaan, en of de kans op recidive zodanig laag is dat hij kan worden vrijgelaten. Bovendien wordt niet getoetst of de gevangene in aanmerking komt voor vrijlating, maar voor activiteiten gericht op resocialisatie.”

“Perspectief op vrijlating vraagt van de staatssecretaris beleid dat gericht is op resocialisatie. Het is sterk de vraag of het voorstel daarin voorziet.”

Of het voorstel tegemoetkomt aan de Europese eis dat ook levenslang gestraften een perspectief op vrijlating moeten hebben is dus nog maar de vraag. Verandering in beleid ziet Dijkhoff op het moment enkel als een verplichting, en hij heeft dan ook een maatregel gevormd die de indruk wekt weinig op te zullen leveren voor de partij die in dit alles centraal staat: de levenslang gevangenen.